Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Tim Hofman houdt écht heel erg van poëzie
26 JAN 2017 • Door Rick van Veluw • Beeld: Zoë Heijke • Meer blogs over Lezen

Tim Hofman houdt écht heel erg van poëzie

Hij is overal. Je ziet Tim Hofman op tv met Je Zal Het Maar Hebben, op YouTube met #BOOS en nu blijkt hij ook nog eens dichter: zijn bundel Gedichten van de broer van Roos is al toe aan de vijfde druk.

Nou ja, ‘blijkt’… Poëzie is Tim’s first love (and it will be his last). Al veertien jaar schrijft hij notitieblokken vol. Tijdens saaie busritjes in één of ander ver land of wanneer hij ’s ochtends dronken thuiskomt. Wisten wij niet, dus we vragen hem de hoodie van het lijf terwijl we zijn poëziekennis testen. Een interview over cadeautjes in taal, jonge geesten en de klasse van Ronnie Flex. 

Hendrik Marsman - Herinnering aan Holland

Weet je van wie dit is?
‘Nee. Het rijmt en het klinkt light-verse, dat weet ik wel.’
Dit gedicht van Hendrik Marsman hangt in veel klaslokalen. Het is vaak de eerste kennismaking met poëzie voor veel jongeren. Wat trekt jou aan in dichten?
‘Verschillende dingen. Ik vind puzzelen heel leuk. In taal zitten geheimen en grapjes verstopt, daar kun je heel veel mee. Mijn spanningsboog is niet zo lang. Poëzie heeft korte boogjes en lijnen: of het nu binnenrijm is of vier korte strofes. Je bent geen roman aan het bakken, waar je al die bogen overkoepelend moet maken. Je kunt je bovendien uiten in één zin. Het is lyrisch, groots, meeslepend. Dat past goed bij mijn manier van denken, wie ik ben en wat ik doe.’

Wat haal je eruit? Tevredenheid, geluk, voldoening?
‘Ligt eraan wat ik geschreven heb. Soms los ik een puzzel op die ik zelf heb uitgezet. Dat is een lekker gevoel. Ik kan me goed uiten in poëzie. Vroeger was ik niet zo’n prater. Als ik mijn issues opschreef, was het toch mijn hoofd uit. Maar ik haal er ook gewoon voldoening uit. Ik word altijd weer vrolijk van de cadeautjes die taal in zich heeft. Ze zweven rond in de lucht, je grijpt ze, vouwt ze in elkaar en hebt een gedicht.’
Je haalt er écht veel uit dus?
‘Ja! Het is geen grap. Poëzie ligt dicht bij me, ik koester het. Alleen mijn vrienden wisten dat. Nu is het een goed moment om die gedichten uit te brengen. In de bundel lees je over de tijd dat ik aan een depressie leed, een vriendin had met anorexia, ongelukkig was met mijn studie: dat ligt achter me.'
Jeetje, dat zijn heftige dingen.
'Ja, het was ook een heftige tijd. Die relatie is verbroken en de universiteit heb ik vaarwel gezegd. Ik heb het helemaal omgegooid. Het uitbrengen van deze bundel voelt als closure. Die tijd is geweest.’

Toon Tellegen - Voorwaarden waaraan een gedicht moet voldoen

Dit is van Toon Tellegen. Wat vond je ervan?
‘Omdat ik weet dat het Toon Tellegen is, kan ik het in een context plaatsen. Anders vind ik het gezocht.’
Wanneer schrijf jij gedichten?
‘Altijd, overal. In mijn studententijd was ik eenzaam en zat ik op mijn kamer te dichten. Daar kwamen van die puzzelconstructies uit voort. Afgelopen jaar ging ik er vaker voor zitten. Maar ik dichtte ook aan de andere kant van de wereld als er geen internet was. Ongetwijfeld ook na het uitgaan, als ik 's ochtends vroeg thuiskwam en dacht: ‘dit is een leuke zin.’ Ik moet getriggerd worden door iets.’
In de bundel dicht je over intieme, persoonlijke zaken. Vind je het spannend dat zoveel mensen dat nu kunnen lezen?
‘Het is wel spannend dat die bundel nu op nachtkastjes ligt. Tijdens het eerste interview dit jaar zat ik ineens over facking persoonlijke dingen te praten. Dingen waar ik nog nooit over verteld had. Mijn streven als televisiemaker is moeilijke zaken bespreken, taboes doorbreken, iets aanraken waar je niet aan mag zitten. Ik vraag geïnterviewden en mijn publiek om open te zijn, dus dat wil ik zelf ook zijn.’
Welke dichter lees je zelf graag?
‘Jean Pierre Rawie vind ik heel tof. Hij maakt zware dingen compact en leesbaar. Nico Dijkshoorn en Deelder natuurlijk. Met Deelder ben ik opgegroeid, ik kom uit Vlaardingen, onder de rook van Rotterdam. Dijkshoorn is een sterke observator. Marjolein Kool, Drs.P.’

