Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Je wang op een bezwete tribaltattoo
14 JUN 2013 • Door Steven Stoffers • Meer blogs over Muziek

Je wang op een bezwete tribaltattoo

Mijn muzikale ontwikkeling begon met een kopietje van Britney Spears’ …Baby One More Time. Daar was ik ook als elf-en-een-half-jarige niet trots op. Het vriendje dat het album met pijn en moeite door een krakende telefoonlijn had getrokken en ‘op een cd’tje had gebrand’, moet mijn teleurstelling hebben gezien. Niet veel later kreeg ik van hem namelijk Hitzone 8 in mijn handen geduwd. Compleet met een zelf geprint hoesje, waar opmerkelijk veel liedjes op stonden met een toevoegsel tussen haakjes. Hitzone 8 is een onvervalste klassieker: op de tracklist staan Mambo No. 5 (A little Bit Of…)Blue (Da Ba Dee)The Road Ahead (Miles Of The Unknown). De bonustrack is Het Bananenlied

Omdat ik me ergens toch schuldig voel dat Britney Spears, Lou Bega en De Boswachters nooit een cent van mij gezien hebben, zocht ik net even op hoe vaak Hitzone 8 verkocht is. Het schuldgevoel zwakte af, volgens www.hitzoneoverzicht.nl (!) ging nummer 8 maar liefst 140.000 keer over de toonbank. Goed, inmiddels is wel duidelijk hoe mijn muzikale landschap, en dat van jou waarschijnlijk ook, er ongeveer uitzag in 1999.
 
En toen kreeg ik mijn derde cd, met daarop het album dat mijn leven veranderde. Remco de gitaarleraar had op zijn minidisc drie nummers van onze laatste opvoering in de muziekschool opgenomen en wilde die voor ons op een cd’tje zetten. Maar op een CD-R past 79 minuten muziek (voor mensen die na 1992 zijn geboren; dat is 700mb) en als je hem niet helemaal vol zet is dat eigenlijk zonde, want je kunt er niet later nog wat bij plakken. Remco zette er voor mij dus een heel extra album bij en ik kan met gerust hart zeggen dat ik zonder die cd niet hier op de redactie zou zitten.

Nadat het laatste gitaartokkeltje van de uitvoering was uitgekabbeld, werd het even stil in de jongenskamer. Na het vreemde intronummer van het verrassingsalbum was het nog steeds stil in de jongenskamer. En toen hoorde ik dit: 

‘Ladies and gentleman, introducing: The Chocolate Starfish (een totaal kapotgescheurde gitaar zet een venijnig loopje in) … And The Hot Dog Flavored Water. Bring it on!’ (KA-TA-KLUNK) 

De neerkletterende drums na de woorden van Fred Durst, want het gaat hier natuurlijk over Limp Bizkit, markeren het begin van een muzieksmaak. Vóór die drums vond ik muziek leuk omdat anderen het leuk vonden, maar dit was helemaal van mij. Na die eerste keer Limp Bizkit werd het nooit meer stil op de jongenskamer: Rage Against The Machine, elke woensdagavond The Box, On The Roxx opnemen op videoband en uiteindelijk een elektrische gitaar.

Inmiddels zijn we veertien jaar verder. De elektrische gitaar bracht me naar alle jeugdhonken van Nederlands en Belgisch Limburg. De bandleden die daarbij naast me stonden voerden me steeds weer nieuwe muziek. Mijn smaak veranderde uiteraard (in die van een snobistische indiepurist, met dito pen) en ondertussen stierf Nu Metal een stille dood. Niemand luisterde meer naar Linkin’ Park (terecht) en Limp Bizkit viel al in 2001 uit elkaar. Wes Borland (de immer beschilderde en gemaskerde gitarist) werd wel vervangen, maar zonder hem was 'The Bizkit' niet meer hetzelfde. Ik heb mijn jeugdhelden dus nooit live kunnen zien. 

