Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Hanneke Hendrix: 'Je bent altijd alleen'
08 APR 2013 • Door Steven Stoffers • Meer blogs over Lezen

Hanneke Hendrix: 'Je bent altijd alleen'

De Verjaardagen is een van de genomineerden voor de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs. Je kunt nog tot en met 15 april stemmen op jouw favoriete boek van 2012 (en daarmee een Sony e-reader winnen) via deze site

De Verjaardagen
is je debuut, dus de meeste mensen zullen je nog niet kennen. Stel je even voor, alsof je met tien andere schrijvers in een kringetje zit.

‘Hoi, ik ben Hanneke Hendrix. Ik ben barvrouw, maak hoorspelen en ik heb een roman geschreven. Maar het liefst zou ik een vrouwelijke versie van Louis C.K. (Amerikaanse stand-up comedian, red.-) zijn. Hij is mijn voorbeeld. Als vrouw moet je vaak opboksen tegen knappe, dunne vrouwen. Ik ben ook altijd aan de lijn en the whole she-bang. Maar ik zou het een goed iets vinden, als ik alleen maar zou proberen een interessant mens te zijn. Dat ik alleen maar heel intelligente en grappige dingen over het leven zou kunnen zeggen, zoals Louis.’

De Verjaardagen begint in een kroeg, die qua omschrijving veel lijkt op het Nijmeegse café waar je al twaalf jaar werkt. Hoeveel van jezelf zit er nog in het boek?
'Van de kroeg eigenlijk alleen wat kleine dingetjes, zoals het controleren van de plees aan het einde van je dienst. We hebben namelijk ooit iemand ingesloten (dat gebeurt ook in De Verjaardagen, red.-). Die heeft gelukkig niets ernstigs gedaan (in tegenstelling tot in het boek, red.-). Hij had alleen een drol op een fust gelegd.’

Sorry?
'Hij had zich laten insluiten en alle deuren opengebroken die er waren. Er was niks weg, hij had echt alleen op een bierfust gekakt. Gek he? Terwijl het fust ook nog naast de toiletten stond. Het schijnt dat inbrekers dat vaker doen, omdat ze zenuwachtig zijn. Hoe dan ook, dat heeft het boek niet gehaald. Dan zou het meer een novelle worden. Ik wilde sowieso niet dat mijn boek over de kroeg zou gaan.'

Waar moest het dan wel over gaan?
'Volgens mij moet literatuur gaan over je visie op het leven. (Hanneke studeerde Filosofie en Wijsbegeerte, red.-) Ik ben gefascineerd door de eenzaamheid van de mens. Zodra je geboren wordt, ben je als mens afgesneden van iedereen. Als kind heb je nog een soort idee dat je één bent met je moeder of zo, maar op een gegeven moment kom je erachter dat dat niet zo is. Je bent in je eentje. Daardoor heeft iedereen een leegte in zich en die proberen we ons hele leven te vullen. We houden altijd de hoop dat dat kan, iedereen denkt dat hij een huis wil, een televisie, kinderen, liefde. Dat wil ik ook. Maar wat je ook bereikt, die leegte blijft. Dat maakt ons tot strevende wezens, het verlangen stuwt ons voort. Dat is maar goed ook, want zonder verlangen zouden we we allemaal dood willen.'

Pfoe. Lekker luchtig onderwerp voor jongeren, die in de zomer van hun leven zitten.
'Dat jongeren alleen maar de vrolijke, kinderlijke voorstelling van liefde, pijn en dood willen horen of lezen, is sowieso onzin. Maar ja, sorry. Soms hoor ik mezelf zo zwaarmoedig praten en dan denk ik: het lijkt de Libelle wel. Voor de duidelijkheid, ik vind het leven heel leuk. Ik wilde alleen een boek schrijven waarvan mensen zouden zeggen als ze het dichtklappen: 'Jezus Christus, wat is het leven toch vreselijk'. Want dat is het ook, er gebeuren verschrikkelijke dingen in de wereld, maar ondertussen leeft iedereen maar gewoon door. Ik vind het boek zelf overigens heel grappig, het is lijden met een knipoog. De laatste zin luidt niet voor niks: ‘Het is een prachtige dag’.

Dat doet me denken aan een van de passages in het boek waar jij het woord lijkt te nemen: ‘Dorpsvrouwen zul je nooit kunnen betrappen op een fatsoenlijk gevoel voor humor, want humor is nodig als het tegenzit en in een dorp zit het nooit tegen, ook niet als het tegenzit.’ Moest je daar even wat persoonlijke frustratie kwijt?
‘Ik ben opgegroeid in Grubbevorst, een dorpje bij Venlo. Dat is inderdaad duidelijk de blauwdruk voor het verstikkende dorp waar De Verjaardagen zich afspeelt. Nog steeds heb ik er wel eens last van dat men in bepaalde groepen mijn humor niet snapt, maar de vrouwen in Grubbevorst zijn gewoon echt niet grappig. De mannen, op mijn broers en de overbuurman na, trouwens ook niet. Mijn ouders gaan nu verhuizen en iemand vroeg me waarom ik dan niet in ons oude huis ging wonen. Bij de gedachte alleen al krijg ik het fysiek benauwd. Net als de hoofdpersonen in het boek, voelde ik me in het dorp een beetje een buitenstaander. Ik was geen standaard meisje, ging vooral met jongens om en hing toen altijd al een beetje de clown uit. Zoals ik al zei: ik wil Louis C.K. zijn. Dat ik dan een dikke, kalende, roodharige man ben, neem ik voor lief.’

Comments

Win
Alle boeken van de DJP Shortlist