Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Poëzie: ik snap er niks van!
17 AUG 2016 • Door Sophia Blijden. Beeld: Wikimedia. • Meer blogs over Lezen

Poëzie: ik snap er niks van!

Poëzie is soms net als de Eiffeltoren: je vindt het mooi, maar snapt niet precies waarom. Hoog tijd om onszelf én de dichtkunst beter te leren begrijpen.

De Nacht van de Poëzie komt eraan: een nacht vol gedichten, muziek en gezelligheid. Natuurlijk wil jij zo diep mogelijk graven in de kunst van het dichten. Daarom behandelen we hier alvast drie epische gedichten én vroegen we experts hulp bij de analyse

J.C. Bloem – November

Het regent en het is november:
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droeg, maar steeds gewender
Zijn heimelijke pijnen draagt.

En in de kamer, waar gelaten
Het daaglijks leven wordt verricht,
Schijnt uit de troosteloze straten
Een ongekleurd namiddaglicht.

De jaren gaan zoals zij gingen,
Er is allengs geen onderscheid
Meer tussen dove erinneringen
En wat geleefd wordt en verbeid.

Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan den tijd;
Altijd november, altijd regen,
altijd dit lege hart, altijd.

Wat ik ervan maak:
Dit is in mijn ogen het mooiste gedicht dat er bestaat. Het is ook het enige gedicht dat ik van achter naar voren, ondersteboven, op z’n kop, uit mijn hoofd kan voordragen. Misschien komt het doordat ik een novemberbaby ben. Misschien is het de kracht waarmee de laatste zin altijd loeihard binnenkomt. Ik weet niet wat het is, maar ik houd van November. Daarom is het des te idioter dat ik nooit tot in de detail stil heb gestaan bij de betekenis van het gedicht. Ik ging er altijd vanuit dat het over een depressie ging. Over iemand die in de sleur van het dagelijks leven terecht is gekomen en er niet meer uitkomt. Als ik het gedicht nu nog eens na lees, lijkt me die interpretatie helemaal zo verkeerd nog niet.

Wat zegt onze expert, Chris, MA-student Moderne Nederlandse Letterkunde:
‘Dit gedicht lijkt inderdaad over depressie te gaan. Het kundige is dat Bloem wat buitenshuis gebeurt als metafoor gebruikt voor de emoties van de verteller binnen. Daarnaast is het behoorlijk slim om gelijk een heel herkenbaar beeld op te roepen in de eerste zin. Elke lezer wordt meteen herinnerd aan alle grijze regenbuien die de herfst met zich meebrengt, terwijl je het najaar ook juist heel kleurrijk kunt omschrijven. Het gevecht tegen de tijd is een terugkerend thema in het werk van Bloem. Hij dicht bijna altijd over het besef dat we uiteindelijk dood gaan. Niet erg vrolijk, maar het is wel de realiteit die Bloem veel bezig hield. Zo ook in November. Uiteindelijk haalt de tijd je altijd in.’

Dit is niet de herfst die J.C. Bloem in gedachten had

William Blake – The Fly

Little fly
Thy summer’s play,
My thoughtless hand
Has brush’d away.

Am not I
A fly like thee?
Or art not thou
A man like me?

For I dance
And drink & sing;
Till some blind hand
Shall brush my wing.

If thought is life
And strenght & breath;
And the want
Of thought is death;

Then am I
A happy fly,
If i live,
Or if I die.

Wat ik ervan maak:
Een gedicht over een vlieg. Oké... Nu spoken er natuurlijk meteen heel poëtische vragen door mijn hoofd: ‘Wat is de diepere laag?’ ‘Gaat het wel over een vlieg?’ ‘Wat is een vlieg?’ ‘Wie ben ik eigenlijk?’ In het begin wordt de vlieg aangesproken. De verteller zit in de zomer lekker te zonnen en het kleine vliegje komt langs gebonjourd. William besluit het vliegje weg te slaan. Dan vraagt hij zich af hoeveel hij en het vliegje van elkaar verschillen. ‘Ben ik niet net als jij een vlieg, en jij, net als ik, een man?’ Gaat dit over overeenkomsten zien in plaats van verschillen? Voor een gedicht uit 1794 legt Blake de vinger behoorlijk op de zere plek anno 2016. Ik ben aangenaam verrast. Wat ik precies van de op een na laatste alinea moet maken, weet ik niet zo goed. Iets met gedachten en het leven en de dood. En die vlieg dus.

