Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Concertje pakken met oma
24 FEB 2016 • Door Martine Bakker. Headerbeeld: Leander Lammertink (Concertgebouw) • Meer blogs over Muziek

Concertje pakken met oma

Weer eens wat anders dan crowdsurfen in je glitterpak.

Je familie kies je niet, maar als je geluk hebt deel je wel je passie voor cultuur met ze. Zo stond ik afgelopen zomer te hiphoppen met mijn moeder op een festival en ga ik nu next level met oma naar een concert. Oma is een muziekkenner en daarom mag zij het concert uitzoeken. Het wordt niet naar schoenen staren in Paradiso, maar een pianoconcert van het Nederlands Philharmonisch Orkest in het Amsterdamse Concertgebouw. Een ervaring die me de ware aard van oudjes bijbracht.

Voorstelrondje

Dit is mijn negentigjarige oma An. Ze heeft mijn opa Martin ontmoet op een dansschool, waar ze bezweek voor zijn charmes. Logisch wel, want de beste man heeft veertig procent van zijn leven rondgeparadeerd in een vliegenierspak. Dit jaar zijn ze zeventig jaar getrouwd. Iets wat mij alleen nog lukt als ik tenminste honderd word en vandaag nog in het huwelijksbootje stap op de Filipijnen of in het Vaticaan (daar is scheiden verboden). Oma heeft jaren in Indonesië gewoond, waardoor ze nu zonder accent een soto ayam kan bestellen. Ze heeft drie zoons op de wereld gezet – de middelste is mijn vader – en bezit daarnaast een intrigerende verzameling Japanse mini-sculpturen. Oma houdt van kletsen met de kapper, bridgen met vriendinnen en luisteren naar muziek. Al werkt haar gehoor helaas niet altijd mee: ze draagt 24/7 een ‘oor’. Haar codewoord voor gehoorapparaat.

Gelukkig was het een tijdje hip om bh's door kleding heen te zien. 

Muzikale highlight

Gelukkig doen oma’s oren het nog nét goed genoeg om zes keer per jaar naar het Concertgebouw te gaan. Een highlight in haar leven, dat verder bestaat uit wandelen naar de Albert Heijn en doktersbezoeken. Tijdens ‘haar’ avond gaat ze samen met de buurvrouw per taxi naar Amsterdam. Daar eten ze stamppot met zelfgemaakte appelmoes in haar lievelingsrestaurant, om de hoek van het Museumplein. Nu mag ik dus mee. Mijn oma draagt voor de gelegenheid haar luipaardenprint-jas, knotsen van oorbellen en een satijnen pantalon. Hoewel ze haar hele leven op torenhoge pumps heeft gelopen, kunnen haar voeten nu geen hakken meer aan. Dus heeft ze glimmende gouden sneakers waar steunzolen inpassen. Mocht je nu denken dat mijn oma een replica van Nel Veerkamp is, dan heb je de verkeerde indruk. Noem haar eerder Jane Fonda, met het kapsel van Beatrix.

Vooroorlogs voordringen

In het prachtige gebouw aan het Museumplein hangen we onze jassen in de garderobe. Dat duurt een tijdje, want eerst wil ik alle mensen die de oorlog nog hebben meegemaakt voor laten. Totdat ik besef dat mijn sociaal wenselijke gedag moet doorbreken, als we het concert nog willen halen. In de Grote Zaal hebben we goede plekken, vooraan in het midden. Oma duwt een rol Mentos in mijn hand en ik duw oordoppen in mijn oren. ‘Wat is dat?’, vraagt oma. Ik probeer uit te leggen dat ik mijn gehoor bescherm, mochten de blazers ineens los gaan met hun getetter. ‘Ik gebruik deze ‘oren’, zodat ik over tien jaar nog geen ‘oor’ van jouw kaliber nodig heb, oma.’ Ik voel een generatiekloof.

Zenheid

Eerst luisteren we naar een stuk van Johannes Brahms, genaamd Akademische Festouverture. Het komt uit 1880. Als het concert aanvangt, gaan de lichten verrassend genoeg niet uit. Vervolgens ben ik me zeer bewust van alle mensen om ons heen. De dirigent komt op en wordt ontvangen alsof Beyoncé net is neergestreken na een lancering uit een confettikanon. Pablo González heet de stokkenzwieper, en het fascineert me hoe hij het hele orkest meekrijgt. Waar ik normaal gesproken sta te grinden op de flows van boze rappers, voel ik me gelijk zen in deze klassieke wereld. Ik vergeet mijn to-do-lijstjes en denk een paar keer aan het woord ‘akoestiek’.

