Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Wat is applaus?
11 JUL 2013 • Door Willemijn Kruijssen • Meer blogs over Theater

Wat is applaus?

Staande ovatie geven, boe roepen of juist bravo of in die doodstille zaal toch maar geen geluid maken? Applaudisseren, het kan soms lastig zijn. Peter Arink van de Nederlandse Opera, Jip Smit van Hij Gelooft in Mij en de wetenschap helpen ons een eindje op weg.

Een paar weken geleden was ondergetekende bij het ballet Overture & Sacre du Printemps in de Stopera. Bij aanvang was er een applausje voor de dirigent, net als toen de voorstelling werd hervat na de pauze. Na afloop gaf de stijf uitverkochte zaal een minutenlange staande ovatie. Ook ik stond op, want als enige blijven zitten, nou ja, dat is ook zoiets.

Niet veel later ging ik naar de muziekvoorstelling When the mountain changed its clothing in de Zuiveringshal op het Westergasterrein. De prachtige zang van het 40-koppige meisjeskoor had mij diep geraakt. Mijn geklap was harder en sneller dan bij het ballet. Hoewel mijn buurvrouw in haar enthousiasme al snel ging staan, bleef ik lang zitten, net als alle mensen voor mij. Uiteindelijk duurde de staande ovatie van het hele publiek nog geen halve minuut, waarna de zaal leegstroomde.

Applaudisseren is een blijk van waardering, dat is duidelijk. Maar het ene applaus is het andere niet.

Opera
Als er één discipline is waar applaudisseren voor toeschouwers ingewikkeld kan zijn, is het wel opera. Zo neemt bariton Peter Arink van De Nederlandse Opera regelmatig boegeroep in ontvangst. Dat is niet altijd negatief, vindt hij. Huh? ‘Het is niet per se de bedoeling het publiek ter wille te zijn, bij De Nederlandse Opera programmeren we risicovolle producties. Dus als er boegeroep klinkt, wil dat zeggen dat we mensen hebben geraakt. Ik heb ook vaak genoeg meegemaakt dat één iemand begint met ‘boe’ en een ander juist reageert met ‘bravo’, waarna beiden bijval krijgen. Dat is een heel mooi schouwspel. Wij krijgen op het podium dan nog een voorstelling vanuit het publiek.’

Om het in ontvangst nemen van applaus gladjes te laten verlopen, wordt dat zorgvuldig gerepeteerd en uitgevoerd. Waar bij toneelstukken alle spelers tegelijk op het podium komen, is dat zowel in de opera als bij musicals anders. Nu Jip Smit een van de hoofdrollen speelt in Hij Gelooft in Mij, de musical over het leven van André Hazes, krijgt ze harder applaus dan toen ze nog in het ensemble zat. Dat komt als eerste op, als tweede de kleine bijrollen, daarna is het aan de grote bijrollen en ten slotte komen de hoofdrollen.

Staande ovatie
Van groep 8-musical tot een meesterlijk uitgevoerd concert van het wereldwijd gerespecteerde Concertgebouworkest en alles (echt álles) ertussenin: in Nederland is het publiek nooit te beroerd een staande ovatie te geven. Maar in Duitsland bijvoorbeeld, is het helemaal niet vanzelfsprekend. Peter: ‘In Nederland moet je staan niet overschatten, na een opera van drie of soms wel zes uur is het ook wel lekker om even de benen te strekken. Maar een zittend applaus, dat is heel lauw ja.'

Als jij je waardering wil laten blijken tijdens de voorstelling, omdat je hetgeen dat je net zag of hoorde mooi vond: vooral doen. ‘Reacties tijdens de voorstelling zijn heel waardevol. Het is een soort tussenstand en geeft een ontzettende motivatie om door te gaan’, zegt Peter Arink. Jip keek dus ook even raar op toen er op een dag niet meer om een grap werd gelachen. 'Eerst vond het publiek het grappig: de lach was er iedere voorstelling. Tot het publiek er op een dag niet meer om hoefde te lachen. Ik heb er van alles aan gedaan, maar als je er teveel over na gaat denken werkt het niet.’ 

Bij de opera kan het soms líjken dat een aria is afgelopen, begin je te klappen en zingt de operaster verder. Pijnlijk voor jou. Andersom kan ook: bij opera’s zijn er vaak wél momenten ingebouwd voor applaus. ‘Als dat dan niet gebeurt, dan kan het vragen oproepen’, zegt Peter.  ‘Bij opera zitten er vaak wel mensen met een goede kennis van het repertoire en van de traditie. Maar dat soort mensen haalt er plezier uit kritisch te zijn.’

Testje
Ten slotte. Een testje. Klap eens een paar keer achter elkaar. Nog eventjes. Welke hand neigt naar onder? De rechter? Dan ben je de uitzondering, want slechts één op de tien mensen klapt met de linkerhand op de rechter-. De rest klapt met rechts op links. Ik ook, toen in de Stopera en in de Zuiveringshal. Dat ik in die eerste opstond en in die ander bleef zitten, ook al vond ik die eigenlijk mooier, is ook al heel normaal. Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat de kwaliteit van de voorstelling niet het belangrijkste is voor het geven van applaus. Nee, we laten ons met z’n allen veel meer leiden door wat anderen doen. Als iemand begint te klappen, dan doen we vrolijk mee. Hoe lang het applaus vervolgens duurt is afhankelijk van wanneer iemand stopt. Peter Arink weet dat ook uit ervaring: ‘Dan hebben we een voorstellingenreeks waar op momenten dat applaus gegeven kan worden, dat de ene keer niet gebeurt en de andere wel. Als je het dan navraagt bij het publiek, is het vaak zo dat er gewoonweg niemand begon.’

Comments

Win
Butterfly in het Hilton