Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Sterrenregen week 25
21 JUN 2013 • Door Thijs Zilverberg

Sterrenregen week 25

Film / Man of Steel
Ga er maar aanstaan. Maak maar eens die zeshonderdste superheldenfilm. Regisseur Zack Snyder voelde zich geroepen en blies voor het eerst sinds Superman Returns de stof van het blauwe kostuum met de S op de borst. Met Henry Cavill als de nieuwe Clark Kent is de nalatenschap van Christopher Reeve in goede handen. Zonder iemands geheime identiteit te willen verklappen, kan ik vast zeggen dat hij een dubbelrol speelt. Man of Steel bevat alle elementen waarvoor je naar de bios gaat. Genoeg verwijzingen naar de comics voor de die hards en genoeg actie en romantiek voor de liefhebbers van de films. Een sterk staaltje van regisseur Zack Snyder.

BN/De Stem: 'Man of Steel-vertolker Henry Cavill is breed, charismatisch en met een even wilskrachtige als kwetsbare blik: de perfecte Superman. (…) De film moet het ook voornamelijk hebben van de interacties tussen mens en supermens. Wanneer zijn pleegvader (Kevin Costner) middenin een verwoestende tornado zijn jonge zoon gebiedt vooral niet zijn krachten aan de wereld te tonen, raakt diep in de ziel: dat is zelden voelbaar in dit genre. (…) Het inlevingsvermogen van de kijker wordt pas op de proef gesteld wanneer aartsvijand Zod (Michael Shannon), een oud-generaal van Krypton met kwade intenties, de confrontatie aangaat met Superman. Dat gaat gepaard met zoveel destructie dat de puinhopen nauwelijks nog te overzien zijn. De slotscène zet zóveel bekende pionnen uit het Superman-universum neer, dat het opnieuw in de koelkast zetten van de serie een Kryptonische doodzonde zou zijn.’
****

Filmpjekijken.nl: ‘Het script van Goyer zorgt ervoor dat de uitstekend gecaste acteurs de ruimte krijgen om echt een eigen invulling te geven aan wat in principe niet meer dan platte archetypes zijn. Een film als dit valt of staat met de grote schurk en Michael Shannon stelt niet teleur. Zijn versie van de megalomane Zod heeft iets weg van een onbegrepen Generaal Patton, een strijder die door de geschiedenis ingehaald is en wanhopig teruggrijpt naar wat hem ooit definieerde. (…) Kal-El zelf is dit keer niet de glimlachende braverik die zich slechts laat gaan als hij zijn meisje niet krijgt, maar een eenling die al zijn hele leven voelt dat hij voor meer bestemd is, maar geen idee heeft wat er van hem verwacht wordt. The Tudors-ster Henry Cavill heeft dan misschien een wat minder klassieke Superman-kop, hij is zeker een geslaagde versie en weet de film (en het iconische pak) met gemak te dragen.’
****1/2
 
Muziek / Sigur Rós - Kveikur
Bij de eerste cd’s van Sigur Rós is het soms lastig voor te stellen dat deze hemelse geluiden door gewone mensen zijn geproduceerd. Op Kveikur staan de engeltjes wat minder hoog in de pikorde. Waar sommige bands ervoor kiezen om een succesformule tot in het oneindige te herhalen (Mumford & Sons, ik zie jullie), durven Jonsí en consorten het experiment aan. Het vlekkeloze geluid is donkerder, besmeurd bijna. Alsof de engeltjes zijn ondergedompeld in een vat olie. Het geluid is er niet minder betoverend door. Dat dit gewoon een paar IJslandse mannen zijn blijft moeilijk te geloven.

