Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Ik trok een dag op met de Dakloze Dichter van Amsterdam
22 APR 2016 • Door Janet Lie. • Meer blogs over Lezen

Ik trok een dag op met de Dakloze Dichter van Amsterdam

Reacties op dumpert.nl zijn normaal de beerput van het internet. Maar de Dakloze Dichter, oftewel Hilmano van Velzen, verraste met zijn gouden stem en ging viral. Stagiair Janet ontmoet hem in hartje Amsterdam, waar hij haar de woordkunst leert.

Sinds hij overal op Facebook rondging, is het leven opeens heel anders voor Hilmano. ‘Ik was eerst onzichtbaar en nu staat er opeens een spotlight op me. Echt gestoord.’ De straatdichter heeft in het echt net zo’n kalmerend stemgeluid als in zijn dumpert-filmpje. Hij stond op het literatuur-event Woorden worden zinnen en in mei komt zijn eerste dichtbundel uit. Vlak voor onze ontmoeting was hij in de studio om enkele gedichten uit de bundel voor te lezen. Ik ga vandaag bij hem in de leer, om net zo’n bedreven spoken word artist te worden. We wandelen langs de grachten, terwijl de zon in onze ruggen prikt en de agressieve fietsers ons bijna omver rijden. 

‘Ik ben ook gevraagd voor Mysteryland en Bevrijdingsfestival Zwolle. Én ik heb gisteren de burgermeester ontmoet. Best gek, dat ik Eberhard van der Laan nu in mijn telefoon heb staan.’ Een drukke man dus, die Hilmano. De ‘dakloze’ dichter klopt ook niet helemaal meer, want sindskort slaapt hij op de bank van een vriend. Samen zijn ze bezig met een documentaire over zijn leven. ‘Er zijn al twee films over mij gemaakt, maar dit wordt de eerste lange film,’ zegt de dichter nuchter.

Verslaving

Anders dan zijn zelfverzekerdheid en onberispelijke uitspraak doen vermoeden, dicht Hilmano pas sinds twee jaar. Voordat hij gedichten voordroeg aan vreemden, heeft hij jarenlang aan de duistere kant van de straat gestaan. ‘Drugs is een last van mij. Als je op straat leeft, wordt het een vicieuze cirkel. Je bent aan het lopen en je kan niet verder. Letterlijk en figuurlijk. Daarom gebruik je cocaïne om de pijn te verdoven en door te kunnen gaan. Soms bleef ik tien nachten achter elkaar wakker. Best gestoord hè? Dat is trouwens een stopwoord van mij, ‘gestoord’.’ Hij steekt een sigaret op en kijkt voor zich uit. ‘Het liefst doe ik geen drugs, zoals vandaag. Maar als ik nergens heen kan, is de verleiding groot. Sinds ik de poëzie heb is die behoefte minder. De poëzie is zelf al zo high.’

We strijken neer voor het drukke monument op de Dam, waar Hilmano jarenlang leefde. ‘Vroeger was deze plek ’s nachts mijn 'kantoor'. Als mensen iets zochten, zoals hotels of drugs, dan verwees ik ze door. Ik deed het niet alleen voor toeristen, maar ook voor Amsterdammers. Ondertussen verdoofde ik mezelf om te kunnen blijven lopen.’ Een Italiaanse toerist naast ons steekt een voorgedraaide joint op en begint keihard te rochelen. Een muffige wietlucht dringt onze neusgaten binnen, terwijl we staren naar de kermis tegenover ons op de Dam. Op het plein is de drukte normaal al intens, maar de hysterische attracties bombarderen nu mijn zintuigen. Felle neonlichten en een techno-remix van het Benny Hill-deuntje laten niks heel van het Amsterdamse landschap dat Hilmano’s hersenkronkels normaal prikkelt.

De muze

Hilmano’s ogen twinkelen als hij over zijn vriendin Sasha vertelt. ‘Zij is mijn muze. De gedichten die je op dumpert hoort gaan over haar. Maar ze heeft borderline en zit sinds vandaag in een verslavingskliniek, waar ze tien weken moet blijven. Ze kan soms heel heftig reageren, maar dat is die borderline hè. Op een gegeven moment word je er wel gestoord van.’ Net op dat moment hoor ik tussen het scherpe gegil van de attracties een ingeblikte ringtone afgaan. Hilmano haalt een klein, oud mobieltje uit zijn zak dat volledig onder de krassen zit. ‘Kijk, ze belt nu.’ Alsof je het over de duivel hebt. Hilmano neemt op. ‘Hallo? Hè? Sas, ik kan niet langskomen vandaag. Ik probeer morgen langs te komen, oké? Of ik iets lekkers mee kan nemen? Ik kan het niet beloven.’ Hij hangt op en zucht. ‘Je hoort het al. Met lekkers bedoelt ze natuurlijk drugs. Terwijl ze nu in een kliniek zit, hoor ik aan haar stem dat ze zwaar aan de pillen is. Het is zwaar, maar ik hou van haar.’

Hilmano's voormalig kantoor.

