Artikelen Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Het grote C. Interview met Bella Hay
13 APR 2018 • Door Henk van Straten • Beeld: Marc Deurloo • Meer blogs over Muziek

Het grote C. Interview met Bella Hay

Paviljoen Malieveld in Den Haag, vlakbij het station. Nee, niet bepaald de hipste plek van de stad, maar ze hebben er wel de lekkerste poffertjes. En Bella Hay - ja, de dochter ván, het kan maar meteen gezegd zijn - heeft er zin in.

In de poffertjes, in ieder geval. In het interview, dat moet nog blijken. Wanneer de memorecorder op tafel wordt geplaatst, kijkt de leadzangeres van Tears & Marble nog niet héél enthousiast. Later in het gesprek zal duidelijk worden waarom: ‘De meeste journalisten stellen domme vragen.’

Zo zit ze aan tafel: simpele trui, weinig make-up, een rechte pony boven ogen die een mengeling van vermaak en lichte scepsis uitstralen. Alsof ze ieder moment, en met plezier, klaar is om je tegen te spreken. Wellicht is het bravoure, in combinatie met ontluikend succes. De eerste EP van Tears & Marble, Romance, werd goed ontvangen. Met What Is Love, een cover van Haddaway, scoorde de band een hit. Door haar deelname aan Wie Is De Mol? wordt ze inmiddels herkend op straat.

Bella Hay
Bella Hay © Marc Deurloo

Of misschien heeft het daar allemaal niets mee te maken; misschien is Bella gewoon van zichzelf zo. Hoe dan ook, ze heeft er een hoop fans bij. Veel jonge mensen, zo blijkt.

Waaruit blijkt dat?
‘Nou, als ik mijn Instagram erbij pak, dan zie ik dat er onder de nieuwe fans veel kinderen zijn. Het is helemaal niet erg hoor, en het is ook niet dat het alléén maar kinderen zijn. Ons publiek is heel gemengd. Er zijn bijvoorbeeld ook juist veel oudere mensen fan van ons. Waarschijnlijk houden die van The Golden Earring en zijn ze zo bij ons terecht gekomen. Dat kan ik me zo voorstellen, ik heb het hen niet gevraagd natuurlijk.’

Hoe heeft deelname aan Wie Is De Mol? je leven veranderd?
‘Nu valt het wel weer mee, maar toen ik iedere week op tv was, werd ik steeds aangesproken. Ik vond dat niet echt leuk, het gevoel dat je de hele tijd bekeken wordt. Die extra aandacht hoef ik niet. Het programma zelf was heel leuk om te doen, alsof ik op schoolreis was en alles was geregeld en voor me uitgestippeld. Heerlijk.’

Maar die extra aandacht is natuurlijk wel een consequentie van roem en deelname aan een tv-programma.
‘Ja, dat is zo, en het zij zo. Ik heb die keuze gemaakt. Als ze je vragen voor Wie Is De Mol? dan zeg je natuurlijk ja. Kom op, er kijken superveel mensen naar! Die worden allemaal nieuwsgierig naar onze muziek. Anders had ik dat publiek nooit bereikt. Maar het liefst zou ik gewoon lekker muziek maken, en dat niemand me herkent op straat, dat ze niet naar me toekomen. Ik zit niet per se te wachten op aanspraak. Maar ach, zo’n drama is het nou ook weer niet hoor. Ik moet er gewoon mee om leren gaan. Zo heftig als tijdens Wie Is De Mol? wordt het vast niet meer. Dat was een wervelwind.’

Bella Hay in Wie is de mol?
Bella Hay in Wie is de mol?

Voelt het natuurlijk voor je, als er camera’s op je gericht zijn?
‘Je went er snel aan. Dan is het alsof ze er niet meer bij zijn. Misschien is het naïef, maar ik besefte echt niet dat er een miljoen mensen keken. Ik ging me er in ieder geval niet anders door gedragen. En camera’s zijn voor mij niet heel intimiderend, nee.’

