Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
De CJP literatuur-thermometer: Daan Heerma van Voss
17 MRT 2016 • Door Jennifer Aardema. Beeld: Koos Breukel. • Meer blogs over Lezen

De CJP literatuur-thermometer: Daan Heerma van Voss

Is de literatuur een mannenwereldje? Schrijven vrouwen anders dan mannen? Bestaan er mannen- en vrouwenboeken? CJP onderzoekt het man/vrouw-klimaat in de boekenwereld. In aflevering 1 van deze serie: Daan Heerma van Voss.

Tijdens onze zoektocht begonnen we natuurlijk bij Cisca Dresselhuys, een van dé first ladies van het feminisme in Nederland. Niet alleen zwaaide ze jarenlang de scepter bij Opzij, ook startte ze een van de meest spraakmakende rubrieken ooit in tijdschriftenland: Langs de feministische meetlat. Hierin gingen talloze mannelijke ministers, opinieleiders, wetenschappers én schrijvers bij haar over de knie. Door middel van diepte-interviews over hun drijfveren, werk en privéleven, haalde Cis boven water hoe deze mannen écht over vrouwen en feminisme dachten.

 Harry Mulisch: een dikke -3
De interviews gingen destijds viral (toen nog lekker offline als gesprek van de dag) door het cijfer waarmee Dresselhuys de geïnterviewden achteraf beoordeelde. Zo scoorde Jan Wolkers een 6+, maar haalde Harry Mulisch een dikke -3. Ook cijfers onder nul dus, bij zeer vrouwonvriendelijke uitspraken, waardoor de meetlat al gauw meer de functie van een thermometer kreeg.

Dresselhuys’ thermometer bestaat niet meer, maar dat feminisme nog op de agenda staat is duidelijk, zeker in de literatuur. We hebben flawless Beyoncé die de feministische teksten gebruikt van schrijfster Chimamanda Ngozi Adichi, maar ook een onderzoek waaruit bleek dat boekrecensies grotendeels worden geschreven door mannen, over boeken van mannen. We hebben Lena Dunham die de wereld verovert én een Opzij Literatuurprijs (hoewel de winnares van dit jaar, Niña Weijers, die liever niet had gewonnen).

Hoog tijd om onze eigen CJP Thermometer in de boekenwereld van nu te steken. Het maakt ons niet uit of ze zelf stofzuigen of niet, maar de manier waarop jonge schrijvers in het leven staan en hoe dat hun werk beïnvloedt, interesseert ons des te meer. Want, zoals Cis zelf leerde van haar interviews, ‘veel weten leidt tot veel begrijpen.’ 

‘Mannen willen winnen’
Daan Heerma van Voss bijt het spits af. Hij wordt een van de vaandeldragers van de nieuwe generatie grote schrijvers genoemd. Er staan vijf romans op zijn naam, waarvan De laatste oorlog afgelopen januari verscheen, en zowel zijn vader, moeder als broer schrijven ook. Na het voorstel mee te werken aan deze reeks mailt Daan: ‘Ik ben benieuwd of ik hoger scoor dan de 0 van mijn vader destijds. Hij noemde vrouwen eng geloof ik, dat zal La Cisca niet top hebben gevonden.’

Enkele jaren geleden interviewde je voor De Groene Amsterdammer Dresselhuys en Arnon Grunberg. Over De Feministische meetlat zei ze: ‘Mannen wilden dolgraag een goed cijfer halen, maar vonden tegelijkertijd niets lekkerder dan tegen mij zeggen dat ze nooit de afwas hadden gedaan’. Hoe zit dat met jou?
‘Ik denk dat mannen – excuseer me voor het veralgemeniseren, maar daar ontkomen we in zo’n gesprek niet aan – graag willen winnen, maar tegelijkertijd ook geen watje willen zijn. Heel tegenstrijdig dus. Mijn vader is ervan overtuigd dat iedereen die hoog scoorde op de meetlat zich beter voordeed dan dat hij werkelijk was. Dat heb ik ook een beetje. Als ik hoor dat Kees van Kooten het hoogste cijfer ooit haalde, denk ik meteen: wat een slijmbal is het ook.’

