Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Een grote dichter van 12 jaar oud
23 MEI 2016 • Door Rick van Veluw. Beeld: Ingmar Heytze, Rick van Veluw. • Meer blogs over Lezen

Een grote dichter van 12 jaar oud

Wie was Willem Wilmink? Misschien rinkelt er gelijk een belletje, misschien heb je geen idee. De kans is sowieso groot dat je weleens liedjes van hem hebt gehoord: Wilmink schreef voor Het Klokhuis, Sesamstraat en De Film van Ome Willem.

Noem Wilmink geen onschuldige kinderdichter. In de jaren tachtig werd zijn werk en dat van zijn collega’s door De Telegraaf bestempeld als ‘schuttingtaal’. In het tv-programma Stratemakeropzeeshow schopten schrijvers als Wilmink en Hans Dorrestijn tegen het ouderlijk gezag aan, met het Poep- en piesmenuet als berucht hoogtepunt.

Wilminks gedichten weten ook te ontroeren. Probeer het maar eens droog te houden als Joost Prinsen zijn gedicht Ben Ali Libi, de goochelaar voordraagt. Wilmink werd bekend door dit soort gedichten en zijn (kinder)liedjes, maar zelf zag hij er geen verschil tussen. Het waren voor hem allemaal geschreven teksten die hij vloekend en tierend schreef (als we zijn goede vriend Herman Finkers mogen geloven). In 2003 overleed Wilmink op 66-jarige leeftijd, al had hij naar eigen zeggen een emotionele leeftijd van twaalf.

Handig literatuurboek

‘Er spreekt zoveel enthousiasme en liefde uit zijn schrijven. Ik ben veroverd door die man,’ zegt Guus Middag. Middag zette de spotlights op een onderbelichte kant van Wilmink met het door hem samengestelde Handig Literatuurboek. ‘In het boek staan lessen en lezingen van Wilmink over zijn favoriete literatuur,’ vertelt Middag. ‘Hij doceert op een hele toegankelijke manier over zijn favoriete boeken en gedichten, alsof hij naast je staat. Geen voetnoten of ingewikkelde theorieën, maar een universeel verhaal dat voor iedereen te begrijpen is. Eén van Wilminks bundels heet Wat ik heb gevonden, je raadt het nooit. Volgens dat motto schrijft hij over literatuur: met een kinderlijk enthousiasme. Hij wil zó graag dat je het snapt, want dit boek of dit gedicht is volgens hem de moeite waard.’

Guus Middag met het door hem samengestelde Handig Literatuurboek.

Middag las per toeval eens wat van Wilmink en raakte zo door zijn schrijven betoverd. ‘Op een tafel in het universiteitsgebouw waar ik studeerde, lag een bundel verzamelde versjes en gedichten van hem. Ik sloeg het open en heb urenlang zitten lezen. Zo’n eenvoudige en veelzijdige stijl!’ De favoriete Wilmink-les van Middag uit het Handig Literatuurboek gaat over Bredero, de Nederlandse dichter uit de zestiende eeuw. ‘Wilmink schrijft over hem alsof het een tijdgenoot is: hoe Bredero eens dichtte over een terneergeslagen man die ’s nachts door Amsterdam doolt omdat de liefde van zijn leven onbereikbaar is. Dat doet Wilmink zo knap, hoe hij Bredero naar het hier en nu haalt. Hij maakt er een universeel verhaal van dat ons allemaal aanspreekt.’ Hoe doet Wilmink dat toch, wat is het geheim van zijn stijl? Middag kan de vinger er niet precies op leggen. ‘Ik heb lang nagedacht hoe hij het doet,’ geeft hij toe. ‘Maar het is geen trucje dat hij herhaalt: het voelt naturel en soepel. Ik denk dat Wilmink het kind in zichzelf heeft laten leven. Hij keek nog altijd als een 12-jarig jongetje naar de wereld. Die verwondering vindt je terug in zijn schrijven.’

Een liedje zonder clou

Dertien jaar na zijn dood is Wilmink nog lang niet vergeten in de muziek- en dichtwereld. Eefje de Visser is bijvoorbeeld groot fan van de dichter. De zangeres komt bijna door de telefoon heen van enthousiasme als ze praat over zijn werk. ‘Als kind luisterde ik superveel naar zijn Sesamstraat-liedjes,’ vertelt ze. ‘Pas geleden heb ik ze weer herontdekt. Het is zó goed. Wilminks teksten zijn simpel, eenvoudig en onschuldig. Zonder poespas of dingen om het ingewikkeld te maken. Veel liedjes eindigen bijvoorbeeld in een anticlimax. Zoals een liedje over poes Moortje die kwijt is. Slaapt ze in de tuin van de buren? Zit ze in de badkamer? Of is ze de straat overgestoken? Nee, ze lag al die tijd gewoon in haar mand.’