Wat zegt onze expert, Willemijn, MA-student Engelse literatuur:
‘William Blake was een beetje de rebel without a cause van de Romantiek. Waar zijn tijdgenoten zich bezig hielden met ‘the sublime’ (een term geïntroduceerd door Edmund Burke, red.), ging Blake hier op ironische wijze op in. Met ‘het sublieme’ bedoelden de Romantici dat wij ons, in vergelijking met gigantische natuurverschijnselen, heel klein en sterfelijk voelden. Nou denk jij: wat heeft dit met vliegen te maken? Als je er goed over nadenkt, doet Blake hier juist het tegenovergestelde van de Romantici. In vergelijking met de vlieg is de mens natuurlijk erg groot. Voor zo'n vlieg is de mens ‘het sublieme’. Dat is typisch Blake: ontzettend onpoëtische, alledaagse onderwerpen worden ineens als iets romantisch en fantastisch neergezet.’

Hey there buddy

Antje Krog (zonder titel)

ek staan op ’n moerse rots langs die see by paternoster
die see slat slingers in die lug
liggroen skuim
onverskrokke kyk ek elke donnerse brander
in sy gut voor hy breek
die rots sidder onder my sole
my bo-beenspiere bult
my bekken smyt die aangeleerde gelate knak uit haar uit
se moer ek is rots ek is klip ek is duin
helder sing my tiete ’n koperklepgeluid
my hande pak Moordbaai en Bekbaai
my arms skeur ekstaties bo my kop:
ek is
ek is
die here hoor my
’n vry fokken vrou

Wat ik ervan maak:
Is dit gedicht een ode aan feminisme? We hebben in ieder geval te maken met een vrouw op een rots bij Paternoster. Met wat Googlespeurwerk kom ik er achter dat Paternoster een vissersdorp is in het westen van Zuid-Afrika. Ik vind het gedicht ontzettend krachtig, maar kan niet precies verklaren waardoor dat komt. Misschien doordat er een heel sterk beeld wordt opgeroepen; een vrouw staat op een rots, de zee klotst alle kanten op en zij voelt zich net zo sterk als de zee. Ze zwaait haar armen boven haar hoofd en bevestigt haar bestaan door naar boven te roepen. Het voelt alsof haar stem alle vrouwen, die vrijgevochten zijn of juist nog onderdrukt worden, vertegenwoordigt. Het scheldwoord in de laatste zin maakt het perfect. You go girl.

Wat zegt onze expert, Dorien, MA-student Communicatiewetenschappen, deed een minor Moderne Letterkunde in Kaapstad:
‘De Zuid-Afrikaanse Krog snijdt in haar werk vaak grote thema’s aan die tijdens haar leven een rol spelen. Autobiografische onderwerpen die vaak terugkeren zijn apartheid, de macht van politiek en gender. Of zoals in dit gedicht: de positie van de vrouw. We lezen over een vrouw die een intens gevoel van vrijheid ervaart. Het gedicht roept zo’n sterk beeld op doordat de verteller halverwege het gedicht de brute kracht van de zee als metafoor voor haar eigen bewustzijn gebruikt. Wanneer de vrouw in het gedicht haar vrijheid beschrijft, refereert dit aan de ondergeschikte positie waar een vrouw vaak in geduwd wordt. Ook ritmisch is het een sterk gedicht. Denk aan de alliteratie in ‘my-bo-beenspiere bult’. In de vorm komt het ‘zelfstandig zijn’ nog eens terug; geen titel, geen verzen. Het gedicht staat op zichzelf.’

Dit zie ik voor me

Met CJP krijg je je € 5,- korting op je toegangskaart voor De Nacht van de Poëzie, 17 september in Tivoli, Utrecht. Daarnaast kun je tijdens CJP Exclusief gratis van te voren backstage rondlopen en poëtische vragen stellen aan schrijver en dichter Ellen Deckwitz.

Comments