Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Een hart onder de riem
21 SEP 2017 • Door Emma Stomp • Meer blogs over Lezen

Een hart onder de riem

Een nieuw verhaal van de winnares van CJP’s Grote Schrijfwedstrijd, Emma Stomp.

Het is een donderdagavond als ik de sleutels van Louise in mijn keukenla vind. Ik wist dat ze nog spullen in mijn huis had liggen. Vorige week hadden we alles wat van haar was in verhuisdozen gestopt, want dat is wat je hoort te doen als twee mensen besluiten niet langer samen te zijn. Ik stond in de voortuin sigaretten te roken terwijl Louise haar Peugeot vollaadde. Toen de buren voorbij liepen, keken ze me vol medelijden aan. Dat was misschien nog wel het ergste geweest, dat ik als slachtoffer van de situatie werd bestempeld. Maar hier sta ik dan met haar sleutels in mijn hand. Alsof er niets gebeurd is. Ik weet dat ik Louise nu moet opbellen en haar moet inlichten over de situatie. Als ik echt een aardige gozer wil zijn dan vraag ik gelijk naar haar nieuwe baan. In plaats daarvan stop ik de sleutels in mijn zak.

Een nieuw liedje

De dag nadat Louise was weggegaan, vroeg Roy of ik langs wou komen op zijn kantoor. ‘We hebben een nieuw liedje nodig Max,’ zei hij, nadat ik was gaan zitten. ‘Nu al?’ vroeg ik. ‘Er is een school in brand gestoken. Iedereen is van slag,’ ‘Wat verschrikkelijk,’ ‘We moeten ze een hart onder de riem steken.’ ‘Wie?’ ‘De slachtoffers natuurlijk. En de fans. Heel Nederland als het moet,’ Bij het woord ‘Nederland’ sloeg Roy met zijn vuist op tafel. ‘Ja,’ zei ik, omdat je moeilijk kan weigeren als iemand je net heeft gevraagd heel Nederland gerust te stellen. Roy klopte me bemoedigend op mijn schouder. ‘Doe gewoon wat je altijd doet. Ze hoeven alleen maar je stem te horen om te weten dat het goed komt.’ ‘Ja,’ zei ik opnieuw.

Het begint donker te worden als ik de voordeur op slot draai. Verderop in de straat hebben een paar kinderen (of misschien zijn het al pubers, je weet maar nooit) knalerwten in colablikjes gestopt. Ze verschuilen zich achter auto’s en prullenbakken en stoppen hun vingers in hun oren. Precies op het moment dat het lawaai begint, komt er een oude man aangefietst. Van de schrik valt hij bijna om. Het is vaak een zooitje in mijn buurt. Op de hoek kom ik de buurvrouw tegen met de hond. Om de een of andere reden heb ik de hond nog nooit horen blaffen. Ik vraag me af of het komt omdat de buren zulke stille mensen zijn. ‘Gaat het goed?’. Ze houdt haar hoofd een beetje schuin. ‘Ja hoor,’ zeg ik. ‘Z’n gangetje.’ ‘Je weet dat je altijd welkom bent hè? Het is
vast niet makkelijk voor je nu.’ ‘Bedankt,’ ik rits mijn jack iets verder dicht. ‘Maar het is niet nodig. Ik heb mijn muziek.’ De buurvrouw kijkt me onderzoekend aan. ‘Jullie muzikanten zijn hele bijzondere mensen,’ zegt ze dan.

