Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
‘Ik huilde om winkelruiten met: ‘alles moet weg’.’
11 APR 2016 • Door Martine Bakker. Fotografie: Tommy N Lance Photography. Visagie: Chris Völkers. • Meer blogs over Festival Lezen

‘Ik huilde om winkelruiten met: ‘alles moet weg’.’

Zangeres Roos Rebergen -die van Roosbeef inderdaad- schrijft rauwe teksten over haar leven. Dat vind je óf fantastisch óf verschrikkelijk. Hoe dan ook: de komende maanden kun je niet om Roos (28) heen. Dit voorjaar debuteert ze als dichter en komt er een album uit met performer Andre Manuel, waarmee ze dit festivalseizoen gaat optreden. Daarna verhuist Roos met haar toekomstige man, een wetenschapper, naar Kentucky.

Deze festivalspecial van C. magazine sméékte om een festivalartiest in hart en nieren op de cover. En dat ís Roos. Haar jeugd speelde zich af op een boerderij in Duiven, waar haar familie iedere zomer het festival Koeioneur organiseerde. Roos trad er zelf ook op. ‘Mijn vader maakte straattheater, het was heel gewoon voor ons om mensen te entertainen. Het verlangen dat mensen kijken naar wat je doet, zat er bij mij al vroeg in.’ Vanaf haar twaalfde schrijft Roos haar eigen liedjes en als ze vijftien is, staat ze met haar band Roosbeef te oefenen in de koeienstal. ‘Op een boerderij is niets te doen, je moet jezelf vermaken. Zo ben ik met muziek begonnen. Mijn ouders zorgden dat ik een piano had, maar ik heb nooit muziekles gehad. Oh jawel, trommel-les. Als ik dan noten moest lezen, viel ik in slaap. Ik heb vooral mezelf leren spelen en zong het liefst mijn eigen liedjes. Die van anderen bestónden al.’ Tegen de tijd dat Roos achttien werd, had ze optredens gehad in het hele land: iedere bibliotheek, elke zaal en ieder café. ‘Toch had ik nog steeds geen album gemaakt. Ik kreeg steeds meer vragen over ‘het debuut van dat gekke meisje.’ De toen met roze haar getooide Roos moest er dus aan geloven en ze kwam met Ze willen wel je hond aaien maar niet met je praten, een ware hit.

Festivalartiest in hart, nieren én roze jurk: Roos Rebergen. 

Gekraakt kunstenaarsbos

Voor de fotoshoot bij dit verhaal trekken we ons terug op een magische plek, in het iets minder magische Weesp. Het Domein is een bos aan de rand van een industrieterrein, waar allerlei kunstenaars hun atelier hebben. Tevens een van de tent- en attributen-opslagplekken van het rondreizende theaterfestival De Parade, een plek waar Roos vaak speelt. ‘Altijd erg leuk, ook al is het zwaar om vier á vijf show per dag te spelen en mensen proberen te entertainen die liever rosé drinken.’ Roos heeft voor de gelegenheid een roze vintage jurk uit de jaren zeventig meegenomen. ‘Hoe ouder je wordt, hoe saaier de kleding die je draagt. Wanneer trek je anders zo’n jurk aan?’ We lopen door de schuur, langs steenovens voor ambachtelijke pizza’s, tentdoeken en neonletters die het woord ‘theater’ vormen. Dan gaat haar telefoon. ‘Ja, hoi. Uh, 7 april? Dan kan ik wel. Ok. Doei.’ Later vertelt ze dat haar verloofde belde: of ze 7 april kan trouwen, want hij heeft op die datum een locatie vastgelegd. Roos had nog wel een gaatje in haar agenda gelukkig.

