Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Museum van de maand: Boijmans Van Beuningen
28 APR 2014 • Door Judith Zijp • Meer blogs over Expo

Museum van de maand: Boijmans Van Beuningen

Zoals we allemaal weten, vloog er op 14 mei 1940 een heel destructieve groep Duitsers boven Rotterdam. Alles moest kapot en ze kregen hun zin. Wij denken dat één van deze vernielzuchtige mannen over zijn hart streek toen hij het pand zag waar nu het Boijmans Van Beuningen museum in is gevestigd.

Dat is maar goed ook. Zonder deze genadigheid hadden we nu nooit weet gehad van de grote voetbalkooi, die op het middenpleintje tussen het originele gebouw uit 1935 en de aanbouw uit de jaren negentig staat. Dit kunstwerk van Olaf Nicolai kan echt gebruikt worden, mits de voetbal niet de grote afwezige is. Tijdens ons bezoek is-ie dat wel, dus helaas kunnen we niet testen of dit een potentiële nieuwe locatie is voor het NK Panna Knock Out. Lang teleurgesteld zijn we niet, want binnen wacht ons de grootste collectie Salvador Dalí’s van heel Nederland. We nemen de ingang van het nieuwe gebouw. Meteen worden we blootgesteld aan allerlei prikkels die voor de gemiddelde autist fataal zouden zijn. Wij nemen niet meer dan vijf minuten om het enorme oranje paasei van Jeff Koons en de merkwaardige garderobe (je hangt je jas aan het plafond) in ons op te nemen. Er moet per slot van rekening naar wat surrealistische schatjes gekeken worden.

Surrealisme
Zodra je bovenaan de trap de eerste deur links neemt, kom je in het epicentrum van dit museum. Dalí zwaait hier de scepter. Ook het bijzaaltje is gevuld met niets anders dan werk van deze Spanjaard. Hier staat ook het absolute topstuk: de Mae West lippenbank. Perfect uitgelicht prijkt zij daar, alsof het een troon is. Maar Dalí is niet de enige surrealist die veelvuldig in het Boijmans hangt. René Magritte (je weet wel, die van Ceci n’est pas une pipe) neemt in de aangrenzende zaal veel ruimte in.

Verblind door onze surrealistische gretigheid, lopen we volledig tegen de tijdstroom in door het museum. Een serie kamers brengt ons van Kadinsky bij Monet en van Monet naar de zestiende-eeuwse Rubens. De ruimtes waar de werken van deze grote meesters tentoongesteld worden, zijn in het oude gebouw. Dit betekent dat ze zijn ingericht alsof het kleine huiskamers zijn, want volgens de jaren dertig kunstfilosofie was dit de manier waarop mensen het liefst naar schilderijen keken. De ruimtes zijn licht en op de hoek van elke kamer is een comfortabele tweezitter in de muur gemonteerd. Terwijl we door de zalen lopen, veranderen de taferelen zichtbaar. Hoe verder we terug gaan in de tijd, hoe groter het aandeel van God en zijn kompanen wordt.

Ku Klux Klan
In zaal elf, net voor de Rembrandt’s, valt ons oog op een wel heel opvallend werk. Het is een zeventiende-eeuws schilderij van Gerard ter Borch. Het donkere doek laat een soort Ku Klux Klan avant la lettre zien. Nee, de mensen op Ter Borch’s schilderij zijn geen racisten, maar wel gehuld in deels bebloede witte gewaden. ‘Flaggelanten-processie’ zegt het gouden naambordje. Google vertelt ons dat flaggelanten mensen waren die probeerden een wit voetje bij God te halen door zichzelf in het openbaar te pijnigen. Na veel te lang naar het Ku Klux Klan-schilderij te hebben gestaard, vervolgen wij onze weg langs nog behoorlijk wat hoogtepuntjes. Zoals de Toren van Babel van Pieter Bruegel en De marskramer van Jherominus Bosch.

Als we de bovenverdieping hebben gehad, weten we twee dingen zeker. 1: We hadden de vele bankjes niet moeten negeren en 2: Wat we zojuist hebben gezien was de pijn in onze benen meer dan waard. Wie op zoek is naar een snelcursus ‘Westerse kunst door de eeuwen heen’, is aan het goede adres bij Boijmans Van Beuningen. Naast de eerste verdieping is de rest van het museum ook behoorlijk de moeite waard. Zelfs de wc’s in het restaurant zijn kunstig. Deze mintgroene, futuristische units van Joep van Lieshout zien eruit alsof ze regelrecht uit The Jetsons komen.

Schroefbrug
Het is bijna sluitingstijd als we de wc’s laten voor wat ze zijn en besluiten als Speedy Gonzales de museumtuin te bezoeken. Ons oog is namelijk gevallen op een enorme, gebogen schroef van de Zweedse kunstenaar Claes Oldenburg. Het bijna vier meter hoge beeld staat aan de rand van de museumvijver. Hier wordt het 24/7 omringd door gemene surrogaatganzen. We zakken bijna weg in het drassige gras als we het grijze gevaarte van dichtbij bekijken. Naast een hele bende boze watervogels met bijbehorende stank, is er ook iemand van het museum in de buurt. Zij vertelt op de valreep het beste verhaal van vandaag: Oldenburg was zo gefascineerd door Rotterdam dat hij geen twee keer na hoefde te denken toen er eind jaren zeventig plannen ontstonden voor een nieuwe brug over de Maas. Hij bedacht dat deze moest bestaan uit twee enorme schroeven. De maquette en schetsen waren al af, maar helaas koos de gemeente Rotterdam toch voor de Erasmusbrug. Uiteindelijk heeft hij begin jaren tachtig speciaal voor dit museum zijn ontwerp alsnog uitgevoerd. Zelfs de plek bij het water heeft hij persoonlijk uitgezocht.

De klok zegt dat het al één minuut over vijf is. Tijd om te gaan. Vinden wij erg jammer. We hadden nog úren rond kunnen zwerven, want alles verdient je volste aandacht. Met name omdat je veel van de werken herkent uit de kunstgeschiedenis boeken. Dit percentage is aanzienlijk hoger dan bij veel andere musea. Als Boijmans Van Beuningen een cd zou zijn, dan was het een ‘Best of..’.

Comments