Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
‘Ik weet hoe het is om bij ‘de anderen’ te horen’
12 JAN 2016 • Door Steven Stoffers • Meer blogs over Lezen

‘Ik weet hoe het is om bij ‘de anderen’ te horen’

Een interview met Maurits de Bruijn over zijn nieuwe boek De achterkant van de zon, een pleidooi voor nieuwsgierigheid naar ‘de ander’. Of: hoe je door Mariah Carey je onverstaanbare Marokkaanse taxichauffeur kunt begrijpen.

Als de ouders van Soufjan een blonde baby vinden in de Marokkaanse woestijn, houden ze haar verborgen. Niemand mag Mariah Carey, zoals Soufjan zijn nieuwe zusje noemt, zien. Zeventien jaar later ziet Soufjan met lede ogen aan hoe Mariah haar vlucht naar Nederland voorbereid. Zij durft haar leven in eigen hand te nemen, terwijl Soufjan berust in zijn rol als taxichauffeur in Marrakech en een leven dat in niets lijkt op de films die hij verslindt. Mariah wil in Nederland haar biologische grootouders Sonja en Huub zoeken. Maar past Mariah na zeventien jaar in een Marokkaans woestijndorpje nog in het beeld dat Sonja zich bij een kleindochter had voorgesteld?

Dit is zo’n beetje het verhaal van De achterkant van de zon, de tweede roman van Maurits de Bruijn (1984). In zijn eerste boek, het met lof overladen Broer, gaat de hoofdpersoon op zoek naar zijn broer die jaren geleden verdween tijdens een reis in het buitenland. Een situatie die Maurits persoonlijk heeft meegemaakt. In De achterkant van de zon dompelt Maurits ons dus echter onder in een heel andere wereld. Eentje die ver van het bed van een Zuid-Hollander uit een Joods/Gereformeerd gezin ligt, zou je zeggen. Niets blijkt minder waar, als we Maurits interviewen aan de hand van citaten uit het boek.

‘De baby hoort nu bij ons, ik weet niet waarom. Ik draai me om en aai over het blonde, dunne haar. Ze komt uit Amerika en ze heet Mariah Carey.’

Hoe diep gaat jouw liefde voor Mariah Carey?
‘Toen ik begon aan dit boek was het niet zo erg, maar het wordt steeds sterker. Ik wilde haar naam vooral gebruiken vanwege de iconische waarde en omdat ik het grappig vond. De tweede keer dat ik in Marokko was, wilde de taxichauffeur heel graag met mij in gesprek. Hij sprak alleen geen Engels en ik heel slecht Frans. Dus begon hij maar met een heel zwaar accent namen van popsterren op te noemen: Bop Dielè, Righanna. Ik vond het heel mooi dat dat dus de iconen zijn die we over de hele wereld met elkaar delen. Voor veel mensen hebben celebs de status van heiligen en is ‘faam’ een soort religie geworden. Voor Soufjan zijn films waarschijnlijk belangrijker dan de Islam. Waarom het dan per se Mariah moest zijn, is deels omdat het ook een religieuze naam is, maar vooral omdat zij zelf erg fan is van Marokko. In een aflevering van MTV Cribs zag ik ooit dat een hele vleugel van haar New Yorkse penthouse een ‘Maroccan lounge’ is en ze heeft zelfs één van haar kinderen Maroccan genoemd.’

‘Nog voor mijn moeder zich kan omdraaien, open ik de lade en alsof iemand een knopje heeft ingedrukt, begint de baby te huilen.’

In een stuk voor Stichting Sobibor schreef je ooit over je moeder (1942), die de Jodenvervolging overleefde: ‘Een baby die (…) als foto is terechtgekomen in een lade waar ze niet thuis lijkt te horen.’ De parallel met het lijdend voorwerp, Mariah, van De Achterkant is onmiskenbaar.
‘Het meisje dat gevonden wordt in de woestijn, heeft meer te maken met het feit dat in mijn omgeving allemaal mensen kinderen krijgen. Na Broer wilde ik juist graag een boek schrijven over mensen die iets krijgen in plaats van iets kwijtraken. Maar mijn moeders levensverhaal is zeker een grote inspiratiebron geweest. Haar Joodse ouders en zusje werden toen ze een paar maanden oud was afgevoerd. Een gereformeerd gezin in het Westland ontfermde zich over haar en voedde haar op.’

