Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Philip Huff: ‘Het leven is geen Facebookprofiel’
06 OKT 2014 • Door Sara Madou • Meer blogs over Muziek

Philip Huff: ‘Het leven is geen Facebookprofiel’

Soms mag je als journalist best ongenadig enthousiast doen over zaken, naar wij denken. Al die objectiviteit van tegenwoordig, ingewikkeld gedoe. Dus bij deze: ondergetekende vond Philips vierde een prachtig boek. Beeldend geschreven, een heerlijk sombere en beklemmende sfeer, vol dichtbij-dialogen en een verhaal waarin bar weinig lijkt te gebeuren, maar stiekem toch vanalles aan de hand is. Boek van de doden is dan ook naar onze bescheiden mening volledig terecht al toe aan een tweede druk. Reden genoeg voor een afspraak in het splinternieuwe Amsterdamse hotel De Hallen, om in een onrealistisch felle najaarszon eens even diep in zijn brein proberen te duiken.
Hectische tijden, Philip? ‘Ja, het gaat goed. Ik was vanochtend nog op het Nederlands Film Festival, om te vertellen over mijn boek voor een zaal vol filmtypes. Met als doel om ze enthousiast te maken zodat iemand het ooit gaat verfilmen. Mijn eerste boek is verfilmd, de rechten van het tweede zijn verkocht aan Michiel van Erp en van een van de verhalen uit mijn bundel wordt nu een telefilm gemaakt.’ 

Dit is ook weer een heel filmisch boek. ‘Het is echt een luxepositie dat er uit de filmindustrie zoveel enthousiasme is voor mijn boeken, heel relaxed. Een film bestaat uit handelingen en dialoog en zo schrijf ik ook, dat scheelt dus, denk ik.’ 

Je schrijft nu ook zelf de scenario’s van je boeken. Maar wanneer ik Boek van de doden lees, waarin het hoofdpersonage hetzelfde doet, en als de waarheid ook maar énigszins is zoals in het boek, dan vind je daar geen zak aan. ‘Zo erg is het gelukkig niet. Scenario’s schrijven voelt wel veel meer als werk. Deadlines, producenten, omroepen, filmfonds; het is meer gedoe. Iedereen wil er even overheen pissen. Tegelijkertijd heeft het ook veel leuke kanten: met anderen samenwerken, setdesigners die dingen zeggen als ‘wat voor kunst maakt die hoofdpersoon nou precies? Waar hangt het? Hoe gaan we dat vormgeven?’. Normaal zit ik achter mijn computer een beetje te tikken en overleg ik af en toe met mijn redacteur, dit is veel minder eenzaam.’ 

Trek je het wel, dat iedereen zich met iets bemoeit dat ooit aan jouw brein is ontsproten? ‘Meestal wel. Daar leer je mee omgaan. In Dagen van gras zat een boomhut, daar had ik een heel duidelijk beeld van in mijn hoofd, maar volgens de setdesigner was dat al veel vaker op die manier gedaan. Dus deed ze het anders. Het was heel mooi geworden, dus daar heb ik dan geen problemen mee. Maar er zijn ook dingen die ik niet los wil laten. Of je hoofdpersonage fotograaf is of tandarts, dat maakt nogal een verschil voor een verhaal. Je moet kijken naar wat je vertelt, op welke manier en in hoeverre dat nog werkt met de rest.’ 

Lees je zelf ook veel? ‘Ja. En ik vind lezen een van de fijnste maar ook meest intieme dingen die er zijn. Daarom doe ik het ook liever op mijn eigen bank, dan ergens op een stoel in een kroeg. Het is een van de weinige dingen die je nog voor jezelf kunt houden. Niemand die kan zien hoe vaak je hebt ingelogd, wat je leuk vond, het is iets dat helemaal alleen voor jou is. Toen ik 12 was las ik Into the Wild. Dat boek heeft zóveel indruk op me gemaakt, dat ik er bijna verdrietig van wordt als ik eraan denk dat ik het nooit had leren kennen.’

Je schrijft heel realistisch, vaak over jezelf ook. Hoe vind je het dat mensen al het geschrevene steeds willen vergelijken met de werkelijkheid? ‘Ik heb maar een paar regels als ik werk. De belangrijkste is: de mensen over wie ik schrijf, moeten als ze het lezen zeggen ‘zo is het’. Of: ‘zo kan het zijn’. Het mag nooit onrealistisch ogen. Wat klopt er anders dan de rest van het verhaal? Denk aan zo’n ziekenhuisserie op tv, met alle bullshit over hoe mensen daar behandeld worden en hoe opgewekt ze dan in bed liggen. Dat is zo’n gelul. Als ik zou schrijven over een ziekenhuis, wil ik ook dat het klopt met hoe het daar werkt. En zo vaak gaat wat ik schrijf niet over mij, hoor. Eigenlijk vind ik het wel een compliment, als mensen denken dat wat ik schrijf 'echt' is. Ik gebruik biografische gegevens om een verhaal rond te krijgen, maar dat is aangevuld met dingen die uit het verhaal komen. Ik heb hartproblemen gehad, zoals het hoofdpersonage in Boek van de doden, en was ook ooit heel verliefd wat vervolgens stukliep, maar ik heb géén oudere zus met twee kinderen en zit ook echt niet zo vaak aan de coke als Felix. Mensen vragen er trouwens ook nooit aanmatigend naar. Meer medelevend. ‘Goh, is het echt zo ernstig met je gesteld? Wat kut
zeg’.'  

