Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
'Verschoppeling zijn is makkelijker hier'
04 OKT 2013 • Door Steven Stoffers • Meer blogs over Theater

'Verschoppeling zijn is makkelijker hier'

We vroegen het aan een choreograaf, een genomineerde danser en een jurylid van de Nederlandse Dansdagen. Zijn wij slechte dansers? Of is Nederland gewoon enorm in trek in het buitenland?

Het jurylid: Stella van Leeuwen
Stella werkt als theater- en dansprogrammeur voor Lowlands. Maar we bellen haar vooral omdat zij een van de juryleden is die zondag beslissen wie er met de Zwaan voor Meest indrukwekkende dansprestatie van het jaar vandoor gaat.  

De Zwaan voor meest indrukwekkende dansprestatie kan dit jaar naar een Italiaan (Francesco Curci), een Servische (Dunja Jocic) en een Fransman (Medhi Walerski) gaan. Nederland kan dus niet winnen op de Néderlandse dansdagen, toch op zijn minst opmerkelijk. Waardoor komt dat? 
‘Dans is natuurlijk, anders dan bijvoorbeeld toneel, een universele kunstvorm. Dat maakt het voor dansers gemakkelijker om in het buitenland te studeren of aan het werk te gaan. Daarnaast spreken bijna alle Nederlanders Engels. Je kunt dus als buitenlander hier makkelijk communiceren en de ontwikkeling van dans is in Nederland heel vooruitstrevend en onderzoeksmatig. Nederland staat op dansgebied héél goed aangeschreven in het buitenland. Wij maken het meest vooruitstrevende en misschien wel mooiste werk. Het is gevaarlijk om te zeggen, maar ik denk dat dat zo is.’

Dus als je de Zwaan voor Meest indrukwekkende dansprestatie in Nederland wint, dan ben je wel iemand?

(lachbui)

‘Ja, maar er is natuurlijk verschil tussen een choreograaf en een danser. Vooruitstrevend werk heeft vooral betrekking op choreografieën. Maar het is wel zo dat dansers in Nederland veel breder in hun idioom worden opgeleid, waardoor ze zich op een andere manier heel goed kunnen ontwikkelen als danser en echt eigen kunnen worden. Iedereen kan wel een chassé maken, maar de een doet dat ingeleefder, vreemder, beter of bijzonderder dan de ander. Hier mag je veel meer keuzes maken voor de manier waarop je die danspas doet dan in het buitenland. Opleidingen zijn daar meestal klassieker en dansers ontwikkelen zich dus eenvormiger.’

Het is misschien een bizarre vraag, maar zie je eigenlijk nog iets terug van de nationaliteit van een danser in hoe hij danst?
‘Zeker! Dat is heel mooi bij bijvoorbeeld die jongen van Conny Janssen Danst, waar komt hij ook alweer vandaan?

Italië.

'Ja, je ziet dat ook in hem. Hij heeft een gepassioneerde, maar toch verfijnde, elegante manier van dansen. Heel cliché, maar ergens in hem zit het zuidelijke temperament dat ook sommige Spanjaarden bijvoorbeeld kunnen hebben. Het is echt zo, hij heeft een andere manier van dansen dan een gemiddelde Nederlandse danser. Aan de andere kant zijn we vreselijk aan het globaliseren, dus misschien verdwijnt dat langzaam.’

De choreograaf: Guy Weizman
Guy kwam zelf als danser ooit vanuit Israël via Berlijn, Barcelona en Brussel naar Amsterdam. Inmiddels is hij de choreograaf van dansgezelschap Club Guy & Roni in Groningen. Zijn dansvoorstelling Midnight Rising is genomineerd voor een Zwaan én hun danseres Dunja Jocic maakt kans op de Zwaan voor Meest indrukwekkende dansprestatie.

Hoe denk jij dat het komt dat er zo veel buitenlandse dansers zijn in Nederland?
‘Het komt door de dansacademies. De meeste dansers komen hier terecht doordat ze na hun studie blijven hangen. Nederland heeft een heel sterk dansveld in vergelijking met andere landen. Duitsland is bijvoorbeeld een groot land met heel veel dansgezelschappen, maar het zijn op de een of andere manier allemaal kleine scenes. Een danser in Duitsland danst in zijn eigen stad en heeft weinig contact met andere gezelschappen. Ze hebben niet echt een idee wat er op andere plekken gebeurt. Nederland is een open systeem, je mag reizen, en dat voelt vrijer.’

