Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
CJP's Grote Schrijfwedstrijd: de winnaar
17 MEI 2017 • Door Emma Stomp • Meer blogs over Lezen

CJP's Grote Schrijfwedstrijd: de winnaar

Lees hier het winnende verhaal van CJP's Grote Schrijfwedstrijd: 'Schuilen' van Emma Stomp.

CJP's Grote Schrijfwedstrijd had als opdracht: schrijf maximaal 1.500 woorden, geïnspireerd door  'Alles van waarde is weerloos', een quote van de dichter Lucebert. Na wekenlang te hebben gelezen en genoten rolde er een shortlist van tien verhalen uit. Van die tien verhalen kozen we dat van Emma als winnaar. Lees het nu hier!

Schuilen

De man ligt opgerold in de foetushouding als ik hem op zolder vind.
‘Sorry?’ zeg ik.
De laatste keer dat ik het woord ‘sorry’ in mijn eigen huis gebruikte was toen Christa me vertelde dat ze in theorie weleens verliefd kon worden op iemand anders. We hadden naar een natuurdocumentaire gekeken, de jaarlijkse trek van zebra’s was net begonnen en toen kwam die opmerking opeens uit de lucht vallen. Toen had ik ook ‘sorry?’ gezegd, bij gebrek aan een beter woord.
‘Het is alleen maar in theorie hè,’ voegde Christa er nog snel aan toe.
Maar toen was het al te laat. Elke keer als ik nu een man zie lopen denk ik: ‘in theorie kan Christa verliefd op hem worden,’ Het is om gek van te worden.

Nu ik de man op mijn zoldervloer zie liggen is dat dan ook het eerste waar ik aan denk. Dat Christa misschien liever met hem samen wil zijn dan met mij. Ik stel me voor hoe ik via het dakraam verdwijn en Christa met de man achterlaat. Hoe ze hem een paar uur later vindt, hem uit medelijden in bed stopt en er vervolgens zelf naast gaat liggen.
Omdat de man nog geen kik heeft gegeven zeg ik opnieuw: ‘Sorry?’
Het is een vernederende ervaring om je te moeten excuseren tegenover een indringer in je eigen huis. Ik denk aan mijn stiefvader, die de man waarschijnlijk een klap in zijn gezicht zou verkopen. Volgens mijn stiefvader is het belangrijk dat je ten alle tijden de baas blijft. Als ik weer eens gefaald heb is het vaste antwoord van mijn stiefvader dan ook: ‘Je hebt je laten kisten Michael. Je moet laten zien dat je de baas bent.’

De man draagt een krijtstreeppak en glimmende zwarte schoenen. Christa zou waarschijnlijk zeggen dat de man het goed voor elkaar heeft. Dat zegt ze eigenlijk altijd als ze mooi geklede mensen ziet lopen. Volgens haar is goed voor de dag komen waar het allemaal om draait. 
De man draait zich om en opent zijn ogen. Hij schrikt als hij mij ziet staan.
‘Jezus,’ zegt hij.
‘Alles oké?’ vraag ik.
De man gaat overeind zitten en klopt zijn mouwen en broekspijpen af, alsof hij een paar uur door de woestijn heeft gelopen en zich nu wil ontdoen van al het zand op zijn kleding. Misschien is dat ook wel zo. Niets lijkt nu nog vreemd.
‘Het dakraam stond open,’ zegt de man. Hij wijst naar boven, alsof dat een verklaring is.
Niemand heeft me op deze situatie voorbereid. Toen ik het huis kocht kreeg ik alleen maar adviezen over de CV-ketel en lekkages. Niemand waarschuwde me voor vreemde mannen in krijtstreeppak die op een dag via je dakraam naar binnen klimmen.
‘Het waren te veel nullen,’ zegt de man. ‘Ik heb een nul te veel opgeschreven,’
‘Dat kan gebeuren toch?’ zeg ik. ‘Iedereen maakt wel eens fouten.’
‘Zeg dat maar tegen de mensen van de verzekeringsmaatschappij,’ de man maakt een schamper lachje en ik lach met hem mee. Alsof ik een collega van hem ben die weet hoe lastig de verzekeringsmaatschappij soms kan zijn.
‘Echt iedereen zit achter me aan,’ zegt de man. ‘Ze willen geld zien,’ 
‘Dat gaat vanzelf over. Ze vinden wel iemand anders om achteraan te zitten,’
Er is zoveel om boos op te zijn tegenwoordig. De kranten staan er vol mee. 
De man staat op en gaat voor het raam staan. Met zijn vingers tilt hij de luxaflex een beetje op. Hij buigt zich voorover om naar buiten te kijken. Hij huivert.
‘Niks te zien,’ zegt hij.
‘Dat is mooi.’
‘Maar wat niet is kan nog komen.’
‘Je mag hier wel even blijven schuilen,’ hoor ik mezelf zeggen.

Christa heeft haar naamplaatje nog om als ze thuiskomt, iets wat ze normaal gesproken nooit doet. Veel mensen zien haar naamplaatje als een uitnodiging om een praatje met haar aan te knopen in de bus.
‘Heb je een fijne dag gehad Christa?’ vragen ze dan.
En dat is precies waar Christa niet op zit te wachten als ze ’s avonds naar huis gaat. Praten doet ze de hele dag door al met de patiënten.
‘Niet schrikken als je zo naar boven gaat,’ zeg ik. ‘Maar er zit een man op zolder.’
Christa blijft midden in de woonkamer staan, met haar tas in haar hand.
‘Er zit een man op zolder?’ vraagt ze ongelovig.
‘Hij heeft te veel nullen opgeschreven,’ zeg ik.
‘Hoe bedoel je te veel nullen?’
‘Het was iets met een verzekeringsmaatschappij.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Hij is door het dakraam naar binnen geklommen. Je hoeft niet bang te zijn,’
Christa zet haar tas neer op de grond.
‘Jezus Michael.’
Ze is overduidelijk wel bang. In mijn hoofd hoor ik mijn stiefvader zeggen dat ik me weer heb laten kisten.
‘Ik wou wat terugdoen,’ zeg ik zachtjes.

Als we boven komen is er niemand meer op zolder. Het dakraam staat iets verder open.
‘Is dit een grap?’ vraagt Christa.
‘Nee,’ zeg ik. ‘Hij droeg een krijtstreeppak en glimmende schoenen.’
Ik open het dakraam iets verder om te kijken of ik nog een glimp van de man op kan vangen. De straat is uitgestorven.
‘Hij was op de vlucht,’ zeg ik.
Christa bukt zich om iets op te rapen, een wit A4tje.
‘Wat is dit?’
Ze geeft me het blaadje. Ik lees wat er in keurig handschrift opgeschreven staat.

“Alles van waarde is weerloos”

‘Dat moet een boodschap van hem zijn,’ zeg ik. ‘Van de man.’
‘Je zit te veel in je hoofd Michael,’ Christa schudt haar hoofd. ‘Je moet snel een nieuwe baan vinden.’
Ik kijk weer uit het raam. Er is nog altijd niemand te bekennen.

Emma wint met dit verhaal een coachingsgesprek met een redacteur van Atlas Contact, een betaalde schrijfopdracht voor het C. magazine van september 2017 en een boekenpakket met vijf boeken van Atlas Contact. 

Comments