Jezelf uitknijpen  

De tractoren in de opslag zijn een goed bruggetje naar Roos’ haar jeugd op de boerderij. Ze woonde er, tot het huis op haar achttiende werd afgebroken, omdat de gemeente een andere bestemming had voor het land. Een heftige tijd. ‘Ik verhuisde naar Utrecht en tegelijkertijd kwam mijn eerste cd uit. Het was in eerste instantie moeilijk om op mezelf te wonen en mijn dag zelf in te delen. Ik snapte niet waarom mensen de dagelijkse dingen leuk vonden: werken, boodschappen doen, koken, tv-kijken. Wat is het nut daarvan? Daarnaast werd er vanuit de industrie en het publiek verwacht dat ik weer een nieuw album maakte, dus ik zat vaak in mijn eentje thuis te wachten tot ik me ertoe kon zetten om een lied te schrijven. Mijn vrienden zaten op school of op hun werk en mijn ouders woonden ergens anders, dus alles moest uit mezelf komen; de muziek, praktische zaken regelen. Dat is leuk als het allemaal lekker loopt, maar ook eenzaam. Je moet jezelf soms uitknijpen tot er iets is dat je kunt verkopen. Uiteindelijk kwam er dan wel wat, alleen heb je daar niet altijd zin in als je ’s ochtends opstaat.’
Vervolgens had ze ook nog te maken met allerlei mensen en hun meningen. Roos houdt zich groot en zegt dat ze er niet wakker van ligt van haters, maar geeft uiteindelijk toe dat ze dat aan het begin van haar carrière wel moeilijk vond. ‘Toen was ik nog maar een méísje.’ Gelukkig doet het haar tegenwoordig echt niets meer. ‘Ik heb liever dat soort extreme hate it or love it reacties, dan dat iedereen het ‘gewoon oké’ vindt. Bij zo’n mwoah-houding is het zonde dat ik mezelf daarvoor helemaal heb blootgegeven.’

Even een zenmomentje pakken voor een poppenhuis.

André Manuel

Gelukkig zijn er meer dan genoeg mensen wél fan. Ook vakgenoten: Roos deelde al vele malen het podium met talentvolle Nederlandse liedjesschrijvers, zoals Lucky Fonz III en Torre van de Staat. Nu neemt ze een plaat op met Andre Manuel. ‘Ik ken hem al vanaf dat ik klein ben en keek altijd erg tegen hem op. Hij kwam vaak bij mijn vader langs en zong dan magische liedjes in het Nederlands. Zo zong hij in het nummer Junkie: ‘Ik ben de zoon van het lied, kind van het akkoord, junkie van de taal en verslaafd aan het woord.’ Ik voelde me als kind verwant met die emoties.’ Al is ze naar eigen zeggen minder verslaafd aan het woord Roos als André. ‘Ik ben wel verslaafd aan muziek en het creëren van dingen. Maar je kunt pas verslaafd raken als je iets heel vaak doet. Zoveel heb ik nog niet geschreven.’

Poëzie versus muziek

Toch: je kunt je afvragen in hoeverre het schrijven van muziek anders is dan dichten. Roos: ´Het leuke aan poëzie is dat ik net zulke lange zinnen kan maken als ik zelf wil. Toen ik aan mijn dichtbundel begon, klikte het meteen. Net als de keer dat ik opeens begreep dat ik mijn liedjes in het Nederlands moest schrijven. Daarvoor deed ik een soort van Engels, wat ik altijd afraffelde omdat ik me meer op de melodie wilde focussen. Op mijn zeventiende zei een muzikant tegen mij: ‘Schrijf eens in het Nederlands’. Diezelfde dag maakte ik Volle Magen en eindelijk vóélde ik de teksten. Datzelfde gevoel had ik bij het dichten, het besef dat ik er een nieuwe hobby bij heb.’

Wild thing! Je maakt mijn hart aan het zingen. 