Het gaat nooit goed

Op de vierde dag belde Roy. ‘Waar blijft de tekst?’ vroeg hij. Aan de achtergrondgeluiden te horen liep hij over straat. Roy is een man die altijd in beweging wil blijven. ‘Die komt nog.’ Eigenlijk wist ik dat nog niet zo zeker. Ik wist niet hoe ik woorden moest geven aan de situatie. Toen alles nog goed was tussen mij en Louise schreef zij altijd mijn teksten. Zoals bij mij de muziek vanzelf kwam, zo ging het bij haar met woorden. Volgens haar kon je over alles schrijven. Ze zei dat ik gewoon naar de mensen op straat moest kijken, naar de bomen, dat het dan vanzelf wel kwam. Soms probeerde ik het, maar het werd nooit wat. ‘We kunnen de mensen niet lang meer laten wachten,’ zei Roy. ‘Ze hebben iets nodig waar ze zich aan vast kunnen klampen.’ De flat van Louise is ontzettend lelijk, dat was ik even vergeten. De laatste keer dat ik hier stond moet een jaar of twee geleden zijn. Ze heeft haar woning altijd aangehouden omdat ze zich soms wou terugtrekken, iets wat ik nooit helemaal begrepen heb. Het klonk alsof onze relatie een soort oorlog was en ze soms moest herstellen van haar periode op het front. Ik stop de sleutel in het slot, dat gaat heel gemakkelijk. Ergens had ik verwacht dat ze de sloten had vervangen. Alsof ze wist dat ik op een dag zou komen inbreken. Ik loop door het met graffiti bespoten trappenhuis naar boven tot ik voor haar deur sta. Opnieuw steek ik de sleutel in het slot. Louise zit op de bank met een man naast zich. Met die man had ik geen rekening gehouden. Hij ziet eruit alsof hij vaak naar de sportschool gaat. Voor een kort, betoverend moment hebben ze niet door dat ik er ben, zo diep verzonken zijn ze in de moordserie op het scherm. Dan draait Louise zich om. Ze schrikt, natuurlijk. ‘Jezus Max!’ ‘Tekst,’ zeg ik. ‘Ik heb tekst nodig.’ Soms is het makkelijker om gelijk ter zake te komen. Louise staat op. ‘Hoe bedoel je?’ ‘Moet ik de politie bellen?’, vraagt de man. ‘Nee,’ zegt Louise. ‘Het is mijn ex maar.’ ‘Oh, de muzikant.’ De man spreekt het woord uit alsof hij het over een zwerver heeft. ‘Er is een school in brand gestoken,’ zeg ik. ‘De mensen hebben tekst nodig. Iets waar ze zich aan vast kunnen klampen.’ ‘Gaat alles wel goed met hem?’, vraagt de man. ‘Nee,’ zegt Louise. ‘Het gaat nooit goed met hem.’ Opeens schaam ik me voor de hele situatie. Ik schaam me dat ik hier in het appartement van mijn ex-vriendin sta, tegenover haar nieuwe vriend. Dan grijpt Louise mijn pols vast. Half tegen mij en half tegen de man zegt ze: ‘Max en ik gaan even een eindje lopen.’

Toen alles eigenlijk al besloten was

Louise houdt haar handen in haar zakken, ze kijkt meer naar de grond dan naar mij. ‘Het is ongelofelijk hoeveel je aan jezelf denkt,’ zegt ze. ‘Het gaat niet om mij,’ zeg ik. ‘Het gaat om Nederland.’ Louise blijft midden op het pad staan en geeft me de blik die ze me ook gaf in de nadagen van onze relatie. Toen alles eigenlijk al besloten was. ‘Dit is het laatste wat ik voor je doe,’ zegt ze.

Op weg naar huis bel ik Roy op. ‘Ik wou even zeggen dat het helemaal goed gaat komen met het nummer,’ begin ik. ‘De mensen krijgen wat ze willen. We gaan ze geruststellen.’ Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn. ‘Ik dacht dat je het al wist,’ zegt Roy dan. ‘Een jongen van zestien heeft op eigen houtje wat geschreven.’ Ik zeg niks terug. ‘Het gaat helemaal viral op YouTube nu. Daar kunnen we gewoon niet meer tegenop.’ ‘Oké,’ zeg ik tenslotte. ‘Het spijt me. Ik bel je morgen even terug oké?’ Zonder verder te reageren hang ik op. Ik loop mijn straat in, voorbij mijn eigen huis. Dan bel ik aan bij de buurvrouw.

Emma Stomp (1994) won afgelopen mei CJP’s Grote Literatuurwedstrijd, die we in samenwerking met ILFU organiseerden. Een van haar prijzen was een betaalde opdracht voor C. magazine en dat is dit verhaal geworden. Wil je hier ook kans op maken? De schrijfwedstrijd gaat in 2018 in herhaling, schrijf je in voor onze nieuwsbrief (mocht je dat nog niet gedaan hebben), zodat je op de hoogte blijft van updates.

Comments