Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
De literatuur-thermometer: Roos van Rijswijk
21 APR 2016 • Door Jennifer Aardema. Beeld: Irwan Droog • Meer blogs over Lezen

De literatuur-thermometer: Roos van Rijswijk

Is de literatuur een mannenwereldje? Schrijven vrouwen anders dan mannen? Bestaan er mannen- en vrouwenboeken? CJP onderzoekt het man/vrouw-klimaat in de boekenwereld. In aflevering 4 van deze serie: Roos van Rijswijk.

Roos van Rijswijk is columnist voor Advalvas, schreef toneel voor Theatergroep Thomas en publiceerde verhalen in onder andere Tirade, De Revisor, De Gids en Das Magazin. Afgelopen februari debuteerde ze met de roman Onheilig, die lovend is besproken. Onheilig vertelt het verhaal van Angelique en haar zoon Miguel, waarvan die laatste van de een op de andere dag via een willekeurige hotelaanbieding is vertrokken naar het Duitse Nieheim. Een groter contrast met zijn kantoorleven in Amsterdam is bijna niet mogelijk. In het pittoreske Nieheim (waar één museum is, over zakken) doet hij klusjes en rijdt hij op zijn brommer langs de velden en bossen. Op een dag krijgt hij ongevraagd de wildvreemde Jorge onder zijn hoede. Jorge, die graag luistert naar de Rammsteinachtige band Unheilig, ‘is niet helemaal goed’. Tot Miguels vreugde én frustratie, wijkt hij nooit van zijn zijde, ook niet wanneer hij het bericht ontvangt dat zijn moeder ernstig ziek is. We spreken Roos over haar roman, schrijven, seksisme en je mengen in een debat: ‘Het liefst nuanceer ik alles kapot’.

Vind je de literatuur een mannenwereldje?
‘Zoals ik het beleef niet. Ik heb niets te klagen, want ik ben veel en goed gerecenseerd. De Lezeres des Vaderlands schreef laatst dat er eens in de zoveel tijd een vrouwelijke debutant op het schild wordt gehesen. Ik hoop dat dat in mijn geval niet alleen is omdat ik een vrouw ben, en dat mijn boek er is omdat het goed is. Je kunt echter niet ontkennen dat als je naar het totaalplaatje van de literatuur kijkt, met alle boekbesprekingen en prijzen, dat mannen meer aandacht en automatisch meer aanzien krijgen. Dat heb ik zelf ook ervaren toen ik in boekhandels werkte. Daar maakte ik vaak mee dat ik een boek adviseerde aan klanten, die vervolgens het boek niet wilden omdat het over een vrouw ging of door een vrouw was geschreven.  Dat komt volgens mij omdat de man een soort univeriseel beeld is. Kijk alleen al naar de poppetjes in handleidingen of naar het stoplicht. Vrouwen leren zich al vroeg te vereenzelvigen met mannen, maar andersom gebeurt dat veel minder. Ik denk dat het daar veel mee heeft te maken en dat het niet zo is dat er bewust seksistische mensen in boekwinkels en in de literaire sector rondlopen. Hoewel onbewust ook heel erg is natuurlijk…’

Is seksisme iets waar je vanaf toen over na bent gaan denken?
‘Nee, dat moment kwam veel eerder. Toen ik een jaar of achttien was, werkte ik voor een internetbedrijfje. Ik was daar de enige vrouw én ik had toen een vriendinnetje, waardoor ik een super vreemde eend in de bijt was. Daar viel me op hoe anders ze daardoor tegen me aankeken. Daarbij begon ik als puber pas laat met groeien, waardoor sommige mensen mij niet helemaal konden plaatsen. Ze wisten niet of ik nu een jongen of een meisje was. Dat leverde rare reacties op. Mensen worden daar agressief van, of bang, of heel brutaal en stellen vragen over je seksleven. Je moet je dus gaan verantwoorden voor hoe je eruit ziet, net alsof mensen dat nodig hebben om te beslissen hoe ze met je omgaan. Dat is heel tekenend, misschien ook wel voor de literatuur. Dat mensen zich eerst moeten afvragen of iets door een man of vrouw is geschreven voordat ze een oordeel kunnen vellen.’

Voel je een verantwoordelijkheid om je daar als schrijver over uit te spreken?
‘Ja en nee. Als ik nu een kort verhaal over Het Patriarchaat zou schrijven, zou dat pamflettistisch en ondubbelzinnig proza worden. Ik vind het veel belangrijker dat ik iets schrijf waarbij de lezer zelf dingen kan invullen en dat er ruimte is om je eigen gedachtes te vormen. Er zijn schrijvers die dat goed kunnen, geëngageerd schrijven terwijl het hoog literair is, maar ik kan dat niet. Daarbuiten spreek ik me er wel over uit, in discussies bijvoorbeeld, maar ik ben niet zo van het op hoge poten opiniestukken schrijven. Vooral omdat ik meedoen aan het publieke debat lastig vind. Alles wat je zegt wordt heel zwaar gewogen. Je moet niet alleen alles kunnen bewijzen – daarom is de Lezeres des Vaderlands met haar cijfers zo sterk – maar je mag ook niemand buitensluiten. Dat is natuurlijk goed,  maar het kan ook erg verlammend werken. Caitlin Moran schreef in haar laatste columnbundel over hoe onmogelijk het is om voor iedereen te spreken en hoe raar het is om dat te verwachten. Het is goed om je bewust te zijn van anderen, maar het moet geen reden zijn om dan maar helemaal niets meer vanuit je eigen hokje te mogen zeggen.’

Zoals Angelique in Onheilig? Ze beseft dat er ongelijkheid is in de wereld en dat zij het beter heeft dan anderen, waardoor ze vindt dat ze niets over anderen mag zeggen.
‘Ja, alleen heeft Angelique het wel in hele extreme mate. Ze geeft één keer geld aan een gezin met een verstandelijk gehandicapt jongentje, maar dat was het dan ook wel. Zij is extreem met zichzelf bezig.’

Onheilig is deels geschreven vanuit het perspectief Angelique, een stervende vrouw van middelbare leeftijd, waarbij je een wereld beschrijft die ver van je af staat. Was dat een bewuste keuze?
‘Ja. In fictie moet het altijd een beetje schuren. Nu heeft er genoeg geschuurd in mijn leven en schuurt het nog steeds, maar ik vind het niet prettig en niet interessant genoeg om daar over te schrijven. Als anderen over zichzelf schrijven levert het vaak prachtige literatuur op, maar het is veel leuker om te onderzoeken hoe een compleet ander iemand in het leven staat. Ik vind het bijzonder dat er vaak iets wordt gezegd over het feit dat ik geen autobiografisch proza heb geschreven en mijn boek niet gaat over een jonge vrouw in Amsterdam. Er heerst een hele sterke opvatting dat schrijvers van mijn leeftijd alleen maar over zichzelf kunnen schrijven, dat we behoren tot de ‘navelstaargeneratie’. Eigenlijk zou er eens geteld moeten worden hoeveel van dat soort boeken er zijn, want volgens mij valt dat wel mee. En de vraag is ook: hoe erg het is als mensen wél over zichzelf schrijven?’

Cijfer: +5
Commentaar: ‘Dus eigenlijk een vijftien! Op naar de twintig! Zal je net zien dat ik ineens allemaal opiniestukken en feministische romans ga publiceren voortaan.’

Comments