Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
De Avonden - Een zomerverhaal
08 JUN 2016 • Door Jennifer Aardema | Beeld: Eddy Posthuma de Boer • Meer blogs over Lezen

De Avonden - Een zomerverhaal

Het is dit jaar 10 jaar geleden dat Gerard Reve stierf. Ik, als ultieme boekennerd, moet tot mijn schande bekennen dat ik nooit iets van de beste man heb gelezen. 

Terwijl Reve behoorde tot De Grote Drie en De Avonden een van de belangrijkste werken uit de Nederlandse naoorlogse literatuur is. Ik kan het niet langer maken deze ultieme klassieker niet gelezen te hebben en besluit er ter plekke mee te beginnen. Midden in de zomer ja, ook al speelt het verhaal zich af in een ijskoude Nederlandse winter. Het is ook ietwat rebels om in juni te beginnen, aangezien het traditie is om De Avonden in de laatste tien dagen van het jaar te lezen. Daarbij staat zomer voor mij gelijk aan vakantie, vrolijkheid en zon. Misschien ook niet de beste timing om een boek te lezen dat zo zwartgallig schijnt te zijn, dat je de wil om te leven ter plekke kunt verliezen. Maar alles voor de literatuur, natuurlijk.

Dag 1 

‘Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de twee en twintigste December 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.’ 

De eerste iconische eerste woorden van De Avonden, dat gaat over het leven van de 23-jarige Frits van Egters. Het boek is onderverdeeld in 10 hoofdstukken, waarin in elk hoofdstuk een dag uit zijn leven beslaat. 

Wanneer ik om 10 uur wakker word, is het allang licht. Het is benauwd en de warmte van de vorige dag hangt nog in huis. Ik heb prima geslapen, in tegenstelling tot Frits. De eerste kennismaking met hem bestaat uit een uitgebreide beschrijving van zijn dromen, die vervuld zijn met dood, verval, angst en lijken die tot leven komen. Nu vind ik andermans dromen zelden interessant, maar dit is literatuur. Het heeft dus ongetwijfeld een symbolische functie. Daarbij is het meteen duidelijk dat Frits niet echt een vrolijke jongen is.  

Dag 2

Maandag. Niet per se de leukste dag van de week. Voor Frits is het echter een regelrechte hel. Zijn baan: ‘Op kantoor. Ik neem kaarten uit een bak. Als ik die eruit heb genomen, zet ik ze er weer in’. Wanneer hij terugfietst van zijn werk, fantaseert hij dat een auto hem per ongeluk doodrijdt en vraagt zich af wie hem zal missen. 

Vervolgens schetst hij in een paar zinnen de gehele nietszeggendheid van het bestaan: ‘Als ik straks thuis kom, vraagt mijn vader, of ik iets beleefd heb vandaag,’ dacht hij. Inmiddels was hij in de brede winkelstraat dicht bij huis gekomen. Reeksen voetgangers haastten zich voort over de trottoirs. ‘Ze zijn op weg naar huis, net als ik,’ dacht hij. ‘Smorgens erheen, savonds er vandaan en naar huis, […] ‘Wel,’ vroeg zijn vader. ‘Iets nieuws beleefd?’ 

Mijn werk is top (echt, niet alleen omdat mijn baas meeleest), dus ik kan me niet helemaal inleven in Frits afkeer. Paniek over de zinloosheid van het bestaan, ken ik wel. Soms overvalt me in de trein een verstikkend ‘Oh god, is dit het!?’-gevoel. Vooral als ik dezelfde grauwe, forenzende aktetasmannetjes zie met wie ik elke dag reis. Dan besef ik me dat ik dat ook ben en we als arbeiders vast zitten in de trein van het leven (diep, I know). Reve bedoelde met deze passage vast ook zoiets.  

Een groter contrast tussen boek en omgeving is bijna niet mogelijk

Dag 3

De derde dag uit Frits leven is tot nu toe mijn favoriet. Hij gaat naar een verjaardag van een kind, dat de hele avond huilt. Frits merkt terloops op: ‘Het is eigenlijk een kreng van een kind. De zenuwen zijn verkeerd gegroeid. Het zal wel niet lang leven.’ 

Na deze zin moest ik hardop lachen. Godfried Bomans schreef destijds over De Avonden: ‘Ik heb zelden een boek gelezen, zó naargeestig, zó zeer van iedere positiviteit verstoken, zó grauw, cynisch en volstrekt negatief als dit. Het wurgt iemand de keel toe’. 

