Artikelen Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
New it-kid on the block: Jonas Smulders
31 AUG 2018 • Door Jill Waas • Beeld: Titia Hahne • Meer blogs over Film

New it-kid on the block: Jonas Smulders

Met een Gouden Kalf op zijn 21ste en zijn verkiezing tot Shooting Star in Berlijn is Jonas Smulders (24) een van de meest veelbelovende acteurs van zijn generatie. Toch heeft Jonas, wiens nieuwe film Niemand in de Stad het Nederlands Film Festival opent, geen uitgestippeld plan. ‘Ik heb nooit gedacht: ik wil acteur worden.’

2013, een dorpje in de middle of nowhere in Frankrijk. Jonas Smulders staat op de set van Cowboys Janken Ook, de afstudeerfilm van Mees Peijenburg. Daar tussen de jonge mensen, die allemaal zo gepassioneerd met hun vak bezig zijn, voelt hij zich voor het eerst serieus genomen. Hij ziet de magie om zich heen gebeuren en denkt: Dit is cool, in dit soort sferen wil ik me begeven. Jonas: ‘Dat moment op de set is voor mij een katalysator geweest. Als dat niet was gebeurd, had ik hier nu niet als acteur gezeten.

Vijf jaar later heb je een indrukwekkend cv opgebouwd.

‘Ik heb wel een paar dingen gedaan die ik nog steeds hard vind, ja. Meest waardevol voor mij zijn de One Night Stand-films, zoals Ketamine, Een Goed Leven en Geen Koningen in ons Bloed. Dit zijn films speciaal gericht op jonge makers, waarin ik met jonge regisseurs een uitwisseling kon aangaan en veel mocht uitproberen. Voor mij voelt het nog steeds alsof ik aan het begin sta. Ik heb nooit gedacht: Ik wil acteur worden. Het is bij mij gewoon gebeurd. Uiteindelijk werd het steeds groter en ben ik het wel serieuzer gaan nemen.’

Je komt uit een creatief gezin, dus je zou denken dat het je met de paplepel is ingegoten?

‘Ja dat klopt, mijn moeder is theaterproducent en mijn vader kunstschilder. Ze hebben me nooit gestimuleerd in de zin dat ik op muziek-, theater- of tekenles werd gezet; ik heb gewoon gevoetbald. Maar mijn moeder heeft me vroeger wel veel meegenomen naar het theater. Veel vrienden van mijn ouders zijn ook acteur, dus ik denk dat ik het onbewust wel heb meegekregen. Mijn vader en moeder zijn heel blij dat ik iets heb gevonden dat ik echt leuk vind, want ik was de klassieke puber die school verwaarloosde, veel van huis was en afspraken niet nakwam.’

Hoe vond die verdwaalde puber dan toch zijn weg in de acteerwereld?

‘Ik was een jaar of vijftien, zestien toen ik via de Italiaanse regisseur Stefano Odoardi, een vriend van mijn moeder, werd gevraagd voor een rolletje in de film Tunnelvisie, met Raymond Thiry. Dat was mijn eerste aanraking met het spelen en camera-acteren. Het beviel goed. En toen kwam dus Cowboys Janken Ook, waarvoor een goede vriend van mij, Ko Zandvliet, me had voorgedragen. Ze waren al heel lang aan het auditeren, maar konden de juiste acteur voor die rol niet vinden. Ik deed de casting en twee weken later zat ik in Frankrijk.’

Je werd dit jaar op de Berlinale gekozen tot Shooting Star; een belangrijke prijs?

‘Zeker, het is supertof dat ik daarvoor ben uitgekozen, want het is een heel heftige selectie. Acteurs als Marwan Kenzari en Sylvia Hoeks, die me voor gingen, doen het nu internationaal heel goed. Maar dat heeft hen wel vijf jaar investeren gekost: ze zijn in Amerika gaan wonen en hebben keihard aan hun taal gewerkt. Die Shooting Star helpt je om internationaal serieuzer te worden genomen. Maar het is echt niet zo dat ik ineens allerlei aanbiedingen krijg, daarvoor moet je een lang traject in.’

Ben je dat wel van plan?

‘Ja, ik denk dat ik het wel ga proberen. Het zou zonde zijn om het niet te doen. Maar wel volgend jaar pas, als ik het wat minder druk heb en ook geld heb gespaard. Ik zou wel een tijdje in New York of LA willen gaan wonen en daar audities doen. Er zijn al wat gesprekken met mensen in het buitenland geweest en ik heb ook een agentschap in Los Angeles. Alles speelt zich daar af, maar New York trekt me als stad meer, omdat ik me gewoon één keer wil meten
aan die grote Westerse jungle.’

Geeft het ook druk dat je zo wordt bejubeld?

‘Ik denk dat ik vooral mezelf druk opleg, omdat ik elke keer wanneer ik een rol speel écht iets wil laten zien. Het is lastig om heel goed te spelen, daar moet je veel tijd in stoppen. In het begin had ik nog een soort onbevangenheid in het acteren. Ik was de hele tijd Jonas, maar dan met andere kleding aan. Op een gegeven moment ben je bewuster en wil je meer diepgang leggen in je spel en in de benadering van rollen.’

Mis je het dat je geen Toneelschool hebt gedaan?

‘Nu ik voor het eerst theater doe (de Paradevoorstelling Allemaal Mensen, red.) merk ik
wel dat ik nog een hoop moet leren. Dat doe ik door veel te sparren met vrienden uit de
acteerwereld, zoals Chris Peters of Martijn Lakemeier. Of met theaterregisseur Marcus Azzini, met wie ik nu werk. Hij is heel eerlijk, wijst me op dingen die ik anders kan doen,
en dan is het een kwestie van uitproberen. Ik kijk ook veel naar ervaren tegenspelers. Zo heb ik van Ariane Schluter, met wie ik Een Goed Leven maakte, heel veel geleerd.’