Paste Magazine: ‘If any band can lay claim to always trafficking in creative refurbishment, it’s these Icelanders. But the bands that are the most impressive are always those whose shifts in sound still contain that indelible fingerprint, that single snowflake falling that indicates the album is theirs and theirs alone. Kveikur is still stamped with all the characteristics which have made the band so appreciated and inspiring in the past, but now with a new sense of angsty vigor. (…) It’s refreshing to see a band so accustomed to scoring the more pleasant of our dreams and fantasies dealing with a sonic territory at times more close to nightmare. Though Kveikur is more anxious and busy than a lot of their past output, it still possesses the heavenly quality all their other records so admirably held on to as well. But even in Paradise, the angels fell. Kudos to Sigur Rós for getting the sound of it on tape.’
****1/2

NU.nl: ‘Zes langspelers lang wordt Sigur Rós geassocieerd met sprookjes, elven, droomlandschappen en langzaam opborrelende geisers die gestaag naar hun kookpunt toe groeien. Feeërieke fabels in atmosferische postrock en mysterieus kabbelende ambient. Associaties waar het IJslandse trio mee lijkt te willen breken op Kveikur. Neem de eerste minuut van Brennisteinn, de opener van het zevende album van Sigur Rós. Deze lijkt eerder uit een industriële hel vol nachtmerries te zijn ontsnapt dan uit een sprookjeswereld. (…) Ísjaki is waarschijnlijk het meest dansbare nummer dat de band tot op heden heeft geschreven en lijkt Rafstraumur gemaakt om de armen bij naar de hemel te werpen in bombastische euforie. Sigur Rós verkiest hier voor het eerst de echte directe aanval en laat je daarbij toch weer even, onverwacht, verrast zitten.’
****
 
Muziek / These New Puritans - Field Of Reeds
Het moet knap lastig zijn als je vijf jaar geleden besloten hebt om fan van These New Puritans te worden. Hun debuutalbum was springerig als Bloc Party op volle kracht. In de twee jaar daarna leerde Jack Barnett noten lezen om klassieke partijen te kunnen schrijven voor opvolger Hidden. Hij haalde zelfs een kinderkoor naar de studio. Nu is er Field of Reeds en gaat de songwriter/producer nog een paar stappen verder. Met bijdragen van fadozangeres Elisa Rodrigues, Duitse topdirigent André de Ridder en een heel blik aan houtblazers slaat de verveling geen moment toe. En dan zijn er nog de grondtonen van Adrian Peacock, de man met de laagste stem van Groot-Brittannië. Een vreemde, maar onmiskenbaar goede cd.

De Volkskrant: ‘Weinig Engelse bands zijn zo aangenaam ongrijpbaar als These New Puritans. Maakte de groep uit Southend op debuutalbum Beat Pyramid (2008) nog postpunk; album nummer drie, het pastorale Field Of Reeds, valt te typeren als eigentijds klassiek, in de gedaante van songs die geen eenvoudige structuur hebben, maar wel intiem en meeslepend zijn. Niet Mark E. Smith (The Fall), maar Mark D. Hollis (Talk Talk) is hier de referentie: in V (Island Song) is zelfs de vocale gelijkenis groot. (…) These New Puritans neemt op dit derde album (tijdelijk?) afscheid van wat we doorgaans popmuziek noemen, maar het gedragen Field Of Reeds neigt toch nergens naar gewichtigdoenerij. Dat is misschien wel de grootste verdienste van deze unieke band.’
****

Pitchfork: ‘Their debut album, 2008’s Beat Pyramid, took the moony British post-punk phenomenon of the preceding few years and made it nasty, agitated, and wholly uninterested in emotive melancholy or accessible lyrical subjects. Numerology and olde magick were central, though good luck trying to prise much else from it. (…) Its follow-up, 2010’s Hidden, sounded like a strikingly, elegantly choreographed war, at once global and gothic with its destructive beats, mournful laments, and taunting vocals. And now, Field of Reeds is a stilled, abstract pastoral of sorts, where the music seems to grow and swarm as naturally as moss across rocks. (…) While Field of Reeds is a mysterious album in many ways, what it makes clear is Barnett’s faith in the purity of sound, rather than words, to communicate; remember, "This music is weightless, and when I sing, so am I." By removing any imposition of context, his words of consonants, his music of attention-grabbing impact, his ensemble of rock band-status, he’s created a truly strange and beautiful record.’
****

Comments