Misschien komt het omdat ik dit hoofdstuk lees terwijl ik in het park lig, waar bootjes voorbij varen, kinderen voetballen en ik net een ijsje op heb, maar de negativiteit grijpt mij niet bij de keel. Ik voel me vooral opgelucht dat ik het leven wél leuk vind en vermaak me uitstekend met Frits gedachtegangen. Genieten van cynisme zonder zelf cynisch te zijn; ja, dat heeft wel wat.

Dag 4

Terwijl ik vandaag een drukke dag heb en baal dat ik niet van het lekkere weer kan genieten, is bij Frits Eerste Kerstdag aangebroken. Hoewel hij verheugd is dat hij niet hoeft te werken, weet Frits niet wat hij met zijn tijd aan moet. Hij plast in de kolenkachel, verbrandt een pissenbed met een lucifer, tekent met pen een snorretje op zijn gezicht en fluit het Franse volkslied. 

Heerlijk om te lezen over verveling na een dag vol deadlines. Verfrissend ook, want het herinnert me aan de rare shit die mensen uithalen uit verveling, als ze niet eindeloos Facebook kunnen refreshen.

Dag 5

Op Tweede Kerstdag ontbijt Frits met zijn ouders, die ook al niet bepaald een bron van geluk zijn (‘Ik wacht tot ze zich opknopen of elkaar doodslaan.’). Aan de ontbijttafel gaat Frits totaal kapot aan ergernis. Zo zucht zijn vader telkens als hij een boterham neemt (‘Alsof het opheffen en inhalen van de arm een zware arbeid is,’ dacht Frits) en gaat hij helemaal door het lint als zijn vader vervolgens ook nog met zijn eigen lepel suiker uit de pot schept, in plaats van met de daarvoor bestemde lepel uit de suikerpot. 

Ik word helemaal zen van dit hoofdstuk, omdat ik Frits begrijp. Ogenschijnlijk onschuldige eigenschappen van anderen veroorzaken ook bij mij blinde woede. Zo herken ik me volledig in het niet kunnen aanhoren van zuchtende mensen. Wanneer ik dit hoofdstuk lees bevind ik me bovendien in een vertraagde trein waarin zeker drie zuchters zitten, dus dit hoofdstuk is zeer welkom. Gedeelde irritatiesmart, is halve smart. 

Dag 6 t/m 9

Op vrijdag speel ik vals en laat ik de somberende Frits even voor wat hij is, terwijl ik het weekend inluid met een biertje. Om vervolgens hoofdstuk 6 tot en met 9 achterelkaar op zaterdag te lezen. Frits verveelt zich, er gebeurt niets, hij verspilt zijn tijd, droomt elke nacht over de dood en lichamelijk verval, et cetera. Misschien had ik toch maar een hoofdstuk per dag moeten lezen, want dit wordt me iets te zwaar.

Gerard Reve, het brein achter alle ellende van Frits

Dag 10

Het laatste hoofdstuk van De Avonden, Oudejaarsdag voor Frits Ik begin met een zwaarmoedig gevoel te lezen. Is er nog hoop? De laatste bladzijdes zijn als een zoete beloning voor alle ellende die Reve je heeft laten doorstaan. Frits gaat langs bij vrienden, maar niemand doet open. Onderweg naar huis breekt Frits. Eindelijk een moment waarop hij weerstand wil bieden aan de grauwe, troosteloze eentonigheid van zijn bestaan. Hij vraagt God, omdat niets anders helpen wil, om genade. Niet voor zichzelf, maar voor zijn ouders. De diep cynische Frits bezit toch nog iets van liefde. Hij ziet eindelijk iets heel belangrijks in: ‘Ik leef,’ fluisterde hij, ‘ik adem. En ik beweeg. Ik adem, ik beweeg, dus ik leef. Wat kan er nog gebeuren?’

Is De Avonden terecht een boek dat je gelezen moet hebben? Ja. Was dit stuk één grote spoiler? Ja, sorry. Moet je het boek nu alsnog lezen? Ja! Nu, midden in de zomer én traditiegetrouw in de winter. Daarom geeft CJP 5 exemplaren van De Avonden weg. 

Comments

Win
De Avonden