Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Voorpublicatie: Naamloos - Pepijn Lanen
14 JAN 2016 • Door Steven Stoffers • Meer blogs over Lezen

Voorpublicatie: Naamloos - Pepijn Lanen

19 januari verschijnt Naamloos, het tweede boek van Pepijn Lanen a.k.a. Faberyayo van De Jeugd Van Tegenwoordig. Lees het eerste hoofdstuk nu alvast bij CJP.

Faberyayo, P. Fabergé, P. Dronq of De Duitse Herder: zo naamloos als zijn romandebuut is Pepijn Lanen niet. We kennen hem allemaal als rapper van De Jeugd Van Tegenwoordig, maar sommigen van ons hebben ook zijn eerste boek Sjeumig gelezen. In die verhalenbundel liet Pepijn al zien over een bijzondere stijl te beschikken en dat zet hij nu ook door in zijn eerste roman. Benieuwd naar de rest van het boek na onderstaande voorpublicatie van het eerste hoofdstuk? Doe mee aan de winactie van CJP, dan heb je Naamloos 19 januari misschien wel eerder op je deurmat liggen dan de Nederlandse boekhandels.

Naamloos-boek-Pepijn-Lanen-Faberyayo-voorpublicatie-preview-hoofdstuk-boeken-literatuur-korting-CJP-cover

Dag 7

Het begint met dat ik me mijn naam niet meer kan herinneren. Het is een hele schappelijke halfnegen ’s ochtends in de badkamer van een woning gelegen binnen de ring. In de ronde spiegel die bij de wasbak hoort, staat een niet meer zo jonge man met ontbloot bovenlijf en haar dat wel een borstel kan gebruiken. Een mond vol elektrische tandenborstel en lippen vol schuim roerloos onder twee verwarde ogen die me aan staren. Terwijl het verwisselbare opzetborsteltje stug door blijft boenen op dezelfde plek, graaf ik in de zandbak van mijn geheugen naar de combinatie, voor- en achternaam, die me al tweeëndertig jaar voor een groot gedeelte van
mijn identiteit voorziet.
     Flarden schieten voorbij maar niks blijft plakken. Iets met een a? Een tussenvoegsel? Kort van voren, familienaam overdreven lang uitgerekt? Ergens midden in de zoektocht naar waarheid verliest de hand waarmee ik op de wasbak leun de strijd met het porselein. Terwijl deze wegglipt, schrik ik me een hartverzakking. 
     Ik knipper met mijn ogen en spuug een mondvol Parodontax
het afvoerputje in. Terwijl ik mijn tong poets ga ik mijn stappen na en kom tot de conclusie dat naast wakker worden in mijn, weliswaar tijdelijke, maar toch eigen bed, er vandaag vrijwel nog niets gebeurd is, laat staan iets wat doorgaans tot verlies van eigennaam leidt. Het raam in de badkamer toont een strak witte lucht. Ik voel me opgesloten op aarde. Mijn nagels zijn te lang. Niet per se om te zien, maar wel in het gebruik. Wanneer ik een ochtendstrontje uit mijn ooghoek peuter, prikt de nagel op onaangename wijze in mijn oogbal.
     ‘Ik had wel blind kenne wezen,’ grapt de jonge man in de spiegel. 
Eerst moet ik lachen, dan schaam ik me ineens en uiteindelijk doe ik maar alsof hij het nooit gezegd heeft. 

Ik spoel mijn mond en neem een paar slokken ijskoud water. Ik rommel in een bakje met badkamertroepjes op zoek naar een nagelknipper, waarvan ik op voorhand al denk dat ik die in ieder geval niet daar ga vinden. Anders waren mijn nagels waarschijnlijk al geknipt geraakt, ergens in de afgelopen dagen. In een vlaag van enthousiasme haal ik mezelf over om een paar push-ups te doen. Ik kom tot dertien herhalingen voordat ik er geen zin meer in heb en mijn bovenarmen beginnen tegen te sputteren. Als ik omhoogkom is daar weer de spiegel. Het hoofd boven het ontblote bovenlichaam is rood aangelopen.
     Het gezicht herken ik uit duizenden. Het is het gezicht van een volslagen vreemde, waarvan ik toch elke detail kan dromen. De ogen altijd hetzelfde; vragend en doelloos. De neus waar ik net
goed mee weg ben gekomen en de mond die ook maar gewoon een mond is. De nulstand is er een van onnozelheid. 
     Ik wrijf met beide handen over het gezicht van de vreemde. ‘Hoe heet jij ook alweer?’; de woorden verfrommeld in mijn handpalmen. Een zenmoment bekruipt me maar wordt op het laatste ogenblik afgewend door toetergeluid uit de verte. Een kusje van
het stadse leven.