Is het voor Dunja Jojic ook zo gegaan?
‘Ja, Dunja is vanuit Servië hierheen gekomen om  te studeren en wij hebben haar direct na haar studie na één auditie aangenomen. Dat is inmiddels elf jaar geleden. Als zij de Zwaan zou winnen, heeft er gewoon een Nederlander gewonnen; Dunja heeft nooit ergens anders gedanst.

Waarom komt men graag hier studeren?
‘De dansacademies in Nederland zijn absoluut beter dan in het buitenland. Ze bieden een heel mooie combinatie tussen techniek en toneel, persoonlijkheid. Nederlandse dans onderscheid zich van andere landen doordat het zowel fysiek, technisch, is als progressief. Een goede combinatie van hersens en hart. Dat zie je niet snel in andere landen. Je moet ook niet vergeten dat Nederland voor buitenlanders een heel prettige plek is om te wonen. Het is hier makkelijker om een verschoppeling te zijn. Niet qua wetten of zo, maar qua gevoel: je wordt minder geconfronteerd met taal en vooroordelen. Het gekke is dat ik ook ontzettend goede Nederlandse dansers heb gezien in het buitenland, dansers reizen misschien gewoon graag.’

De danser: Francesco Curci 
De Italiaanse Francesco (30) is één van de genomineerde dansers. Hij studeerde aan Codarts in Rotterdam en danst nu bij Conny Janssen Danst, al ging dat niet zonder slag of stoot. 

Waarom ben jij in Rotterdam komen studeren?
‘Codarts is best een beroemde academie. Voormalig studenten raadden me aan om te gaan, omdat je hier uitzicht hebt op een baan. In Italië, Spanje of Frankrijk is dat veel moeilijker. Door de cultuurbezuinigingen is de situatie nu anders, maar voorheen werd er door de Nederlandse overheid geïnvesteerd in dansgezelschappen. Toen ik ging studeren hadden de vele projecten hier zeker een grote aantrekkingskracht op buitenlandse studenten.’

Hoe kijkt het buitenland tegen dansland Nederland aan? Staan we bekend om een bepaalde stijl of zo?
‘Nederland staat bekend als open minded. Dat betekent dat nieuwe dingen de ruimte krijgen om te ontstaan. In Italië is ballet het ding, in Nederland zijn de manieren om jezelf uit te drukken via dans vele malen verder ontwikkeld. Het is niet zo stereotyp, hier bestaan alle soorten dans naast en door elkaar.’

Hoeveel internationale studenten zaten er überhaupt op jouw opleiding?
‘Bijna iedereen kwam uit het buitenland, van de 30-35 mensen waren er misschien drie of vier Nederlands. Dat is echt fantastisch voor je vorming als danser. Je wordt beïnvloed door andere ervaringen, manieren van denken en trainen. In Italië zijn de verhoudingen min of meer andersom, er komen hoogstens een paar mensen uit omringende landen naartoe. Met name de taal is een hoge drempel. Na acht jaar in Nederland spreek ik nog steeds geen Nederlands, omdat het nooit heeft gehoeven: iedereen schakelt direct over op Engels. Maar ik heb mezelf en Conny beloofd dat ik daar dit jaar verandering in ga brengen.’

Ok, er zijn dus veel buitenlandse studenten. Maar drie of vier Nederlandse studenten per klas, dat klinkt wel als weinig. Hoe komt dat dan?
‘Als je het aantal dansers afzet tegen de bevolking, dan heeft Nederland een hoog percentage dansers. Het aantal in een klas is gewoon laag in vergelijking met het hele buitenland en dat is niet meer dan logisch: er wonen veel meer mensen buiten de landsgrenzen dan erbinnen.’

Het is duidelijk: Nederland is juist erg goed in dans. Zo goed, dat dansers uit de hele wereld heel graag hierheen komen voor hun progressieve opleiding. We maken hier misschien wel het mooiste, meest vooruitstrevende werk ter wereld, merkte Stella van Leeuwen zelfs op. De Nederlandse Dansdagen zijn het hoogtepunt van het Nederlandse dansjaar. Dus als je één bij één optelt, kun je komend weekend de beste dansvoorstellingen ter wereld bekijken. Er zijn nog kaarten. Met CJP-korting zelfs. GO!

Comments

Win
Kaarten Gejaagd door de wind