Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Van slagersassistent naar literaire belofte
15 JAN 2016 • Door Martine Bakker • Meer blogs over Lezen

Van slagersassistent naar literaire belofte

Om Het Smelt voor elkaar te kunnen schrijven, heeft Lize Spit (27) een jaar lang in afzondering gevlamd op haar toetsenbord. Nu is haar debuut te dik voor de brievenbus.

Lize woont in Brussel en groeide op in Viersel, een klein dorpje in België. Daar liggen de wortels van het verhaal dat niet autobiografisch is, maar wel overlap kent met haar eigen leven. Het verhaal speelt zich af in een dorp waar Laurens, Pim en Eva onafscheidelijk zijn, tot de zomer waarin hun pubergedrag uit de hand loopt en Eva iets doet wat over haar grens gaat. Jaren later keert ze terug met een mysterieuze homp ijs in haar achterbak. Een rauw verhaal over de slechtheid van de mens en het verlangen om gezien te worden. 

In het kader van Het Smelt versus CJP spraken we Lize op een ijsbaan in het culturele hart van Amsterdam: op het Museumplein.

I am Lize Spit. 

Je hebt scenario schrijven gestudeerd en maakte hiervoor voornamelijk proza en poëzie. Heb jij altijd een vurig verlangen gehad om een roman te schrijven? 

‘Ik wilde al jong debuteren, maar ben lang bezig geweest met de vraag: kan ik dat wel? Het idee was er, maar niet het zelfvertrouwen. Terugkijkend, ben ik al mijn hele leven al onbewust bezig geweest met dit boek schrijven. Ik ben altijd bezig met situaties analyseren. Op begrafenissen denk ik: wat is hier interessant en hoe kan dat omschreven worden? Tijdens de seks denk ik eraan hoe mensen bewegen, wat we doen en hoe dat in elkaar zit. Er is een quote van James Wood in How fiction works: ‘literatuur zorgt ervoor dat je het leven beter opmerkt’. Zo ervaar ik dat ook.’ 

Wanneer wist je: ik word schrijver?

‘Als negenjarig kind moesten we in de klas limericks schrijven. Na mijn voordacht moest de juf wenen. Dat was zo’n belangrijk moment voor mij, want toen besefte ik dat ik in staat was om iemand te ontroeren met wat ik had opgeschreven. Dagenlang bleef ik gloeien binnenin. Ik denk dat je pas weet wat je wil worden, wanneer je in datgene bevestigd wordt.’

Zijn er situaties in je boek die je als kind al in je had opgenomen?

‘Als tiener werkte ik als poetser in een beenhouwerij (slagerij, red.). We moesten per shift twee uur lang onze armen tussen de snijmachines steken om oud gehakt en bloed weg te poetsen. Daarbij gingen de slagaders in onze polsen rakelings langs de messen. Het was tien kilometer heen en terug fietsen en ik verdiende dan een tientje. Er zijn observaties die ik toen heb gedaan die nu in mijn roman zitten, want in mijn verhaal komt ook een beenhouwerij voor.’  

Had je jezelf een ijzingwekkend schrijfregime aangemeten?

‘Ik ben heel gedisciplineerd en gestructureerd: in mijn agenda heb ik een jaar geblokkeerd voor dit verhaal. Iedere ochtend nam ik de trein naar mijn kantoor net buiten Brussel. Als ik moest wachten op de trein klapte ik mijn laptop al open. Op kantoor werkte ik van 10:00 uur tot 17:00 uur met een half uurtje lunchpauze. Weer thuis deed ik wat in het huishouden en ging weer van 20:00 uur tot 03:00 uur schrijven. Ik kon niet stoppen. In het weekend mocht ik van mezelf in pyjama op de bank werken. Het boek was het enige waar ik mee bezig was. Natuurlijk had ik wel eens verplichtingen, maar ik zat in een soort waas, want dacht alleen maar aan de personages. Nu pas begin ik van mijn wolk af te komen.’ 