Kun je eigenlijk wel goed over dramatische zaken schrijven als je het zelf niet hebt meegemaakt? Of heeft een ziel die niet getroebleerd is óók kans van slagen als schrijver?
‘Het lastige is dat je alleen uit kunt gaan van je eigen leven. Ik kan geen andere Philip creëren, wiens ouders níet scheiden, en dan kijken wat voor boeken dat had opgeleverd. Iedereen heeft gezeik. Het leven is geen Facebook-profiel. Als je echt iets wil maken, dan maak je dat, gevoed door de omstandigheden. Maar de omstandigheden zijn niet de bron van dat wat je wilt maken. Meer het hout. De eerste vonk is je talent, de zin iets te maken. Dat is de bron.’ 

Over bronnen gesproken: luister je voortdurend heel intensief naar mensen in je omgeving, op zoek naar inspiratie? ‘Soms zeggen mensen iets zó mooi, dan kan ik niet anders dan het gebruiken. Ik schrijf niets op, maar heb gelukkig een talent voor zinnen onthouden. Soms vinden vrienden dan zinnen van zichzelf terug in een verhaal, maar dat wil niet zeggen dat zij dat personage zijn, het personage spreekt gewoon de zin uit die zij ooit geuit hebben. Het is niet zo dat ik ze afluister met het idee hun woorden te verwerken in een boek. Ik zie het meer als een soort verkleedkist, waar ik dan in kijk wanneer ik ga schrijven. Vaak weet ik niet eens meer wie wat gezegd heeft.’ 

Hoe ga je eigenlijk te werk als je schrijft? ‘Heel simpel: ik ga zitten en ik begin. Geen saai gedoe met schema’s. Ik zie als het ware een film voor me en daar schrijf ik dan op mee. Bij dit boek was het helemaal zo. Ik hoorde een zinnetje in mijn hoofd – ‘ik moet echt even wat droppen nu’ – en vervolgens rolde het hele boek er in zes weken uit. Er stond toen wel wát er moest staan, maar nog niet zoáls het er moest staan. Vervolgens ga ik scènes herschrijven en dingen schrappen tot het allemaal klopt. ’

Boek van de doden gaat over een 30-jarige schrijver die zichzelf door zijn leven in Amsterdam sleept met hulp van drugs, seks en feestjes. Sommige mensen zien dat als oppervlakkig. ‘Ik was daar ook bang voor, maar als iemand dat echt denkt, heeft die persoon niet het hele boek aandachtig gelezen. Er zit wel degelijk een diepere laag in, maar soms moet je even stoppen en denken: wat staat hier? Ik schrijf vaak in dialoog en handeling, niet zoveel in reflectie, en veel mensen zien reflectie als intelligent en literatuur, maar dialoog als oppervlakkig. Het is natuurlijk een kwestie van smaak, maar ik heb niet zoveel met barok taalgebruik en beeldspraak, of personages die eindeloze monologen voeren op papier. Ik probeer wel echt iets over de wereld te zeggen met zo’n boek, meer dan alleen maar ‘oh oh oh, laten we nog wat coke gebruiken’. Volgens mij zit dat er ook in, als je er open voor staat tenminste. Mensen met een cynische levensinstelling, vaak oude lullen, hebben daar meer moeite mee.’ 

Nog even over die titel. Niet echt iets waarvan je denkt: goh, gezellig. ‘Ik ben niet zo goed in titels. Dagen van gras kwam pas toen ik een keer wegging bij de uitgeverij, na de zoveelste urenlange meeting over de titel. Toen deed ik mijn ipod aan, kwam een liedje van Spinvis voorbij en had ik ‘m. Bij deze werd ik ‘s ochtends wakker en kwam er meteen ‘Boek van de doden’ in me op. Dat is blijven hangen. Mijn redacteur zei nog dat het een deprimerende titel was, lekker lullig om cadeau te geven aan iemand. Maar ik moest en zou het gebruiken. In de combinatie met het omslag vind ik het heel goed werken, maar het is een titel die totaal niet geschikt is voor kerstcadeaus. Maar ik wil liever niet denken vanuit de markt. Volgens mij moet je altijd je eigen smaak volgen, want dan heb je nooit spijt.’

Boek van de Doden is nu te koop, maar je kunt ook kans maken op 1 van de 5 exemplaren die we weggeven. En hou januari/februari in de gaten, dan is de telefilm Groenland, aan de hand van Philips scenario, te zien. We verwachten dat Boek van de doden ergens eind 2015 verfilmd gaat worden, Philips track record kennende.  


Comments

Win
Philip Huff