Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Gezien: Motel Mozaïque
07 APR 2014 • Door Thijs Zilverberg • Meer blogs over Festival

Gezien: Motel Mozaïque

De vrijdag
Pall Jenkins tourt door Europa in de handbagage van Kurt Vile, maar heeft zelf ook al het een en ander gepresteerd. Honderd indiecredpunten als je zijn naam al herkende als zijnde de man achter The Black Heart Procession, anders is deze soloshow (1) in de kleine zaal van de Rotterdamse Schouwburg een mooie kennismaking. Van onder zijn vissershoedje en van achter een zonnebril laat hij een riffje met waanzinnig veel wah-wah loopen. Vervolgens zingt en soleert hij er overheen. Een simpele formule; repetitief, maar op een goede manier. Zoals iedere ochtend wakker worden naast een supermodel (m/v). Zo heeft Jenkins helemaal geen band nodig. Ter afwisseling zet hij nog even een strijkstok op een stuk gereedschap. Voor het afgezaagd wordt, snellen we naar de grote zaal.

Daar is Daryl-Ann net begonnen (2). Als je nietsvermoedend de zaal binnen zou lopen, krijg je het idee dat een veelbelovend stel jonge gasten met een show op Motel Mozaïque staat. De tinten grijs in de baard en de tinten vleeskleur op de kruin geven weg dat we hier toch echt met oudgedienden te maken hebben. Het is een ongeschreven regel dat je geen teksten over Daryll-Ann kan plaatsen zonder de zinssnede ‘Beatlesque melodieën’, dus bij deze. Anne Soldaat jengelt heerlijk tegendraads op zijn gitaar, maar alles blijft superstrak. Zanger Jelle Paulusma zet de geslaagde comeback zelf nog kracht bij met een luid ‘We're back!’.

Het ene rijdende podium schuift weg en het andere komt ervoor terug. Kurt Vile (3) neemt plaats tussen een paar zeer comfortabel uitziende fauteuils, een schemerlamp en een transistortelevisie op het sneeuwkanaal. Alsof hij een vriend in je huiskamer is pakt hij een akoestische gitaar op en zet neo-klassieker Smoke Ring For My Halo in. Achteloos legt hij open akkoorden neer. Zijn houding grenst aan desinteresse, maar op een goede manier. Zoals een avondje uit eten met je supermodel, zonder last van paparazzi. Als jij een vriend in je vriendenkring hebt die zo gitaar speelt in zijn huiskamer, geef jezelf dan maar even een schouderklopje. Want dan heb je een verdomd awesome vriendenkring.

Het is een strijd van leven op dood om vervolgens de show van Jungle (4)  in de Gouvernestraat binnen te kunnen komen. De zaal is razendsnel vol en wie even aarzelt, blijft achter in de lobby. Vriendengroepen worden uit elkaar gereten. De winnaars die wel binnen weten te komen, hebben geluk. Hoewel de band behoorlijk vers is, mogen ze meteen patent op hun eigen geluid aanvragen: falsettozang gemixt met next level percussie (colaflesjes!) en een strakke beat. Het podium staat alleen zo vol bandleden, dat er niet voor iedereen plek is in de schijnwerpers. Een achtergrondzangeres doet haar zorgvuldig ingestudeerde choreografie half in de schaduw. Verder is het enige nadeel dat Jungle veel te snel door hun nummers heen zijn. Aan het salvo van whoo’s te horen is het publiek vanavond vergevingsgezind.

De zaterdag
Midden op het Schouwburgplein is gelegenheidsconcertzaal De Kathedraal uit de grond gestampt. De Barak was een toepasselijker naam geweest. Het is een verfrissend stukje buitenfestival als variatie op de concert- en schouwburgzalen van Motel Mozaïque. Girls In Hawaii (5) voelt zich er met hun dreunende gitaren en hypnotiserende synthesizers hoorbaar thuis. Het Belgische zestal laat al snel de hele tent boven het hoofd meeklappen op nummers die ergens tussen Grandaddy (voor nog eens honderd indiecredpunten) en jaren negentig Radiohead liggen. Mocht er ergens een artiest afzeggen, zet deze heren gerust in als invaller op een van de grote festivalweides komende zomer.

Even later is de beurt aan Moss (6), ook zo’n band die voor de zomerfestivals lijkt te zijn gemaakt. De podiumuitstraling is misschien niet van het kaliber Girls In Hawaii en ze missen wat bombast, maar er zit één briljant wapen in hun arsenaal: de stem van zanger Marien Dorleijn snijdt met iedere uithaal door de Kathedraal. Stiekem zou deze band in een klein theatertje op haar mooist zijn, als Dorleijn minder tegen stampende basdrums en staccato slaggitaren hoeft te vechten.

Om binnen het thema van goddelijke locaties te blijven, willen we van de Kathedraal naar de Paradijskerk, voor Matthew & The Atlas. Helaas staat daar een rij tot ver voorbij de volgende venue. Wie zegt dat de kerken leegstromen? Pas uren later op de avond, bij het op één na laatste liedje van Clean Pete (7), komt er een bankje vrij. Zien we toch nog iets van de blonde tweeling Loes ‘die met de gitaar’ en Renee ‘die met de cello’ Wijnhoven, en horen we toch nog wat van de songteksten vol alledaagse doch opvallende zinsconstructies. Denk: Spinvis en Roosbeef. Loes kondigt aarzelend het laatste nummer aan. ‘Ik durf bijna niet te zeggen waar het over gaat, omdat we in een kerk zijn.’ Het valt allemaal mee, al is een ex-vriendje met een lekke fietsband natuurlijk geen luchtig onderwerp. 

Het hoogtepunt van Motel Mozaïque 2014 is op dat moment al achter de rug. Erlend Øye (8) heeft na een dagje fietsen door Rotterdam nog tijd over voor een concert in grote zaal van de Schouwburg. De Noorse zanger is inmiddels naar Italië geëmigreerd. Om het nog internationaler te maken is hij hier met twee IJslanders: een toetsenist met Vikingwaardige baard en sokken die nog het meest aan Fruit Joy-ijsjes doen denken, en een fluitist.

De vikingbaard achter de Fender Rhodes wordt voorgesteld met een naam langer dan twee vulkanen, gelukkig noemt Øye hem zelf ook gewoon kortweg Siggi. Hij mag solo een liedje van zijn band Hjálmar spelen. Kan Motel Mozaïque meteen horen hoe IJslands klinkt. Prachtig. Zoals de woorden van je supermodel na het dessert: ‘Geef de rekening maar aan mij’.

Als Øye terug op het podium is, vraagt hij het publiek om een gunst. ‘Ga even zitten. Voor één liedje.’ De complete zaal gehoorzaamt. De zanger zet een cover in van Big Star’s Thirteen, zo breekbaar en mooi dat na het applaus achteraf niemand het waagt om op te staan. The Whitest Boy Alive krijgt de smaak te pakken en rijgt nu de crowdpleasers aan elkaar: het Italiaanse songfestivalhitje Non ho l'ét, een eigen poging tot songschrijven in het Italiaans en een impromptu stukje You Can Call Me Al van Paul Simon. Nu zijn discipelen toch aan zijn voeten zitten, pakt hij de microfoon en loopt naar de rand van het podium. ‘Ik ben inmiddels 38. Is er iemand die iets van levensadvies wil?’ Zijn belangrijkste tip: verhuis naar Italië. Het lijkt meneer Øye zeker goed te hebben gedaan.

Comments

Win
Passe-Partouts Motel Mozaïque
Motel Mozaique