Sttt, hier sta ik op de foto met een anagram voor Spit zonder pi.

In Het Smelt spelen de personages ‘doen, durven of de waarheid’. Daarbij vragen ze naar elkaars schaamtevolle momenten. Vertel eens over een schaamtevol schrijfmoment van jou?

‘Tijdens het schrijven ervaar ik zo’n gevoel van vrijheid, dat ik nooit schaamte ken. Die schaamte komt pas later als ik weer Lize ben. Er is bijvoorbeeld een scene waarin Eva masturbeert met een Pritt-stift. Zo’n lijmstick. Dan denk ik wel eens: als de vader van die ene vriendin maar niet denkt dat ik dat ook doe.’  

Ach, alles wat jij je bedenkt, heeft hoogstwaarschijnlijk ooit iemand in het écht gedaan.

‘Dat is echt zo! Dan hoor ik van vrienden die op de eerste hulp werken dat ze daar eens een man aantroffen die een hamster in zijn achterste had gestopt. Die gaat dan knabbelen van binnen. Zo valt die Pritt-stip reuze mee.'

Je gaat je boek spectaculair presenteren in het dorp waar je vandaan komt, ook al staan er veel verhalen in over de mensen die daar nog steeds wonen. Hoe ga je dat doen?

‘Nou spectaculair. Dat valt wel mee hoor. Ik ga daar niet met vuurwerk in mijn gat staan. Maar het vergt wel ballen, want die mensen gaan niet blij zijn met het boek. Ik schets geen vrolijk beeld van de samenleving. Mensen weten daar alles van elkaar, maar ook weer niet. Ieder huisje heeft zijn kruisje, maar niemand zal ooit vragen: hoe gaat het echt met je? Heel gek, als ik daar kom word ik ook een soort oppervlakkige versie van mezelf en wil ik meteen horen wat al het leed van de ander is. Toch heb ik een hele leuke jeugd gehad, we waren één grote familie. Je loopt gewoon bij buren langs de achterdeur naar binnen om te kijken of ze thuis zijn.’

IJspret.

Jouw personages doen heftige dingen. Heb jij net als hen wel eens je arm in een koe gestoken?

‘Ik was niet zo extreem, maar ja, dat soort dingen deden wij wel als kinderen. Ik zat bij jeugdbeweging de Chiro; dat is een soort scouting. Zat je daar niet op; dan had je geen vrienden. Iedere zondag deden we activiteiten: kampen bouwen in het bos, elkaar uitdagen om knakworstensap te drinken en duiken in de koeienstront. Ik vond dat fantastisch om jong te zijn en mezelf vuil te maken. Ik herinner me dat ik vaak naar het ziekenhuis moest voor letsels, zoals een hersenschudding of een gebroken sleutelbeen, omdat ik weer eens uit een boom was gevallen. Ik was een jongsachtig meisje, maar ik had ook meisjesachtige vriendinnen waarmee ik in de tuin ging kamperen.’ 

Als je meisjesachtige kant naar boven komt: waar smelt jij dan van?

‘Ik zit nu in een kinderfase, waarbij ik smelt van baby’s. Of van YouTube-filmpjes. Bijvoorbeeld een filmpje van een dove man die niet in woorden kan uitdrukken hoe blij hij is met de positieve zwangerschapstest van zijn vrouw. Misschien begint mijn biologisch klok nu te tikken, omdat mijn lichaam weet: als ik over een jaar weer aan een nieuw boek begin, dan komt het er nooit van.’ 

Hoe lief zou haar mini-me zijn! Wij zijn in ieder geval gesmolten door Lize’s ontwapenende verschijning, gulle lach en recordpoging ‘grootste knot op het hoofd balanceren’. Wil je ook ervaren hoe ijshompen, koeiendarmen en masturbeerden met een lijmstaaf samenvalt? Klik op de ‘Doe mee’-knop om één van de vijf gesigneerde boeken te winnen. 

Comments

Win
Lize Spit - Het Smelt