Eefje de Visser in haar element.

Eefje vervolgt: ‘Als kind maakt zo’n gebrek aan een clou je natuurlijk helemaal niets uit. Ik vind dat mooi, dat simpele. Het geeft een geruststellend gevoel als je het leest.’ In haar eigen schrijven balanceert ze tussen een gemakkelijke en gelaagde stijl. ‘Het liefst gebruik ik eenvoudige woorden, maar tegelijkertijd schrijf ik automatisch licht filosofische teksten. Dat doe ik niet bewust, dat komt er gewoon zo uit. Metaforen gebruik ik ook vaak. Mijn werk zit tussen gelaagd en nuchter in.’

In snikken uitbarsten

In de dichtwereld heeft Wilmink met Ingmar Heytze een groot fan. Heytze kende Wilmink al voordat hij kon lezen. Dankzij zijn moeders platenkast vol cabaret en kleinkunst luisterde hij als driejarige al ‘met een veel te grote koptelefoon’ naar liedjes van Wilmink. In zijn jonge dichtersjaren werd hij beïnvloed door dichters als Wilmink, Hans Dorrestijn en Lennaert Nijgh. ‘In de jaren tachtig gebruikten cabaretiers onder andere teksten van dichters. Als je weet dat je gedicht gezongen zal worden, schrijf je een tekst waar de lezer én luisteraar iets mee kan. Zowel in de vorm als de inhoud en onderwerpskeuze,’ vertelt Heytze. ‘Mijn werk is minder vormvast en zingbaar dan dat van Willem Wilmink. Ook mis ik een groot deel van zijn technische en historische bagage. Maar de hang naar het schrijven van gedichten waarmee je mensen zou kunnen raken, trok me direct aan. Want dat wilde ik ook. Dat wil ik trouwens nog steeds.’

Heytze: 'Toegankelijke dichters als Wilmink zitten onterecht in een verdomhoekje waar nauwelijks uit te komen is.'

Heytze laat bij het lezen van sommige Wilmink-gedichten nog altijd een traan. ‘Mijn favoriete Wilmink-bundel is Moet worden gevreesd dat het nooit bestond? uit 1991. Elk gedicht daarin behoort tot mijn favorieten. Mijn ultieme favoriet Achterlangs staat daar dan weer net niet in. Ik barst eigenlijk altijd uit in snikken als ik dat lees, ergens ter hoogte van de zin 'en alle dingen waren plotseling weer goed’. Dat krijgen de meeste gedichten bij mij niet voor elkaar.’

De nalatenschap van Wilmink is groot: zo’n 1600 pagina’s verzameld werk. Toch is Wilminks invloed op de Nederlandse poëzie volgens Heytze niet heel groot. ‘De Nederlandse poëzie’ is natuurlijk een breed begrip,’ zegt Heytze. ‘Maar vormvaste, toegankelijke dichters als Wilmink zitten nu eenmaal al heel lang en zeer onterecht in een soort verdomhoekje waar nauwelijks uit te komen is. Aan de andere kant was Wilmink toen hij nog leefde zeer bekend. Ik denk dat dat altijd het lot is van dichters van het volk: bekender dan alle ‘moeilijke’ dichters bij elkaar, maar na hun dood sneller vergeten omdat de literatuurgeschiedenis nu eenmaal niet door het volk wordt geschreven. Maar toch: als iemand zich in 2100 over de Nederlandse liedkunst van het einde van de twintigste eeuw buigt, zullen een stuk of tien namen rood oplichten. Eén daarvan zal die van Willem Wilmink zijn. Ooit maakt hij die stap naar eeuwige roem.’

Het Handig Literatuurboek van Willem Wilmink ligt nu in de winkel. Eefje de Visser en Ingmar Heytze horen zingen/voordragen? Eefje speelt 3 december in Carré en Ingmar draagt 24 juni voor op het Nieuwe Types literatuurfestival in Arnhem. 

Comments

Gerelateerde kortingen

Carré
40% CJP-korting

Carré

Theaterparel aan de Amstel