Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Kiekjes knallen
22 AUG 2014 • Door Martine Bakker • Meer blogs over Expo

Kiekjes knallen

Met je smartphone schiet je foto’s aan de lopende band. Toch heeft het mobieltje de camera niet vervangen. Backpackers, huismoekes en Japanners: wie loopt er niet met een spiegelreflex om de nek tegenwoordig? Professionele fotografen kunnen bijna niet meer overleven met alléén reportages en fotoboeken, doordat iedereen zich als fotograaf profileert. Dus zoeken zij het nu in apps, audiovisuele presentaties en websites.
De expo On the Move (in de artistiekste badkuip van het Museumplein) laat de nieuwste ontwikkelingen zien. Maar welke weg heeft de fotografie eigenlijk afgelegd in de afgelopen decennia, voordat het ‘van ons allemaal’ werd?  

Fotografie: het woord komt van de Griekse woorden photos, dat ‘licht’ betekent, en graphein, dat ‘tekenen’ betekent. Een afbeeldingen tekenen met licht, dus.

330 jaar voor Christus: De Griekse filosoof Aristoteles vroeg zich lang geleden al af waarom gaatjes in een doos met de zon erop, een cirkelvormig afbeelding vormden. Er zijn geschriften gevonden die bewijzen dat dit vooruitstrevende type toen al filosofeerde over selfies.

1000: In de negende eeuw bedacht de Arabische wetenschapper Alhazen de pinhole camera, die je ook kunt kennen als camera obscura. Hij maakte een donkere kamer (ook wel darkroom genoemd, niet te verwarren met de fetisj-variant) waarin hij met een klein gaatje licht liet doorschemeren.

14e tot 17e eeuw: Tijdens de Renaissance schilderen kunstenaars perspectief met de hulp van de camera obscura-doos. Zo ook Leonardo Da Vinci. Wij gaan er vanuit dat Mona ook in een ondersteboven pose heeft gehangen toen ze modelstond voor dat kleine schilderijtje in Parijs.

1724: Johan Heinrich Schultz vond een manier om de afbeeldingen vast te leggen die Alhazen alleen kon projecteren. Alleen tijdelijk, want ondanks zijn super ingenieuze zilververbindingen verdween de afbeelding wederom.

1826: De allereerste foto werd gemaakt door de Franse Joseph Nicephore Niepce. Hij klungelde wat met chemicaliën op een metalen plaat. Resultaat: een sluitertijd van acht uur. Deze foto’s worden ook wel heliographs of sun prints genoemd. De techniek verdween, maar dankzij het wereldwijde web kun je er hier nog ééntje bekijken.

1839: De wetenschapper Sir John F. W. Herschel was de eerste die ontdekte hoe een afbeelding op lichtgevoelige oppervlaktes bleven staan. Met zijn krijt en zilververbindingen werd fotografie een feit.  Je zou denken dat nu fotografie bestond, het makkelijk was om een foto van te maken. Maar er moest een donkere kamer aanwezig zijn op de locatie waar de foto werd genomen. Fotografen moesten toentertijd dus een gigantische wagen met apparatuur overal mee naartoe slepen.

1839: In dezelfde tijd leefde de Franse kunstenaar en chemicus Louis Daguerre. Hij ontwikkelde de Daguerrotype, die hij, goh, naar zichzelf vernoemde. Met een zilveren plaat produceerde hij een scherpe afbeelding. Maar als je meerdere afbeeldingen wilde hebben dan moest je een foto van een foto maken. Toch zorgde hij ervoor dat fotografie toegankelijker werd voor het grote publiek. Deze camera had nog steeds een sluitertijd van een paar minuten. Wilde je een portretfoto? Dan werd je gedrogeerd of in de headholder gestopt; een stellage die met een grijpsysteem die je hoofd vasthield. Hm, dat verklaart waarschijnlijk waarom er geen lachende foto’s zijn van mensen vroeger.

1841: De uitvinder van het eerste negatief is de Engelse botanicus Henry Fox Talbot. Hij noemde zijn uitvinding de calotype, het Griekse woord voor ‘mooie foto’. Met dit negatief konden heel veel kopieën van een foto worden gemaakt.

1861: En daar was het dan. De permanente kleurenfoto. Vóór deze uitvinding waren er drie camera’s met kleurfilters nodig om één kleurenfoto te creëren.

1888: George Eastman vond dat iedereen toegang moest krijgen tot het fotografieproces. Met chemicaliën experimenteerde hij in zijn tuinhuis, net zolang tot hij de Kodak-camera ontwikkelde. Vervolgens vond deze geniale (East)man ook nog het plastic filmrolletje uit. Deze paste in goedkope camera’s op handformaat, waardoor iedereen kiekjes kon schieten.

1920’s: Veilige flitsers verschenen. Zo kon er in het donker gefotografeerd worden, zonder dat je bang hoeft te zijn om te sterven vanwege explosief magnesiumpoeder.  

1940’s: De commerciële kleurenfilm kwam op de markt. Dit bracht ook thuis kleur in het leven van de mens.

1948: De Polaroid-camera werd uitgevonden door Edwin Herbert Land. Een Amerikaanse uitvinder die zorgde dat foto’s zichzelf razendsnel ontwikkelden. Je weet wel, met een wapperend handje.

1984: Canon introduceert de eerste digitale camera. Yeah! 

1986: Fuji introduceerde de eerste wegwerpcamera. Niet echt milieuvriendelijk, want iedereen pleurde hem inderdaad na gebruik weg. Maar Fuji wilde er een ‘leave no trace’-gevoel eraan hangen dus noemden ze het single-use camera’s, met het idee dat de onderdelen recyclebaar waren.

Camera’s werden steeds gemakkelijk verkrijgbaar en veel gebruikt voor journalistiek. Mensen zagen wat er gebeurde in oorlogen, andere delen van de wereld én hun plaatselijke buurtsuper. Maar het bracht óók een intense verandering in kunst teweeg. En thuis natuurlijk. Tegenwoordig worden ongeveer 380 miljard foto’s per jaar genomen. Om een idee te krijgen: dat zijn 2483928948394 voetbalvelden vol foto’s. Ongeveer.

Tot januari 2015 kun je in het Stedelijk Museum Amsterdam de tentoonstelling On the Move bekijken. Op deze expo over de nieuwste ontwikkelingen in de fotografie krijg je met je CJP-pas 50% korting.

Comments

Gerelateerde kortingen

Stedelijk Museum Amsterdam
50% CJP-korting

Stedelijk Museum Amsterdam

Kijken naar Karel Appel en Jeff Koons voor de helft van de prijs