In 2009 was daar ineens het 'heuglijke' nieuws dat Fred en Wes zich eindelijk met elkaar verzoend hadden. De snobistische indiepurist in mij was achterdochtig, want dit deden ze natuurlijk voor het geld. En inderdaad: Limp Bizkit maakte een verschrikkelijk dom album waar ik een klein beetje om heb gehuild. Als je jeugdhelden zo door het ijs zakken, ga je aan jezelf twijfelen. Had ik het al die tijd verkeerd gezien? Is Limp Bizkit echt de kutband die iedereen met acht jaar meer levenservaring zei dat het was? Je stopt het een beetje weg. Niet iedereen hoeft te weten dat je zeker twee keer per jaar Chocolate Starfish op elf door de huiskamer blaast en dan de hele plaat woord voor woord meerapt. Middelvingers en alles. Je zegt tegen jezelf: jeugdhelden moet je niet jaren later nog willen zien, koester de herinnering. Je negeert dus dat ze op een half uur fietsen van je voordeur spelen, voor een net iets te hoog bedrag en dus een nog steeds niet uitverkochte HMH. Je duikt vol in de nieuwe stroom credible garagerockbands en zelfs af en toe in de bijbehorende moshpits. Maar ergens blijft het knagen.

Gisteravond stond Limp Bizkit in het Paard van Troje in Den Haag. Ik stapte met gemengde gevoelens in de trein. Blijdschap omdat ik mijn helden eindelijk zou zien botste op de angst dat ze hun voetstuk aan diggelen zouden slaan. Zij waren inmiddels ook veertien jaar ouder. Waren zij niet net als ik dat kinderachtige gebeuk ontgroeid? Zouden er niet gewoon een paar verveelde oude mannen wat verplichte nummers spelen om hun rekeningen te kunnen betalen?

De eerste tekenen zijn slecht. Ik heb een shirt aan van een credible garagerockband, waarop een medewerker zegt: ‘vette band, veel beter dan Limp Bizkit.’ De rest van het publiek heeft geen shirtjes aan van credible bands. Nee, ik zie ineens weer alle jeugdhonken van Belgisch en Nederlands Limburg voor me: camo-broeken, neuspiercings, tribaltattoo’s en iedereen is drie keer zo breed als ik. Alsof de tijd half stil heeft gestaan en alleen de hoofden van het (voornamelijk mannelijke) publiek ouder zijn geworden. Ik hoor hier eigenlijk niet meer bij, denk ik nog als ik mijn plek op rij drie inneem.

Als Fred Durst het podium opsjokt, zakt de moed me in de schoenen. Vanwege het sjokken, vanwege zijn enorme, misplaatste baard en vooral vanwege de bmx-handschoen aan alleen zijn linkerhand. Een verveelde poseur. De volledig zwart geschminkte Wes wisselt het eerste half uur geen woord met hem. Fred wisselt op zijn beurt het eerste half uur geen woord met ons. De stiltes tussen nummers duurden te lang, Wes klooit expres lang met zijn gitaren en ik denk met een knoop in mijn maag aan de twee tourbussen die ik buiten had zien staan. Eén voor Fred en één voor Wes? Of één voor de meereizende crew? Wie schminkt Wes eigenlijk?

Toch is het in de zaal achter me vanaf het eerste nummer feest, ook ik heb al twee keer een moshpit meegepakt. Dat blijkt in een zaal vol beren (werken alle Limp Bizkit-fans in de bouw of zo?) heel wat ruwer te zijn dan bij de credible garagerockbandjes. Na 35 minuten lijken ook Fred en Wes toch iets te ontdooien en na een uur hebben ze er plezier in. Hop, My Generation erin. De zaal ontploft. Gold Cobra, het titelnummer van die verschrikkelijke rukplaat uit 2010, doet het vervolgens heel wat minder. Maar daarna knallen ze van de ene hit naar de andere en wordt de zaal één groot broederlijk slagveld. Genieten met je wang op een bezwete tribaltattoo. Ze spelen zelfs Killing In The Name Of van Rage Against The Machine nog van voor tot achter als bruggetje naar George Michael-cover Faith. Tot mijn verbazing hoor ik mezelf samen met 800 andere oerbeesten 'MOTHERFUCKER!' roepen. Ik hoor hier wel degelijk bij, ik was alleen vergeten hoe lekker dat is. 

En dan: 

‘Ladies and Gentleman, introducing…’ 

Fred zou me op mijn muil slaan als hij het had gezien, maar er staat letterlijk een traan in mijn ooghoek. Ik had me nergens zorgen over hoeven maken. Helden blijven helden, dit was en is helemaal van mij. Dus als u me nu wilt excuseren, ik ga even Hitzone 8 en The Chocolate Starfish and the Hotdog Flavored Water op cd kopen. Want één ding heb ik al die tijd wel goed gehad: helden moet je koesteren.

Comments