Op je vijftiende had je je eerste betaalde optreden. Da's jong. Kreeg je meteen na je geboorte een gitaar in je armen gedrukt?
Mompelend en gebarend, met een mond vol poffertjes, maakt ze duidelijk dat ze eerst even wil eten. Dan is ze zover: ‘Nee, ik ben zéker niet geboren met een gitaar in mijn armen. Mijn eerste instrument was een blokfluit, gewoon op de basisschool. Supersaai. Muziek maken werd thuis helemaal niet aangemoedigd. Ik wilde piano leren spelen, dus toen heb ik een piano gekocht. Die hadden we thuis niet eens. Na een paar jaar les, zo rond mijn twaalfde, heb ik een gitaar gekocht en ging ik liedjes spelen. Ik heb alles zelf uitgevogeld.’

Wat vreemd. Met een vader als de jouwe verwacht je dat muziek met de paplepel werd ingegoten.
‘Nee hoor. Mijn vader draaide thuis ook nooit muziek. Hij had een heel grote kast met cd’s en een heel mooie geluidsinstallatie, maar hij ging nooit op de bank muziek zitten luisteren of zo. Thuis wilde hij het gewoon lekker rustig hebben, denk ik. Er stond een gitaar in de kast, maar die kwam er niet uit. De enige plaat waar hij me ooit warm voor heeft willen maken was een plaat van Chaka Khan. Echt waar. Maar that’s it. Ik heb alles zelf ontdekt. Zelfs het eerste album van The Beatles heb ik zelf gekocht.’

Je bent dus niet dankzíj je vader in muziek terecht gekomen, maar ondánks.
‘Ja. En dat is ook maar beter, denk ik. Als het je wordt opgedrongen is het niet leuk meer. Ik heb zelf mijn smaak kunnen ontdekken en bepalen.’

En je vaders roem? Kreeg je dat als kind wel mee?
‘Heel weinig. Bijna niet. Ik ging wel eens mee, maar ik snapte en besefte het niet echt. Het was zo normaal voor me. Mijn vader deed ook bijna nooit mee aan tv-programma’s. Je ziet wel eens BN’ers die hun kinderen meenemen naar persfeestjes of rode lopers, maar dat deed hij nooit. Hij is een heel nuchtere, normale man. Ik had nou niet bepaald het idee dat hij iets heel bijzonders deed.’

Benader jij je eigen carrière ook zo?
‘Zeker. Kijk, ik kan me niets anders voorstellen dan muziek maken. Ik kán verder ook echt niks anders. Het is ontzettend gewoon voor me. Goed, twee dagen in de week geef ik muziekles op een middelbare school. Bandcoaching, heel leuk. Maar ook dat draait om muziek.’

Dat wist je dus al heel jong. Vast prettig, dat je al zo vroeg wist wat je talent was en wat je met je leven wilde?
Lachend: ‘Nou, stel dat ik er niet goed in was geweest, dan was het natuurlijk heel onhandig. Maar inderdaad: het is fijn dat ik er zoveel uit heb kunnen halen en nu al hier ben. Ik heb nooit hoeven peinzen over wat ik moest studeren, zoals ik veel anderen zie doen.’

Hoe gingen die eerste optredens, vroeger?
‘Er zat een meisje in de klas dat gitaar speelde. We gingen samen spelen en studeerden covers in. The White Stripes, The Strokes, The Veils, heel veel indie. Eerst speelden we op het schoolpodium, en daarna in buurthuizen. Veel op straat. Kleine festivals. Zelf bellen en optredens regelen. We boden onszelf aan voor vijftig euro. Na een tijdje gingen we eigen nummers spelen.'

Je vader bemoeide zich daar helemaal niet mee? Hij hielp je niet met handige contacten?