Daar houdt het biografisch op, voor zover wij kunnen beoordelen. DAVDZ speelt grotendeels in Marokko, de baby wordt door moslims opgevoed in een wereld die jou en je moeder vreemd moet zijn. Vanwaar die keuze?
‘Ik wilde weg van het autobiografische aspect dat bij Broer zo’n belangrijke rol speelde, zien wat het met mij als schrijver zou doen om me op onontgonnen terrein te begeven. De hele zoektocht in Broer is verzonnen; ik ben nooit op al die plaatsen geweest die de hoofdpersoon bezoekt. Toch werd dat boek als autobiografisch gezien. Na dat boek en de daaropvolgende interviews heb ik veel nagedacht over wat ‘autobiografisch schrijven’ inhoudt. Ik kwam tot de conclusie dat in principe alles wat je schrijft, bedenkt, autobiografisch is. Je verbeeldingskracht wordt gevormd door wie je bent, al je ervaringen. Dus ik wilde zien hoe ver ik de grens tussen fictie en autobiografie kon oprekken. Tijdens het schrijven van De achterkant verraste ik zo mezelf soms met hoe biografisch de fictie was. Het verdriet van de grootouders van Mariah lijkt toch heel sterk op dat van mijn ouders over hun verdwenen zoon. Onbedoeld komt het boek dan ineens weer heel dichtbij.’

‘Maria droeg een hoofddoek. Dat heb ik weleens gezien’

De homoseksuele jonge Joodse schrijver kiest een taxichauffeur in Marokko en een stel in een bejaardentehuis als zijn hoofdpersonen. Het lijkt erop alsof je ons wil zeggen: bekijk de achterkant van de zon, dwing jezelf te verplaatsen in het perspectief van de ander.
‘Zeggen dat het boek ‘een boodschap’ heeft, gaat me te ver. Maar je in de ander verdiepen is wel het basisprincipe ervan. Alleen al omdat ik zelf heel veel research heb moeten doen. Ik probeer het zelf ook na te leven door films te kijken en boeken te lezen die niet door heteroseksuele Westerse mannen zijn gemaakt. Dat helpt om de empathie voor mensen die anders zijn dan jij te vergroten en de angst voor dat er zoiets als ‘de ander’ bestaat te verkleinen. Er zijn wat mij betreft absoluut intrinsieke verschillen tussen groepen mensen, maar ik zou willen pleiten voor nieuwsgierigheid naar de verschillen.’

‘Alle leed in de wereld is door moslims veroorzaakt’

Sonja, de tweede hoofdpersoon, treft bovenstaande quote aan op de zolderkamer open waar haar dementerende man zich al een paar jaar verschanst. Waarom laat je haar man Huub dit zeggen?
‘Zo lijkt het explicieter dan ik het heb willen zeggen en dat vind ik lastig. Ik wil niet dat het boek alleen als pamflet voor wederzijds begrip gelezen wordt. Maar ik zie absoluut de paralellen tussen de wijze waarop Joodse mensen werden gemarginaliseerd in de jaren dertig van de vorige eeuw en de manier waarop er op dit moment tegen moslims wordt aangekeken. Bijvoorbeeld: toen een jaar geleden de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo werd gepleegd, zag ik die avond mijn broer. Hij is een goed verdienende, gladde bankier. Vrij rechts-liberaal. Eén van de eerste dingen die hij tegen me zei, is dat hij zich vooral zorgen maakte over wat dit betekent voor moslims die in Nederland wonen. Ik voelde dat ook heel sterk. In zuiver politieke zin zou ik die opmerking niet van hem verwachten, maar dit was duidelijk ingegeven door onze eigen achtergrond en geschiedenis. Wij weten hoe het is om tot ‘een andere groep’ te horen.

Ik vond het om die reden ook gevaarlijk hoe diezelfde avond bij DWDD een blik BN’ers werd opengetrokken om over Charlie Hebdo te praten. Je kunt pas onderscheid maken in typische en atypische groepskenmerken als je je verdiept in die groep. Of dat nu moslims, joden of handballers zijn. Wanneer men in een uitzending van DWDD in hetzelfde gesprek over moslimterroristen en over ‘moslims in Nederland’ praat, wordt net gedaan alsof mijn Marokkaanse buren op de één of andere manier tot dezelfde groep behoren als de mensen die tot dergelijke aanslagen in staat zijn. Dat is waanzin. Daarom is het zo belangrijk dat mensen worden aangezet om nieuwsgierig te zijn naar anderen.’

De achterkant van de zon verschijnt 13 januari.

Comments