Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Het genie Da Vinci
10 SEP 2013 • Door Willemijn Kruijssen • Meer blogs over Expo

Het genie Da Vinci

‘Wanneer ben je een genie? Ik stel de vraag altijd aan mijn studenten. Wat iedere keer weer terugkomt, is dat iemand vernieuwend, origineel en een pionier moet zijn’, zegt Michael Kwakkelstein. Hij is renaissance-(en dus Leonardo-)kenner en hoogleraar in Utrecht en Italië. De ideale persoon voor een rondleiding. En ja, aan die voorwaarden een genie te zijn, voldoet Leonardo da Vinci.

Terwijl zijn levensloop dat niet zo direct zou voorspellen. Leonardo werd op 15 april 1452 geboren op het platteland in de buurt van het dorpje Vinci in Toscane. Hij was de buitenechtelijke zoon van een notaris uit Florence en een plattelandsvrouw. Als onwettig kind mocht hij niet studeren, vermoedelijk voelde hij zich daarom buitengesloten. Maar toen zijn vader op een dag zag dat zijn zoon een talent had voor tekenen, nam hij hem mee naar Andrea del Verrocchio, de belangrijkste kunstenaar in Florence. ‘Joh, dat was geweldig. Als jongen van zestien kwam hij van het platteland daar ineens in een bedrijvigheid terecht. Verrocchio had een werkplaats waar van alles gebeurde. Hij was goudsmit, beeldhouwer, kunstenaar en had talloze mensen in dienst. Daar leerde Leonardo veel.'  

Een bloederige bedoening
Het meest bijzondere aan Leonardo was dat hij een uniek talent had in het waarnemen van natuurverschijnselen. ‘Zijn anatomische studies zijn verbluffend’, vertelt Kwakkelstein bij reproducties van tekeningen van spieren en organen. (Leonardo schreef zijn aantekeningen in spiegelschrift. Hij was linkshandig en inkt droogde destijds erg langzaam; spiegelschrift voorkwam simpelweg vlekken.) ‘Hij heeft door het bestuderen van lijken kennis aanschouwelijk gemaakt. Dat was een bloederige, vieze bedoening. Kun je het je voorstellen?’

Leonardo droomde over zaken die nu gerealiseerd zijn, maar in die tijd nog nauwelijks voorstelbaar: zoals vliegen en onder water ademen. In de tentoonstelling is een propeller te zien. (Die is zoals alle andere voorwerpen gebouwd naar Leonardo’s tekeningen. Er is geen enkel oorspronkelijk houten exemplaar bewaard gebleven.) ‘Hij kwam op het idee voor de propeller toen hij een vallend esdoornzaadje zag. Hij wilde alles weten, waardoor zoveel onvoltooid is gebleven. Dan begon hij ergens aan, werkte heel nauwkeurig, maar begon ook snel weer aan iets nieuws.’  

Wimpers en wenkbrauwen
Leonardo werkte vooral als ingenieur. Dat was pragmatisch ingegeven: het was destijds zo’n beetje continu oorlog, waardoor er veel vraag was naar de ontwikkeling en verbetering van wapens. ‘Dan schreef hij in de P.S.: ‘In vredestijd kunt u me ook goed gebruiken, want ik kan ook goed schilderen.’
Dat ‘goed schilderen’ is nog voorzichtig uitgedrukt. Dat zie je vooral in de zaal met de nieuwe ontdekkingen over de Mona Lisa. Het schilderij is met een speciale camera helemaal vastgelegd. Zo zijn wetenschappers tot de ontdekking gekomen dat ze wél wimpers en wenkbrauwen had toen Leonardo haar schilderde. Zijn kleuren waren ook anders: een blauwe hemel, een roze gelaat, licht gekleurde bergen, groene bomen. Terwijl nu alles wat bruinig is, het resultaat van vijfhonderd jaar verkleuring van de vernislaag.  

Kwakkelstein vertelt nog enthousiaster dan hij eerder was. ‘Je kunt in de Mona Lisa niet alleen een stuk hout met verf zien, zoals bij andere schilderijen soms wel kan. Ze geeft je de illusie dat ze alleen naar jou kijkt en naar jou glimlacht. Het is haast magie, ze verleidt je tot teruglachen. Daarnaast komt al zijn kennis in Mona Lisa terug. Kennis van optica, de natuur, huid en botten, lichtinval, suggestie van reliëf.’

Comments