Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
INTERVIEW Philip Huff: Zwarte lichtpuntjes
12 APR 2013 • Door Norbert Pek • Meer blogs over Lezen

INTERVIEW Philip Huff: Zwarte lichtpuntjes

Waarom lezen Nederlanders zelden korte verhalen?
‘Mensen zeggen altijd dat het in Amerika wel gebeurt, maar het eerste boek van Raymond Carver verkocht ook maar 2000 exemplaren. Vaak worden Hemingway en Fitzgerald aangehaald, maar dan heb je het over de jaren ’20. Toen waren er nog geen iPads en televisies. Elke week stond een kort verhaal in de Esquire. Als je nu wekelijks een kort verhaal in het Volkskrant Magazine zet, heb je ook een bereik van 400.000 mensen. Of 100.000 als een kwart het leest. Waarom mensen zelden korte verhalen lezen? Er is in het boekenvak meer concurrentie om aandacht. Er zijn minder geschikte kanalen om ze te publiceren. En iedereen praat er op dezelfde manier over, namelijk denigrerend. De eerste opmerking van veel journalisten bij een verhalenbundel is: oh, dus dit zijn oude verhalen. Ze denken dat je genoeg verhalen hebt verzameld en er maar een kaft omheen knalt. Dat is niet zo. Een goede verhalenbundel kan een veel breder en ambitieuzer boek zijn dan een roman.’
 
Toch lijkt een kort verhaal goed bij deze tijd te passen. Aandachtsspannes nemen af, de gemiddelde leestijd ook.
‘Eigenlijk zou het korte verhaal superpopulair moeten zijn. Voor je gaat slapen kan je een kwartier een verhaal lezen. Sommige mensen doen dat minder snel bij een roman: daar moet je weer helemaal inkomen. Een kort verhaal kan je in de tram lezen, op je telefoon, op je iPad. Maar goed, dan moeten hier eerst iets op tv over worden gezegd. De meeste mensen kijken de hele dag tv en komen zo aan hun informatie.’
 
Het is volgens jou een kwestie van opvoeden?
‘Ja. Het zit niet in het systeem van mensen. Maar als je het er een tijdje inramt, komt het vanzelf wel.’
 
Je noemde Raymond Carver, die door velen wordt gezien als grootheid van het korte verhaal. Wat maakt hem zo goed?
‘Iedereen bewondert schrijvers op zijn eigen gronden, maar hij heeft drie eigenschappen die elke goede schrijver moet hebben. Een totaal eigen stijl waarin hij z’n eigen sterktes vindt en z’n zwaktes verbloemt. Hij heeft visie: het gaat over ons leven, want hij heeft een duidelijk beeld van de mens en hoe de mens functioneert. En hij is het beste in het oproepen van sfeer. Als je zijn verhalen leest, kan je een stoot in je onderbuik krijgen of juist vlinders in je buik voelen. Hij schrijft over een Noordwesterlijk Amerikaanse wereld die hij kent, maar uiteindelijk zijn het universele verhalen over vaders, moeders, verwachtingen, verliezen. Carver weet ook een perfecte spanningsboog op te bouwen. Verhalen van zes bladzijden zijn niet te lang of te kort. En als ze twintig bladzijden zijn, precies hetzelfde.’
 
Toch kan het voor lezers onaf voelen, zo’n kort verhaal. Je gaat er net zo snel in als uit.
‘Het vereist een iets andere vorm van lezen dan bij een roman. Zoals het een andere vorm van luisteren naar de Canto Ostinato vereist, dan wanneer je een liedje van The Strokes opzet. Je moet jezelf even trainen, maar dan word je ook beloond.’
 
De lancering van de schrijverscarrière van de 28-jarige Philip Huff is een voorspoedige geweest. Huff, die Geschiedenis en Filosofie aan de UvA studeerde, debuteerde in 2009 met de novelle Dagen van Gras dat aan de zevende druk toe is. Vorig jaar verscheen de studentenroman Niemand In De Stad waarvan al 15.000 exemplaren zijn verkocht. In 2008 stond Huff al in De Gids met een kort verhaal, en sindsdien zijn meerdere verhalen van de productieve schrijver in literaire tijdschriften verschenen. Een verhalenbundel kon niet uitblijven. Goed Om Hier Te Zijn is de naam, en staat vol met met zo confronterende als ontroerende verhalen waarin personages niet worden gespaard.
 
