Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
JE MOEDER (is op een festival)
18 JUN 2015 • Door Martine Bakker • Meer blogs over Festival

JE MOEDER (is op een festival)

Onder het ‘mom’ van cultuur zit in je bloed ga ik, redacteur Martine, met mijn birthgiver naar een festival. Cirkelpitvorming, afterparties en ontbijten met wodka verruil ik tijdelijk voor theaterbühnes en krentenbollen met kaas. Het was inten(t)s, maar wat hebben we genoooooten.

CJP’ers weten het al lang: met je blauwe pasje krijg je dikke korting op festivals. Soms kun je zelfs iemand meenemen met je pas. Wij jonkies zijn de moeilijkste niet, daarom nam ik mijn 30+ moeder mee naar jeugdig festival Oerol op Terschelling.

Wat een avontuur.

Dag één: praktische kapsels, kamperen en hiphoppen

Oké, jeugdig was misschien iets te optimistisch. Als we in de bus zitten richting het partyeiland voel ik me alsof ik figureer in een soap over nordic walkers. De ‘festivalbus’ naar Harlingen is niet van het kaliber ‘Sziget-trein’. Als we over de Afsluitdijk rijden en ik al minutenlang heb gefilosofeerd over de haarkleur aubergine, opper ik mijn plan. ‘Mam, ik heb een vvo’tje meegenomen: een vino voor onderweg! We moeten toch in de festivalsfeer komen?’ ‘Nee, dat doe ik écht niet! Kind, het is ochtend! Dan sta ik zo op mijn kop?’ Ik denk met weemoed terug aan de tijd dat ik mijn lauwwarme biertje liet ontploffen in de bus naar Lowlands.

In Harlingen wachten we op de boot die mijn moeder vroeger ook vaak nam. Ze was toen al fan van Oerol. Als we aan boord gaan herkennen we een groepje CJP’ers aan hun Quechua-tenten en nestelen ons naast hen op het dek. 

Bootje varen
Het leuke van met je mamsie op stap gaan is dat je herinneringen ophaalt uit de tijd dat je nog niet bekend was met een quarterlife-crisis. ‘Ieder mens vindt het leuk om te horen hoe hij of zij was als kind,’ is mijn moeders theorie. Schijnbaar kon je mij tussen de bloempotten zetten en op je gemak boodschappen doen. Uren later zat ik er dan nog steeds. De grote wijzer heeft de vijf gepasseerd, we zitten op volle zee en mijn moeder tovert twee plastic glazen uit haar Kipling-rugzak (een souvenirtje uit mijn middelbare schooltijd).  ‘Tijd voor het vvo’tje, meissie.’

Lichtelijk rozig staan we twee uur later aan land. We zitten jeugdcamping Terpstra, vlak naast het festivalterrein. Waar we eerst even een half uur tegen de wind in (!!) heen moeten fietsen, langs weides vol koeien die mijn moeder doen denken aan haar jeugd in Friesland. Ze blijkt zelfs  in een ver verleden tuig van de richel te zijn geweest, want als we haar oude stamcafé ‘De Richel’ passeren, wijst ze: ‘Daar hebben we vroeger heel wat biertjes gedronken’.

Op de camping, la la la
Aangekomen op de camping staan we oog in oog met een grote poster van Joop Mulder. De man die Oerol in 1981 oprichtte en het tot het grootste locatietheaterfestival van Europa heeft gemaakt. ‘Hij heeft bij mij op school gezeten!,’ zegt mijn moeder trots. ‘Had dat even gezegd ma, dan hadden we misschien een dik hotel kunnen hosselen!’ In plaatst daarvan pompen we ons luchtbed op, slaan haringen in de grond, eten een eierkoek en wapper ik nog wat bewijsmateriaal van vorig jaar Lowlands uit mijn tent. Er loopt een jongen langs in een Spongebob-kostuum en als we onze tanden gaan poetsen in het toiletgebouw stappen we over een plas opgedroogde kots. ‘Ik vind het een hele degelijke camping. Vroeger waren er maar twee douches,’ concludeert mams.

Tentenkamp met super Hollands oranje haar #filter.

