Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Interview Ben Wheatley (Sightseers)
28 JAN 2013 • Door Arne van Terphoven • Meer blogs over Film

Interview Ben Wheatley (Sightseers)

Al je films zijn nogal donker. Maak je op een dag een happy feel good movie?

‘Dat weet ik niet. Ik voel me niet happy en feel good. Het zou dus wel heel moeilijk zijn voor mij. Misschien als ik prozac voorgeschreven krijg, waag ik me er eens aan. Kijk, het ding met het leven is: we gaan allemaal dood. Dus daar kom je uiteindelijk toch op uit. Dat wordt altijd weer de punchline. Je kunt je zelf voor de gek houden zoveel als je wilt, maar zo is het. Ik weet niet wat een vrolijke film betekent. Ben je dan vrolijk voor even? Alle personages in een happy film gaan uiteindelijk ook dood. Het is niet zo dat ze na de film in engelen veranderen.’

Je hebt wat tijd voor je doodgaat dus misschien is het leuk daar wat vrolijke momenten in te stoppen.

‘Dat is wel heel optimistisch. Om niet te zeggen totaal onrealistisch. Ze gaan dood in een vreselijk ongeluk. Of ze gaan dood terwijl ze hun eigen bed onderschijten omdat ze kanker hebben. Tijdens de sex doodgaan, dat heeft op zich dan nog wel wat. Het is alleen een beetje grimmig voor degene die ze aan het neuken zijn.’

Toen ik net in urinoir aan het pissen was, keek ik tegen een sticker waarop stond: Happy Men Pull A Caravan.

‘Haha, ja die komt van ons. Zelf ben ik meer van de tent. Maar het principe van caravan op een camping is mij wel duidelijk. Ik heb geen rijbewijs, dus ik zou een caravan met mijn blote handen moeten voortslepen. Dat is misschien een beetje te zwaar.’

Ik dacht meteen: deze film is begonnen bij slechte jeugdherinneringen aan de caravan.

‘Alice (Lowe, red) en Steve (Oram, red), de auteurs en hoofdrolspelers, hadden zeker zulke herinneringen. Alle locaties in de film zijn locaties waar ze met hun ouders op vakantie zijn geweest. Dat waren overigens best wel goede herinneringen, maar ze waren gezamenlijk verwonderd over dat hun ouders altijd ruzie hadden en het dan toch weer gingen doen. Dat was hun startpunt.’

Ze hebben geschreven en hebben de hoofdrol. Wilden ze ook controle over de regie?

‘Niet echt. Ik werk op een zeer intensieve manier. Als de acteurs ideeën hebben en die zijn haalbaar, doen we het. Op die manier komen er dus veel versies van een scene. Maar ik zit uiteindelijk in de montage en zij niet.’

Wat betekent intensief in dit geval?

‘Supersnel. Constant filmen. Niet een halve dag opbouwen en het licht goed zetten, nee, hop, knallen. Op een normale filmset moeten de auteurs eindeloos wachten tot alles is opgebouwd. Dat is bij mij anders. We filmden de hele dag, iedere dag. We hebben meer dan 200 uur materiaal geschoten.’

Heeft dat te maken met geld of is dat een keuze?

‘Een keuze. Ik hou ervan om in de montage veel materiaal en dus veel opties te hebben. Ook is het een strategie om met de acteurs om te gaan. Ze zijn constant hun personage, waardoor dat steeds natuurlijker wordt. Dat is beter dan dat ze in hun trailer zitten en bezig zijn met Facebook of naar huis willen of aan de regisseur twijfelen. Bij mij is er haast geen tijd voor uitlichten, maar veel meer tijd om te acteren. Filmen, filmen, filmen, zodat ze geen tijd hebben om na te denken. Kijk, het publiek geeft geen reet om hoe iets is uitgelicht. Zij denken alleen maar aan de performance. Natuurlijk, het moet er goed uitzien. Maar als alles perfect is uitgelicht maar de performance is kut, dan ben je weg. Aan de andere kant: als iets er gemiddeld uitziet maar de acteurs zijn fantastisch, is het wel goed. Denk maar aan het theater. Veel theater bestaat uit acteurs op het podium met een verder zwarte achtergrond. Niemand die roept: waar is de fucking set?!’

Comments