Remco Campert - Een vergeefs gedicht

‘Dit vind ik niks.’
Waarom vind je het niks?
‘Mag ik het nog eens lezen? Ah, dit is Campert. Het is mooi geschreven, alleen hoe hij de situatie benadert… dat past niet bij mij. Eigenlijk is het weergaloos, maar qua sentiment sluit het niet aan bij wat ik vind.’
Haal jij je inspiratie uit dat sentiment?
‘Ja, maar het kan ook geënt zijn op taal. Wacht even. Hoe oud was Campert hier? Ik ga het even googelen.’
Oké.

‘Het is uit 1952, hij is van 1929 dus dan was hij… Hij was hier vet jong man! Drieëntwintig. Dat verandert de zaak. Serieus! In de context van een jonge man is dit veel gewaagder. Als oude ziel is dit makkelijk. In Nederland heb je nu jonge dichters die dat ook kunnen. Jordi Lammers bijvoorbeeld. Die gast is waanzinnig. Hij is begin twintig en heeft zo’n goed vermogen om iets op papier te zetten. Echt meeslepend. Zoek hem alsjeblieft op. Lennart van Nieuwenhuijzen is ook zo’n jonge dichter die goed kan beschrijven wat in hem omgaat. Heel puur. Als ik Campert herlees en weet dat hij 23 is, vind ik dit een razendknap gedicht. Een veertiger is zelfbewust: als die zoiets schrijft, heb je het idee dat het een truc is. ‘Ik weet wat ik voel, hoe zet ik dat in een schemaatje’. Het is spannender als je jezelf moet ontdekken.’

Ronnie Flex - Regen in de Tuin

‘Ronnie! Heb je dat filmpje op Noordeslag gezien? Ronnie heeft zo’n klein, lief zieltje. Dit liedje… ‘Ik sta achter je heupen / niet achter je keuzes’. Zo mooi! Ronnie valt niet te onderschatten naast artiesten als Spinvis, Sticks of Typhoon. Hij heeft een jonge geest en vertaalt dat heel knap naar zijn muziek. Leraren Nederlands gaan me op mijn lazer geven, maar stel dat je op de melodie van Ronnie de tekst van Campert zou zetten: fantastisch. Ze waren even oud toen ze dit schreven hè. Ronnie en Campert gebruiken woorden op een verschillende manier, schrijven iets compleet anders, maar zijn wel allebei jonge, onzekere geesten die hun gevoelens voor een ander één op één vertalen naar tekst. Ik word daar zo enthousiast van. Jonge mensen die naar Ronnie Flex luisteren: pak Campert erbij! Lees het zoals je Ronnie Flex luistert. Dan is poëzie misschien niet meer zo saai. Het zijn dezelfde jongens in een ander tijdperk.'
Bedankt voor deze Ronnie Flex-monoloog. De vraag die ik eigenlijk wilde stellen: jij gaat dit ook live doen, op de Parade. Waarom?
‘Een gedicht vereist soms uitleg. Je kunt een gedicht op papier lezen, maar het ook beeldend maken. Dat gaan we doen op de Parade, met een groot scherm en bijpassende illustraties. Ook met nieuwe gedichten, ik ga weer schrijven de komende tijd. Hopelijk krijgen we die tent een beetje vol en kan ik mijn enthousiasme overbrengen.’

Met je CJP-pas krijg je natuurlijk korting op de Parade, dus check Tim Hofman daar. Hij draagt zijn gedichten voor in Den Haag, Rotterdam, Utrecht én Amsterdam (22 juni t/m 27 augustus).

Comments