‘Welnee. Ik vermoed dat die organisatoren niet eens wisten dat ik de dochter van Barry Hay was. Het was niet dat we een biografie meestuurden of zo. We boden onszelf gewoon aan als bandje. Ik denk dat ze ons vooral aandoenlijk of schattig vonden.’

Bella Hay
Bella Hay © Marc Deurloo

Heb je inmiddels je eigen sound? Weet je hoe je wil klinken?
‘Het blijft experimenteren. Ieder nieuw liedje is een happy accident. Soms is een opname lelijk en dan begin je opnieuw. Inmiddels zijn we bezig met onze eerste hele plaat. Dat duurt nog wel even, maar we hopen hem wel dit jaar nog uit te brengen. De bezetting is veranderd. We begonnen met z’n tweeën, als duo, maar daardoor kwamen we live niet zo goed uit de verf, omdat we natuurlijk lang niet alle instrumenten konden bespelen die we hadden opgenomen. Nu zijn we met z’n vieren. Alle instrumenten worden dus ook live bespeeld, behalve de drums, dat is nog steeds een elektronische beat. Ik wil geen live drummer. Dat geluid vind ik niet prettig, het ziet er niet mooi uit en drummers zijn geen leuke mensen. Géén drummer in mijn band.’ Lachend voegt ze eraan toe: ‘Ook praktisch gezien is het trouwens super onhandig, met al die kisten; je hebt gelijk een enorme bus nodig.’

Wat verwacht je van het nieuwe album, van de toekomst?
‘Niks in het bijzonder. Ik vind het gewoon leuk als we ieder weekend kunnen spelen. Als ik mijn geld kan verdienen met muziek maken.'

In hoeverre draait Tears & Marble om jou? Om Bella Hay?
‘Achter de schermen ben ik wel degene die bepaalt waar het muzikaal gezien naartoe gaat. Maar op het podium helemaal niet. Ik sta niet vooraan te spelen met drie jongens achter me, daar is bewust voor gekozen. We staan naast elkaar. Overigens heeft iedereen in de band zo z’n eigen rol en verantwoordelijkheden. Eén van ons is heel handig met tourmanagement, een ander met de financiën.’

Oké, maar in het geval van een interview, zoals nu, wordt er wel specifiek om jou gevraagd.
‘Ja, dat is zo. Ik ben wel het uithangbord, misschien. De anderen hebben daar geen problemen mee, geloof ik.’ Lachend: ‘Althans nóg niet. Ikzelf ook niet. Het voelt allemaal vanzelfsprekend.’

Je presenteerde ook iets op tv. Een verslag van Zwarte Cross voor BNN. Hoe was dat?
‘Leuk, maar ook moeilijk, want…’ Ze aarzelt, glimlacht even en vervolgt: ‘Nou, van journalisten krijg je best vaak domme vragen. Ja, sorry, maar het is zo! En nu was ík degene die de domme vragen moest stellen. “Wat betekent jullie bandnaam? Waar komen jullie vandaan?” Dat soort vragen. Maar ik kreeg ze ook maar door hè. Ik dacht af en toe: waarom sta ik dit te doen?’

Maar onder andere omstandigheden…?
‘Ja, dan zeker wel. Ik zou bijvoorbeeld heel graag kindertelevisie maken. Ik hou van kinderen. Het moet wel bij me passen hoor. Ik denk bijvoorbeeld eerder aan de VPRO dan aan RTL4.’

Een soort Taarten van Abel, maar dan met Bella Hay en muziek?
Opgewekt: ‘Nou, zoiets dus! Dat lijkt me heel erg leuk. Ik wil dan ook gewoon kut en pik mogen zeggen. Het is allemaal veel te preuts tegenwoordig.’

Het bord poffertjes is leeg. De zon schijnt. We gaan ervandoor, want Bella heeft een plaat op te nemen.

Comments

We maken gebruik van cookies om jouw website-ervaring te optimaliseren. Door gebruik te maken van CJP.nl ga je hiermee akkoord.