De pianist als wereldster

Er komt een groep vreemde mannen op het podium en in no-time toveren ze een piano uit de grond. Pianist Olli Mustonen daalt neer van de trap. Deze staat blijkbaar hoger in de hiërarchie van het concert dan de dirigent, want het publiek gaat nóg harder los. ‘Dit had ik kunnen zijn als ik nooit van pianoles was gegaan’, denk ik gedesillusioneerd. De pianist speelt een stuk van Edvard Grieg, Pianoconcert in a op. 16 uit 1868. Hij trekt daarbij intrigerende gezichtsuitdrukkingen die lijken op gezichtsyoga. De jonge contrabassist gooit zijn hele lichaam in de strijd om een beat te produceren en ik denk aan die aflevering van Sex and the City waarbij Carrie’s vriendje haar lichaam bespeelt alsof ze een contrabas is. De rest van het concert probeer ik oogcontact te maken met deze man. Ik denk dat hij mij ook wel ziet zitten, aangezien ik zo lekker jong afsteek in de crowd. ‘Prachtig toch, die muziek? Ik hoor het vast anders dan jij maar geniet met heel mijn hart,’ zegt oma.

Gratis drank

Wie denkt dat de jeugd van tegenwoordig asociaal is, heeft nooit een concertzaal vol mensen op leeftijd meegemaakt die in de pauze op een plateau gratis sinaasappelsap duiken. Er zijn niet genoeg zitplekken in de hallen rondom de concertzaal en bejaarden zitten nou eenmaal graag. Daarom is er een ware stoelendans gaande. Voor de gelegenheid heeft oma haar BMW (codewoord voor rollator) niet mee, dus hangt ze aan mijn arm alsof ze me wilt motiveren voor een sit-down. ‘Kom mee!’, schreeuwt oma, ‘we moeten naar mijn plekkie’. Haar ‘plekkie’ - feitelijk gewoon een bank naast de bar waar iedereen mag zitten - is in zicht. Maar een nanoseconde voordat wij arriveren, werpt een man met een stok zich op de bank. ‘Neeeeeee!’ Oma en ik spenderen de pauze wijn drinkend aan een statafel.

Energieke kalmte

Tijd voor het laatste stuk. Voor ons gaan twee zestigers in matchende fleece-truien zitten. Oma buigt zich richting mijn oor, ‘kijk, nou toch…’. Ik wapper paniekerig met mijn Mentos-rol en oma beseft nét op tijd dat het doodstil is en dat haar fashionstatement door de gehele zaal galmt als ze haar zin doorzet. Het orkest redt ons met De vier temperamenten van Carl Nielsen uit 1902. We krijgen vier miniconcerten: een cholerische, flegmatische, melancholische en een sanguinische. Ik ken alleen ‘melancholisch’, met dank aan mijn dertigersdepressie, dus leer ik nieuwe woorden met bijbehorende soundtrack voor ‘driftig’, ‘kalm’ en ‘energiek’. Tussentijds stopt het orkest steeds even met spelen, wat voor de zaal een teken is om in keihard gehoest uit te barsten. Goor. Iemand naast me klapt tussendoor en mijn oma kijkt alsof deze persoon naakt in de zaal zit. ‘Dat hoort helemaal niet’, sist ze in mijn oor. Je mag pas klappen als het is afgelopen.’ Het geheel eindigt met een energieke trip (of zoals ik het voortaan noemt: een sanguinische trip) waarbij de vioolsnaren bijna losspringen en de blazers ademnood vertolken. Als de dirigent buigt, schieten oma en ik cholerisch omhoog en klappen alsof we duizenden vliegjes doodmeppen. We voelen liefde voor onze oren.

Wil je ook een keer met je oma, matchende fleecevest-lover of jezelf naar het Amsterdamse Concertgebouw? CJP’ers krijgen korting op concerten van bijvoorbeeld het Koninklijk Concertgebouworkest, het Nederlands Philharmonisch Orkest, Riaskoff Meesterpianisten, de Zaterdag Matinee, Het Zondagochtend Concert en de Robeco zomerconcerten.  

Comments