De bundel bestaat uit losse verhalen, maar het is wel één geheel...
‘Dat hoop ik wel, ja.’
 
...met als grote gemene deler dood, desillusie en ernstige ziekte. Waarom heb je hiervoor gekozen?
‘Het is niet echt een keuze. Als ik ga schrijven, merk ik wat er gebeurt. Ik bedenk niet van te voren dat ik een verhaal ga schrijven over een meisje in de kliniek die het niet ziet zitten. Ik begin aan een verhaal over een jongen in een kliniek, die een meisje ontmoet. Dan is het voor mij een verrassing wat gaat gebeuren. Tegelijkertijd vind ik dat je als mens best wat ruimte mag hebben om verdrietig te zijn. Om te erkennen dat het de helft van de tijd gewoon kut is. Helemaal in deze Happinez Magazine-tijden waarin iedereen maar vrolijk moet zijn.’
 
Je zegt dat je geen keuze maakt, maar je bundel is mede een geheel door de zwaardere onderwerpkeuze. Dat lijkt me toch bewust.
‘Ik begin aan een verhaal en weet echt pas na een kwart hoe het afloopt. Maar ik vind het niet erg om over dit soort dingen te schrijven. Ik heb heel vaak een verlangen naar iets dat zich nooit verlost. De ene keer kijk ik naar de sterren en vind alles prachtig, maar de volgende keer is het een verpletterend idee dat je er straks niet meer bent en het over honderd jaar niemand meer kan schelen. Die twee dingen zijn met elkaar in evenwicht. Ik geloof niet dat alles in de bundel heel deprimerend is. In het eerste verhaal is het treurig dat de geliefde van de verteller doodgaat, maar je hebt wel twee mensen die echt van elkaar houden. Er zit ook iets positiefs in. Maar ja. Ik luisterde vroeger heel veel Automatic For The People van R.E.M. Mijn zus zei altijd: kan die zelfmoordmuziek uit? Terwijl ik het prachtige muziek vond die me schoonheid en troost bood. Ik weet niet of ik het over mezelf mag zeggen, maar ik denk dat er ook schoonheid en troost in deze verhalen zit.’
 
Je staat lachend op de achterflap, je bent vlot in de omgang. Weinigen zullen deze donkere onderwerpen achter je verwachten.
‘Dat is zo’n complexe discussie. Ik vind foto’s op de achterflap altijd helemaal kut. Maar het moet tegenwoordig. De uitgever kiest een foto uit. Ik lach erop. Veel mensen lachen op een foto.’
 
Los daarvan. Er is een contrast tussen hoe optimistisch en levendig je nu overkomt, en deze bundel waarin iedereen ziek wordt en dood gaat.
‘Over Elliott Smith werd ook gezegd dat hij grappig was. Ik ben de helft van de tijd best vrolijk, sommige mensen die me spreken noemen me een leuke charmante jongen, maar ik heb blijkbaar ook een andere kant. Als ik praat ben ik lichter dan als ik schrijf.’
 
Heb je de afgelopen weken het gevoel dat je je moet verdedigen?
‘Ja, voor het eerst. Niet over de kwaliteit, maar omdat het deprimerend is. Toch zijn alle dingen die ik mooi vind voor een groot deel deprimerend: Nina Simone, Nick Cave, James Salter, Kate Bush, The National, Milk, Mystic River, No Country For Old Men, La Meglio Gioventù. Die vieren het verdriet. Maar omdat ik een vrolijke kuif heb en een glimlach word ik erop aangesproken. Dat is heel irritant. Ik ben geen relameman. Ik hoef niet te doen alsof het leven één grote Pedigree Pal-commercial is.’

1/2 LEES VERDER

Comments