Als de avond valt, verkleedt ze zich even achter de tent. ‘Ik ben nu al gewend aan het campingleven!’ We schieten nog even het festivalterrein op. In de feesttent klinkt hiphop. ‘Mam, wat vind jij nou van hiphop? Want ik denk soms dat ik ben geboren in het verkeerde lichaam. Ik had als gangsterrapper in de Bronx moeten opgroeien, niet tussen de coniferen in Flevoland.’ ‘Ah meisje toch. Nou ik vind rap wel geinig. Zingen ze nou motherfucker? Dat gescheld vind ik dan weer niet nodig.’ Oh, dat vond ik nou juist wel nodig en een lekkere binnenkomer om je op te leren twerken. Dat denk ik, maar ik houd wijselijk mijn mond.  

Hier een moeder-georiënteerd hiphopnummertje zonder verontrustend taalgebruik.

Dag twee: Fries en fruitig

Een leuk nutteloos feitje over Oerol is dat het ‘overal’ betekent in het Fries. Aangezien ik half Fries ben en mijn moeder zelfs heel, creëert dit bonding. Al komt mijn Fries niet verder dan een stuiptrekking in mijn kaak, waarbij ik klink als een mislukte Duitser. Maar ik versta het wol. Handig voor het eerste buitentheaterstuk, van het Friese theatergezelschap Tryater. Mijn moeder vind het geweldig en ze maakt foto’s voor de familie-groepsapp.

Een supersentimentele reis
We gaan door richting strand. Overal hangen spandoeken waarop Typhoon quote over Terschelling: ‘Hier houdt het op, hier houdt de wereld op.’ Zelf was ik twee toen ik hier voor het laatst was, en volgens moeders ook poëtische gedachtes over het eiland had. ‘Wat een groot bad,’ riep ik toen ik voor het eerst zee zag. Daarna rende ik rondjes met mijn oncontroleerbare kinderlijf en zwabberende ledematen, terwijl ik schreeuwde: ‘Allemaal zand!’ Anno 2015 ligt er nog steeds allemaal zand en zo herbeleef ik een kwart eeuw later mijn kindertijd op een schommel. 

Allemaal zand ziet er zo uit. 

Het theaterprogramma gaat door. Kapot van de tegenwind komen we aan bij Nora van het Noord Nederlands Toneel. ‘Waarom draait die wind steeds als wij ook van richting veranderen?’, vraag ik mijn mutti. Iets met ‘valsplat’ is het antwoord. Een term die hier te pas en te onpas gebruik wordt als de weg recht lijkt, maar je je voelt alsof je door de Himalaya fietst. Moeders tovert een tablet druivensuiker tevoorschijn. Net als vroeger tijdens de avondvierdaagse. Na de voorstelling fietsen we in een stroom fietslichtjes door de duinen terug naar de camping, waar we wild onthaald worden door loopse tieners. Moeders kon nog wel even door, maar kruipt uiteindelijk ook in een slaapzak als ik er helemaal af lig. Door onze oordoppen heen horen we de beats van het festivalterrein. 

Dag drie: afscheid nemen bestaat wel

We ontbijten met cranberrytaart (we zijn op Terschelling, dat hoooort) en stoppen voor de laatste keer muntjes in de douche. Een beetje sip dat het is afgelopen, maar de melancholie maakt plaats voor agressie als die Quechua-tent weer in de zak moet. Met het laatste streepje batterij kijken we een YouTube-tutorial van een vlogger in een campingwinkel. Oh ja, zo moest het.  

Terug op de boot komt moeders aanzetten met twee glazen rode wijn. ‘Maar mam, het is vóór vijven?!’ ´Even gezellig de vakantie afsluiten, meissie.’

Dit waren blije tijden voordat we de tent terug in de zak moesten douwen. 

Depridinsdag voor grote mensen
Op de befaamde depridinsdag na het festival krijg ik een app van mijn moeder: ‘Ik heb de cd van Moody Blues gekocht! Uit de jaren zeventig. Om me weer te wanen in mijn jeugdige jaren op Terschelling!’ Ik zie voor me hoe de coniferen in Flevoland trillen onder de bluesy baslijnen en mijn moeders dansmoves. Misschien heeft ze toch wat opgestoken van mijn hiphoplessen.

Wil je ook met je moeder, vader, doodgewaande achterneef of heel gewoontjes met vrienden naar een festival? CJP’ers krijgen dikke korting op (bijna) alle festivals in Nederland zoals DeBeschaving, Best Kept Secret en Woo Hah!.  

Comments

Win
Over het IJ Festival 2015