Voel je je nooit onzeker tegenover die gerenommeerde acteurs?

‘Ja natuurlijk, soms ben ik heel onzeker. Maar dan moet je toch gewoon erin stappen en het doen. Ik kan ook weleens onder de indruk raken van iemand, zoals nu van Martijn, met wie ik twee projecten doe. Hij heeft toch meer ervaring als acteur.’

Hoe bewust plan jij je carrière?

‘Niet. Het valt ook niet te plannen, ik ben zo afhankelijk van audities.’ Toch lijk je bewust een bepaalde richting te kiezen en wars te zijn van commerciële projecten. ‘Klopt, ik zoek niet de romcoms op. Dat zijn niet de rollen die ik interessant vind. Ik hoef ook niet met interviews in vrouwenbladen te staan. Laatst heb ik een hele discussie gehad of ik met een klein interviewtje over mijn nieuwe film in LINDA. wilde. Misschien is het mijn eigen ongemakkelijkheid of onzekerheid. Ik heb ook niet de behoefte om mijn privéleven te delen. Het doet alleen maar af aan wat ik als acteur wil laten zien. Bovendien heb ik niet zo’n mega-interessant privéleven.’

Je bent niet het type dat in een soap gaat spelen voor het geld?

‘Nee, daar zou ik echt niet gelukkig van worden. Dan zoek ik er liever een andere baan bij. Ik heb één keer een commerciële rol aangenomen in Familie Kruys, dat was omdat ik graag met Marcel Musters wilde spelen.’

Binnenkort ben je te zien in Niemand in de Stad, de openingsfilm van het Nederlands Film Festival. Waar gaat-ie over?

Niemand in de Stad is een coming of age-film over een jongen die het studentenleven in duikt. Hij maak verschillende dingen mee die hem vormen: de dood van een vriend, overspel, drankgebruik en het wonen in een nieuwe stad. Eigenlijk zit hij in een niemandsland tussen jeugd en volwassen worden.’

Is dat een fase die jij herkent?

‘Zeker, ik zit daar nog volop in, al is het wel op een andere manier. Het studentenleven is een soort bubbel, ik denk dat ik daar nu ook wel in leef met mijn werk. Gisteren was ik met Martijn Lakemeier aan het repeteren en toen hadden we echt even zo’n moment dat we tegen elkaar zeiden: shit, dit zijn wel de betere tijden. Volgens mij zitten we in een spannende periode waar
veel gebeurt qua acteren.’

Heb je in die fase naar volwassenheid ook lastige keuzes moeten maken?

‘Ik heb net de beslissing moeten nemen om te stoppen met de Filmacademie. Toen ik vorig jaar aan de opleiding Regie begon, zeiden ze al: ‘Weet je zeker dat je hier alles voor opzij kunt zetten?’. Dat bleek dus niet zo. Het voelt als door het momentum gedreven. Ik moet de kansen die ik nu als acteur krijg grijpen. Jammer, want de Filmacademie is een vrijplaats waar je veel dingen kunt uitproberen. Toch denk ik dat ik een ander pad moet wandelen.’

Niemand in de Stad speelt zich af binnen het studentencorps. Ken jij dat leven?

‘Nee, het is totaal mijn wereld niet. Ik ben er voor de film wel ingedoken. We zijn veel naar sociëteiten en studentenhuizen geweest en gaan stappen met het corps. Er hangen veel codes en gedragsregels aan dat wereldje. Het is heel masculien en best wel conservatief. En er is weinig persoonlijkheid, alles draait om het collectief. Dat spreekt mij persoonlijk helemaal niet aan.’

Regisseur Michiel van Erp bejubelde je om een heftige scène met Huub van der Lubbe. Hoe was dat voor jou?

‘Die scène ging mij heel erg aan het hart. Het ging om een zoon die door zijn vader wordt verwaarloosd. Zelfs heb ik een heel goede relatie met mijn vader. Toch merk ik dat die verhouding mij bij het acteren heel erg raakt. Misschien omdat we zo verschillen: mijn vader is heel eerlijk, gedisciplineerd en een lieve zachte figuur, ik ben veel harder en brutaler.’

Hoe blijf je met alle lof die je krijgt met beide benen op de grond?

‘Dat is een kwestie van leuke mensen om je heen verzamelen en niet te veel meegaan in het succes. Al is het ook lekker om er soms wél van te genieten. Onze voorstelling voor de Parade ging hier over: de problematiek van het jong, blond, blauwogig en succesvol zijn. Wat natuurlijk geen echte problematiek is. Ik geloof ook niet dat ik al in die mate succesvol ben dat ik naast mijn schoenen kan gaan lopen. Echt beroemd ben ik niet, dan moet je meer televisie doen en in romcoms gaan spelen.’

Heb je het gevoel dat er genoeg keuze in rollen is voor jou?

‘Ja, voor jonge mannen in deze leeftijd valt er heel veel te spelen. Het wordt alleen nog maar interessanter. Ik zag laatst de Vlaamse acteur Johan Leysen in de debuutfilm van Gilles De Schryver. Toen ik naar hem keek, dacht ik: hoe tof zou het zijn als ik straks ook zo’n doorleefde kop heb en een soort broosheid kan spelen. Hij gaf me hoop voor de toekomst.’

Niemand in de Stad gaat 27 september in première op het Nederlands Film Festival en op 28 september is de film te zien tijdens De Nederlandse Filmnacht.

Comments

We maken gebruik van cookies om jouw website-ervaring te optimaliseren. Door gebruik te maken van CJP.nl ga je hiermee akkoord.