Waar kwam die vrouwenangst van je vader vandaan?
‘Die angst is nu al een stuk minder hoor, maar ik denk dat hij het feminisme nooit echt heeft begrepen. Hij kwam uit een gezin met een zwakke vader en een erg dominante moeder. Het idee dat vrouwen moesten vechten voor hun rechten vond hij uitermate vreemd. Daarbij is hij overtuigd van het Macbeth-patroon: een man is erg, maar de vrouw die hem van alles influistert op de achtergrond ook. Zo niet erger!’

Jouw moeder is sociologe, oud-hoogleraar vrouwenstudies en een van de eerste vrouwen die een wetenschappelijke carrière combineerde met kinderen. Hoe ging dat samen, een feminist en een man met vrouwenangst?
‘Mijn vader is, op zijn manier, altijd trots geweest op mijn moeder. Maar dat heeft niets met haar feminisme te maken. Op het gebied van werk hebben anderen haar vermoedelijk meer bevestiging gegeven dan hij. Dan wij, moet ik zeggen, eerlijk is eerlijk. Ze zegt ook dat ze het makkelijker vond haar plaats te bevechten in de maatschappij, dan in ons gezin.’

Ging het bij jullie thuis over feminisme en hoe heeft dat je beïnvloed?
‘Ik kan me het feminisme van mijn moeder niet meer zo goed herinneren, was toen nog erg klein. Af en toe maakte ze zich heel erg druk over iets, dan schreef ze een column. Feminisme was haar strijd, niet die van mijn vader, mijn broertje of mezelf. Dat werkte het serieus nemen alleen soms niet in de hand. Als mijn moeder ergens over begon, was het al snel ‘krijgen we dit weer.’ Wanneer ik iemand het feminisme hoor verdedigen, denk ik dan ook vaak: hé, net m’n moeder.’

Vrouwen worden minder gerecenseerd en genomineerd voor literaire prijzen dan mannen. Stoort dat je?
‘Wat me vooral stoort, is dat literaire prijzen vaak naar blanke, oude witte mannen gaan. Daarbij stoort het oude en het blanke me evenveel als het feit dat het altijd mannen zijn. Dat is dus net zo goed een ja als een nee.’
 
Voel je je als schrijver verantwoordelijk daar iets van te zeggen?
‘Ik sprak me daar wel eens over uit, maar dat doe ik niet meer. Ik ben dan een blanke man, maar niet oud, dus ik hoor alsnog zelf bij een van de benadeelde partijen. Kortom: mijn stem is verdacht. Beter niet doen, dus.’

In een interview over De laatste oorlog zeg je: ‘Iedereen discrimineert, ook ik, het is een kwestie je daar bewust van te zijn en die vaak onbewuste instincten tegen het licht te houden.’ Hoe belangrijk is het dat literatuur zich bezighoudt met dit soort maatschappelijke thema’s?
‘Ik vind niet dat literatuur die taak moet hebben. Literatuur gaat in de eerste plaats over de mens, niet over de maatschappij. Ik ben geïnteresseerd in de kleine, persoonlijke slagvelden van die grote, abstracte oorlogen. De vraag is altijd: hoe gaan mensen daarmee om?’

In De laatste oorlog komt het volgende fragment voor, waarin Judith, de vrouw van de hoofdpersoon Abel zegt: ‘Ík vroeg om de rekening en toch krijg jij die zogenaamde loyalty card aangeboden. Dat is toch seksistisch?’. Waarop Abel antwoordt: ‘Dit is dus wat er mis is met het hedendaags feminisme. Niet betalen en toch klagen als je geen kortingskaart aangeboden krijgt.’ Denk jij daar ook zo over?
‘Dit gesprek heeft in het echt plaats gevonden met mijn vriendin. Het was een provocatie en zegt meer over de relatie die ik heb met haar, dan over mijn mening over het feminisme. Desalniettemin vind ik het leuk om mijn vinger op zere plekken te leggen en tegenstrijdigheden te bevragen. Hoewel ik ook heel goed besef dat vooroordelen – we zijn met miljarden individuen op aarde, we moeten wel – algemeen menselijk zijn. Gelukkig hebben we elkaar, om ons erop te betrappen.’

Eindscore: +4
Commentaar Daan: ‘De score is prima. Mijn vader zal jaloers zijn. Ik kan rustig sterven.’

CJP geeft korting op vele literaire festivals. Daar kun je Daan tegenkomen en hem complimenteren met zijn cijfer.

Beeld: Uitgeverij De Bezige Bij 

Comments