Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Jazz die van de pagina’s afspat
15 MRT 2017 • Door Rick van Veluw • Beeld: Jelmer de Haas • Meer blogs over Lezen

Jazz die van de pagina’s afspat

Is het poëzie, jazz of toch een roman? Rimpelgeweld van Menno van der Veen is niet te categoriseren. CJP ontdekte hoe deze bijzondere debuutroman tot stand kwam.

Hij neemt je niet aan de hand, maar geeft je puzzelstukjes. Menno van der Veen houdt niet van een conventionele schrijfstijl met een duidelijke verhaallijn die je driehonderd bladzijden volgt. Rimpelgeweld staat totaal op zichzelf: een roman met scènes waarin vijf hoofdpersonen figureren, terugkerende mantra’s en hele stukken gebiedende wijs waarin iemand je opdraagt iets te doen. Op de achterflap staat kort beschreven hoe vijf dertigers samenwonen in hun huis en opgaan in ‘een betoverende bubbel’, maar Rimpelgeweld is zoveel meer.

Een passage uit 'Rimpelgeweld'.

Al een aantal jaar leven de hoofdpersonen van Rimpelgeweld in het hoofd van Menno. ‘Ik ben niet schizofreen hoor,’ stelt Menno ons gerust. ‘Het was bij mij niet zo erg als bij schrijver J.D. Salinger. Hij woonde met zijn personages, zat in zijn auto ruzie met ze te maken en zag in zijn gezin soms het onderscheid niet meer tussen echte mensen en zijn bedachte personages. De vijf vrienden uit Rimpelgeweld ‘ken’ ik al jaren. Ik weet alles van hen. Ze gaan nooit meer weg uit mijn leven. Ik moest over hen schrijven en dat is nu een boek geworden.’

Kanaaltunnels

Volgens Menno voelde het schrijven van Rimpelgeweld als het graven van twee kanaaltunnels. ‘Op een gegeven moment kwamen twee tunnels bij elkaar: aan de ene kant de personages, losse scènes en sferen die ik de afgelopen jaren schreef en aan de andere kant de ideeën die ik graag wilde delen. Ik was op zoek naar de juiste verbindingen, naar mijn stem als schrijver, de toon die ik wilde aanslaan. Dat laatste vind ik heel belangrijk. Daarom heeft het zolang geduurd voordat ik een debuutroman uitbracht. Je wilt anders zijn als schrijver, opvallen, een unieke manier vinden om een verhaal aan de lezer te vertellen. Ik koos voor een hele directe vorm. Die kwam tot me toen ik met mijn fiets stilstond voor het stoplicht. Tijdens het fietsen luister ik vaak popmuziek. In de teksten staat vaak een ‘you’ centraal. Jij dit, jij dat, jij zus, jij zo. Ik dacht: dit heeft mijn verhaal nodig. De lezer direct aanspreken. Rimpelgeweld moet een intense leeservaring zijn.’

De cover van Rimpelgeweld.

Appboek 

Inspiratie vond Menno ook in jazz. ‘Ik wil dat mijn zinnen ritme hebben. Ik noem het zelf jazz-schrijven, wat ik doe. Om het af te zetten tegen conventionele boeken. Zo zou je een thriller met blues kunnen vergelijken. Je volgt een rode draad, ziet een persoon een ontwikkeling doormaken, herkent een duidelijke spanningsboog. Jazz-schrijven is anders. Het moet een beetje uit de bocht kunnen vliegen of via een ander pad ergens naar toe kronkelen. Dat gaf me ruimte om melancholisch te zijn en kabaal te maken.’ Menno twijfelde zelfs of hij zijn verhalen niet beter kon voordragen dan ze te verpakken in een romanvorm. Zelfs het idee voor een ‘appboek’ kwam aan de orde. ‘Dat vind ik nog steeds een goed idee. Om te oefenen voor dit boek heb ik een tijdje ultrakorte verhalen geschreven, maximaal vierhonderd woorden. Je zou dat iedere dag kunnen versturen via een app. Het voordragen van deze verhalen heb ik ook overwogen. Ik wil een intense sfeer zo goed mogelijk overbrengen. Ik wil dat het tot mensen doordringt. Dat een zin uit Rimpelgeweld een week later nog steeds in hun hoofd rondspookt.’

Na het plunderen van zijn Dropbox-documenten en rigoureuze schrapsessies, stuurde Menno het eerste hoofdstuk van Rimpelgeweld op naar literair tijdschrift Tirade. Zij publiceerden prompt het hele hoofdstuk. Binnen een uur had Menno bericht van Jelte Nieuwenhuis van uitgeverij Atlas Contact. ‘Hij vond het heel goed en was verbaasd dat hij nog nooit van me gehoord had. Ik weet niet of dat laatste een compliment is of juist niet, maar mijn boek is in ieder geval uitgekomen bij Atlas Contact. Toen ik 24 was stuurde ik af en toe een manuscript naar uitgeverijen. Ik was op zoek naar goede feedback om het af te maken, maar kreeg vaak een standaardbrief terug. Nu schrijf ik anders. Voor ik mijn stukken instuurde, had ik iedere komma gewogen en iedere alinea verfijnd. Ik weet niet of het iedereen aanspreekt, maar ik kan in ieder geval zeggen: dit ben ik op de toppen van mijn kunnen als schrijver.’ 

Krijg je schrijfkriebels van dit verhaal? Of wil je zelf graag doorbreken als schrijver? Doe mee aan CJP’s Grote Schrijfwedstrijd in samenwerking met Atlas Contact en het ILFU! Klik voor meer informatie hier.

Comments