Hilmano’s poëzietips

Ik wil graag weten hoe Hilmano zijn gedachteflitsen stapgewijs omzet in gedichten. Hij fronst en denkt even na. ‘Schrijf je gevoel op. Geen gedachtes. Zoek een ritme in de woorden, een ritme dat loopt. Breng het gevoel niet halfslachtig. Je moet jezelf totaal gegeven. Als je dat kan, dan voelen andere mensen het ook. En niet de hele tijd bezig zijn met rijmen. Ik maak immers geen Sinterklaasgedichten.’ De dichter heeft altijd een notitieboek bij zich, zodat hij alle spontane gevoelens meteen op kan schrijven. Vandaag heeft hij maar liefst zes notitieboeken in zijn tas zitten. ‘Ik weet het heel simpel te houden. Het hoeft niet zo geleerd, academisch en hoogstaand. De kleinste dingen zijn het mooiste, waar veel mensen over het hoofd zien. Maar misschien is het omdat ik niet heb gestudeerd, waardoor ik niet kijk zoals de massa.’

‘Zie je die kids daar?’ Hilmano wijst naar een groepje jongens van een jaar of veertien. ‘Ik loop er heen.’ Hij staat op en demonstreert hoe hij te werk gaat. ‘Hey jongens, ik ben de Dakloze Dichter. Willen jullie een gedicht horen?’ Ze aarzelen even, maar dan roept de witblonde puber met het blikje energydrink in zijn hand: ‘Hé, hij is van dumpert!’. Ze gaan om hem heen zitten, als bij een kampvuur waarvan iedereen de warmte van wil voelen. Knullen die eerst met elkaar stonden te geiten, zijn nu opeens doodstil. Ze zijn een en al oor voor Hilmano’s woorden en geven hem na afloop een klein applaus. ‘Al die kids kennen mij van dumpert,’ Hij ploft weer naast me neer. ‘Ik maak hen graag blij. Ik hoef geen voorbeeldfunctie te hebben, ik doe gewoon mijn ding. Tot nu toe krijg ik alleen positieve reacties als ik mensen aanspreek. Ook de politie komt nu naar mij toe om gedichten te halen,’ lacht hij.

De poëzie bedrijven.

Dichten met Hilmano

Nu ik heb meegemaakt hoe de Dakloze Dichter zijn kunst laat zien, wordt het tijd dat hij mij de poëzie leert. ‘Jij zal zelf moeten schrijven. Een kort gedicht van woorden die bij jou opkomen.’ Hoe? Al het wezenlijke stroomt opeens mijn hoofd uit. Mijn geest is blanco. ‘Vertel me wat je ziet. Denk niet na.’ Ik sta op en beschrijf het ronddraaiende reuzenrad van de kermis, de duiven en mensen die door elkaar krioelen als insecten. Als een notulist schrijft Hilmano geconcentreerd op wat ik vertel. Ik ratel associaties die in me opkomen, alsof ik een rap battle tegen mezelf houd. Winnen of verliezen maakt niet uit, want voor ik het weet zegt Hilmano: ‘Klaar! Je hebt je eerste gedicht gemaakt.’ We lopen op een groep blonde pubermeisjes af, die verveeld op een tree zitten, en bieden mijn gedicht aan. Opeens sta ik, iemand die altijd half moet overgeven als ik een presentatie geef, middenin Amsterdam een gedicht voor te dragen aan wildvreemden. Mijn comfort zone is ver te zoeken. En het voelde goed. Hilmano: ‘Het mooiste is om te zien hoe mensen voor je openstaan. Je staat binnen no time in hun persoonlijke ruimte. Maar in plaats van je weg te duwen, trekken ze je naar binnen. Dat is soms ook beangstigend.’

We lopen richting het Surinaams-Chinees restaurant Kam Yin op de Warmoesstraat, waar ik een bruine bonen-schotel met moksi meti voor hem koop. Als ik Hilmano vraag wat hij het liefste zou willen, wordt hij even stil en haalt hij vervolgens zijn schouders op. ‘Ik heb al alles wat ik wil. Mensen vinden mijn poëzie mooi. Ik heb Sas… nou ja, min of meer. Nu alleen nog een huis en meer optreden.’ Hij glimlacht. ‘Sasha is niet onder de indruk van mijn bekendheid nu. Dat vind ik juist leuk aan haar. Of ik nou Michael Jackson ben of een jongen van de straat: het maakt haar niet uit. Zij houdt me met beide benen op de grond. Niet dat ik snel zal vliegen.’ Ik heb vandaag veel geleerd van deze bijzondere man, en niet alleen hoe je moet dichten. Hopelijk verdwijnt ‘Dakloze’ binnenkort permanent uit zijn naam, zodat hij simpelweg bekend staat als Hilmano de Dichter.

De Dam
zoals ik hier nu sta
ik kijk zo

zie ik veel mensen
duiven als insecten
door elkaar
rond en rond
als een groot rad
ik zie rook uit het spookhuis
lopende duiven
die weigeren te vliegen
zoals ik hier nu sta
zie ik Amsterdam
zo onmisbaar

© Janet Lie & Hilmano van Velzen

Ben je ook onder de indruk van deze dichter? Zijn eerst gedichtenbundel komt uit in mei, bij Uitgeverij Heimdall. Voor meer dichtkunst kun je terecht op het Nieuwe Types Literatuurfestival op 23 t/m 25 juni, waar je als CJP’er € 2,50 korting krijgt op entree.

Comments