Als stok achter de deur zet ik de douche alvast aan en ga op het toilet zitten. Terwijl het water naar beneden klettert bekijk ik, verveeld zonder smartphone, maar mijn handen. Het zijn twee gekke apparaten. Twee lompe deeghaken om het alledaagse mee te kneden. Aan de binnenkant eelt om aan te pulken en aan de buiten kant krasjes en sneetjes en brandwondjes. Van die kleine ronde die je de volgende dag ineens hebt.
     Die tussen de knokkels van mijn wijs- en middelvinger van de rechterhand herinner ik me nog; ik was een jaar of vijftien en rookte een sigaret op zo’n manier dat deze aan mijn onderlip bleef plakken zonder dat ik dat doorhad. Na een paar seconden merkte ik plots dat de gloeiende kop zich had genesteld in het kruis van de twee benen die mijn rechterwijs- en middelvinger samen vormen. Ik zal er ongetwijfeld van gegild hebben. Een ander, soortgelijk rond littekentje zegt me weer helemaal niets. Net zo makkelijk. Ik probeer mijn nagels te nagelbijten, maar ik weet niet hoe dat moet en ik geef het even zo snel weer op. 
     Mijn benen mogen er ook wezen. Vooral de onderste helft. Het ene zit nog voller met raadsels en oorlogsverhalen dan het andere. Een verkleurde blauwe plek die nooit meer weggaat van wanneer ook alweer. Ineens ook deel van de permanente lichaamsversiering op een grauwe zaterdagmorgen, toen ik wakker was geworden en me weinig meer kon herinneren van de voorgaande avond behalve schimmen van een middelbareschoolfeest en hier en daar een scheutje van een ver weg kraakpand. Toen ik probeerde op te staan deed mijn hele lichaam pijn en bleken al mijn kleren onder het zand te zitten. Mijn fiets stond netjes voor de deur van mijn ouderlijk huis en verried geen woord van wat er was voor gevallen.

De douchestraal maakt mijn hoofd leeg. Ik manoeuvreer me er zo onder dat het water aan weerskanten van mijn hoofd langs mijn oren stroomt. Ik waan me in een vacuüm waar ik precies lekker op lichaamstemperatuur ben en de tijd niet meer voor- of achteruit beweegt.
     Minuten gaan voorbij.
     Of misschien wel uren.
     Nee waarschijnlijk geen uren.
Ik besluit weer deel te nemen aan de realiteit en open mijn ogen. Een fles geurige douchegel voor heel het lichaam glimlacht me toe vanaf de vloer van de bad-doucheconstructie. Een vluchtig moment ruik ik heel geurig naar citrus en nog wat andere producten, maar door het almaar doorkletterende watergeweld ben ik al vrij snel op geurniveau: Acceptabel Frisse Man. 
     Herboren verlaat ik de douche en droog me goed af voor een nieuwe dag vol mogelijkheden. Als ik de slaapkamer weer instap word ik in het gezicht geslagen door twee vervelendheden die me bijna door de knieën doen zakken; ik moet weer dezelfde kleren aantrekken. En, oh ja: ik weet mijn eigen naam niet meer.

Naamloos ligt vanaf 19 januari in de winkel, maar CJP'ers hoeven niet per se de deur uit om het boek  te bemachtigen. Doe nu mee aan de winactie en maak kans op één van de vijf exemplaren + e-book.

Comments

Win
Pepijn Lanen - Naamloos