Bloemetjesgordijn

Op het terrein van de shoot staat een poppenhuis, inclusief bloemetjesgordijnen. Het doet denken aan Roos, want ook al neuriet de kersverse poëet melodietjes tijdens het nemen van de foto’s, schittert ze in een roze jurk en maakt ze veel grapjes, onder die luchtige blijheid gaat een flinke portie somberheid schuil. Dat komt ook naar boven in haar gedichtenbundel. Zo schrijf ze: ‘Als ik naar school fietste wenste ik dat het stoplicht weer op rood zou springen. Zodat ik nog even alleen kon zijn. Zodat ik nog niet hoefde te praten. Zodat ik mezelf kon horen denken. Misschien wil ik daarom wel geen kinderen.’ Ze zet verhalen en gedachten op papier die veel mensen niet eens durven te dénken. Over haar depressies, bijvoorbeeld. Zo omschrijft ze zichzelf als halve dochter met veel servies voor iemand met weinig ruzie. ‘Dat gaat over die keer dat mijn moeder langskwam en ik me triestig voelde. Dan kan ik gewoon niet gezellig meedoen, al probeer ik het nog zo hard. Daarom voelde ik me als een halve dochter.’ Pure poëzie, zonder wollig en abstract te zijn, en daardoor juist heel toegankelijk.

Als cliffhanger even een gezellige backstagefoto van redacteur Martine en Roos met heldere lichten tussen hun gezichten.

Een dokter die zich dik voelt

De bundel is een naslagwerk geworden van alles wat er in Roos’ hoofd omgaat. ‘Ik ben in mijn boekje veel opener dan in mijn muziek en schrijf mijn gedachtes op zoals ze zijn. In het echte leven vind ik dat niet nodig, maar op papier wel. Al wordt je er niet altijd vrolijk van. Ik schaam me nergens voor en gooi ook alle lelijke dingen op tafel. Neem dit gedicht: Ik wil een dokter die zich dik voelt en drinkt. Die een zwaar hoofd heeft en zichzelf dood wenst, en als ik het toch voor het zeggen heb, het liefst met een SOA. Ik wil ook wel eens lachen. Als ik naar de dokter ga, zegt hij vaak: ‘Roos, wat heb je nóú weer’. Dan heb ik weer een of andere obscure aandoening.’ Maar zelfs Roos is wel eens klaar met al haar emoties. ‘Dit boekje is het laatste wat ik schrijf over mezelf. Ik ben net gestopt met therapie voor mijn somberheid en slik nog wel medicijnen, maar verder is het nog nooit zo goed gegaan met me. Ik ervaar alles heel heftig: geluiden, lichten, sferen, spanningen. Soms is dat fijn, omdat ik daardoor hele mooie dingen zie, maar het kan ook erg vermoeiend zijn. Nu weet ik beter wat ik moet negeren.’

Ik ben niet achterlijk

Waar komt dat trieste toch vandaan? ‘Ik was als kind al zo’, aldus Roos. ‘Op school snapte ik niet veel van de leerstof, maar ik begreep wél hoe mensen zich voelden en met elkaar omgingen. Dat maakte me vaak triest. Zo moest ik vroeger altijd huilen als er op een winkelruit stond: ‘alles moet weg’. Zulke ingrijpende woorden. Dat heb ik nu gelukkig minder.’
Naast een leven vol emoties, verloopt dat van Roos ook in sneltreinvaart. ‘Ik doe alles snel. Mijn lief ontmoette ik afgelopen september, we woonden binnen een week samen, gaan dus in april trouwens en verhuizen na de zomer naar Amerika. Ik raak snel uitgekeken op plekken tegenwoordig. De afgelopen vier jaar woonde ik in Antwerpen, daar heb ik het nu ook wel weer gezien.’ Haar ouders kijken er niet meer van op. ‘Ze weten dat ik niet achterlijk ben en niet zomaar met de eerste de beste trouw. Ik ben met iemand die ik graag zie, terwijl ik tóch mijn eigen leven kan leiden.’

In rap tempo op deze patio poseren. 

Voor de verhuizing naar Kentucky gaat Roos eerst nog knallen met Tjing Tjing in de Kleine Komedie (12 en 14 april) en tijdens het festivalseizoen (houd roosbeef.nl in de gaten voor exacte locaties). Daarnaast neemt ze vanaf 12 april alle liefde en haat in ontvangst voor haar dan uitgebrachte gedichtenbundel Ik ben al 11 jaar geen 16 meer.

De tenten met bijbehorend theaterprogramma van de Parade zijn deze zomer te bezichtigen met CJP-korting. Deze fotoshoot werd mede mogelijk gemaakt door Het Domein.

Comments

Win
Roos Rebergen - Ik ben al 11 jaar geen 16 meer