Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Havana: stad in de zon en de schaduw
07 DEC 2012 • Door Arne van Terphoven

Havana: stad in de zon en de schaduw

In Havana voelt alles dubbel. Het is mooi, maar slecht onderhouden. Het is vrolijk, maar de bevolking wordt onderdrukt. De mensen zijn aardig, maar willen geld van je. De revolutie is met de beste bedoelingen bewerkstelligd, maar we weten inmiddels dat het communisme niet werkt.

Het bekende straatbeeld van Havana voelt overdonderend als je er zelf staat. Vaak lijkt het alsof, nee, hééft de tijd stilgestaan sinds 1959. Oude mannetjes met sigaren keuvelen wat op straat, salsamuziek waait uit bijna ieder raam en op de wegen rijdt de ene schitterende Amerikaanse klassieker na de andere. Nergens is reclame te zien. Reclame is voor kapitalisten. In plaats daarvan staren de beeltenissen van drie heren je aan: Fidel Castro, Che Guevara en Camilo Cienfuegos. De helden van de revolutie.

Communisme
We besluiten één dag leuk mee te doen, zij het met gezonde weerstand, en bezoeken het Museum van de Revolutie. Havana valt bijna uit elkaar, maar de overheidgebouwen en ook dit museum zijn in perfecte staat. Binnen een bekend beeld met veel foto’s en rekwisieten van de strijd en indrukwekkende regeringskamers. Alle communistische landen zijn trots op hetzelfde: het afzetten van de heersende macht, de agrarische sector, gezondheidszorg en sport. Het is boeiend om te zien hoe krampachtig geprobeerd wordt om het nog wat te laten lijken, maar ergens ook wel grappig. Opmerkelijk: over het vertrek en sterven van Che (hij kreeg zijn bedenkingen bij het systeem, ging weer verder als revolutionair en werd in een poging Bolivia te bevrijden vermoord) wordt met geen woord gerept.

Nu we toch bezig zijn bezoeken we ook gelijk Plaza de la Revolucion. Eerlijk is eerlijk: nooit eerder zagen we zo’n lelijk plein. Een grote plak asfalt, wat regeringsgebouwen en een lomp, communistisch monument. In gedachten horen we Fidel zijn urenlange toespraken houden, voor een slaafs klappende menigte. Intimiderend zijn de uit staalconstructies opgebouwde portretten van Che en zijn handlanger Camilo wel, maar wie de grap van het communisme doorheeft wordt er een beetje misselijk van en wil hier zo snel mogelijk weg.

Heel anders is het huis van schrijver Ernest Hemingway, in de heuvels net buiten Havana. Hemingway woonde er eind jaren vijftig maar kwam er na een lange reis nooit meer terug, omdat hij zichzelf in 1961 door het hoofd schoot. Daardoor ligt het huis er nog precies zo bij als toen hij het achter liet. Een unieke plek, waar je niet maar binnen mag maar door de ramen prima zicht hebt op Hemingways platencollectie (veel jazz), boekenkast, garderobe en jachttrofeeën. Indrukwekkend is het rek vol tijdschriften. Vergeelde exemplaren van TIME en Newsweek staan er nog net zo bij als ze er vijftig jaar geleden door de auteur zijn neergezet. In de tuin een zwembad, waar actrice Ava Gardner naar het schijnt ooit naakt in gezwommen heeft. Volledig camp is de begraafplaats voor Hemingways hondjes: Black, Negrita, Linda en Neron.

Uitlaatklep
Na het afvinken van de geijkte plekken willen we het Havana zien dat niet speciaal voor ons is aangeharkt. Waar treft men het echte leven? Juist, in sportstadions en donkere kroegen. Baseball is de nationale sport van Cuba en toevallig speelt het plaatselijke Industriales in de halve finale van de play-offs. Bij het enorme stadion worden we steeds een loket verder gestuurd, tot zes keer toe. Uiteindelijk mogen we een kaartje kopen voor omgerekend € 1,- per stuk. Vervolgens worden we naar een speciaal vak geleid, dat als enige in het hele stadion afgescheiden is met een hek. Aha: men wil niet dat buitenlandse bezoekers tussen het volk te zitten. De heren van de revolutie zijn vast bang dat de bezoekers de locals van het communisme af weten te kletsen.

Baseball is in Cuba een onwaarschijnlijk feest met als enige regel: maak zoveel mogelijk lawaai. Het is oorverdovend en gaat onafgebroken door. De sfeer is werkelijk fantastisch. Hier zien wij de grote uitlaatklep van een onderdrukt volk. Het enige moment van stilte is tijdens het volkslied, als iedereen gaat staan en strak voor zich uitkijkt, zonder mee te zingen. Symbolisch is dat vóór de wedstrijd keiharde, hippe dancehall wordt gedraaid, terwijl het volkslied kraakt en piept en klinkt als lang geleden vergane glorie. Industriales wint.

(I wanna take you to) a gatbar
Het uitgaansleven in Havana is goed bedeeld, om de paar meter zie je restaurants, bars en clubs. In de toeristische tenten speelt een ongeïnspireerde salsaband, in de normale kroegen klinkt reggaeton. Mensen die uitgaan niet kunnen betalen, verzamelen zich aan de Malecon. Op de kilometers lange boulevard is het af en toe rennen voor het water dat tegen de onderliggende rotsen slaat. ’s Avonds staat de Malecon vol met mensen, voorzien van hun eigen drank en vaak gewapend met gitaar. Hier wordt geflirt, gekletst en gezongen in een heerlijk Caribisch sfeertje.

Als wij na een lange nacht vol Cuba Libres besluiten dat er nog wel ééntje bij kan, belanden we in Cabaret Las Vegas. Een heftige gay bar, waar op dat moment een travestietenplaybackshow aan de gang is. Het is een typische fifties nachtclub, met stoeltjes naast het podium waar de wonderlijkste acts elkaar opvolgen. Havana kent een bloeiende gay scene, die zich jarenlang achter gesloten deuren afspeelde maar nu steeds meer naar buiten treedt.

De travestieten voeren een fantastische show op, maar onze omgeving lijkt de twee aardappels uit Nederland interessanter te vinden. Fotograaf Jeppe kan nèt voorkomen dat hij de wc in wordt gesleurd. Als we duidelijk maken dat we zelf geen homo zijn, wordt binnen de kortste keren een meisje onze kant op geduwd. Met de opmerking dat we haar overal mogen aanraken. Right. Als we op een zeker moment zelf worden betast, zit er nog maar één ding op: rennen. Een stel vrolijke maar zeer opdringerige Cubaanse homo’s rent ons achterna, dus we geven we de portier € 5,- om ze de deur niet uit te laten. Dat was het verhaal van aardappel & aardappel in de Cubaanse gaybar.

Melk
Tijdens onze tocht door de stad worden we regelmatig aangesproken, maar geen enkel kletspraatje is gratis. Na de bekende onderwerpen (Van Basten, Robben, Van Persie, koeien, kaas en kou) vraagt iedereen uiteindelijk om geld. Weiger je dat, dan willen ze dat je melk koopt voor hun kleine kinderen. Dat klinkt als een sentimenteel verhaal, maar is eigenlijk heel slim. Melk is een van de weinige zaken die door de overheid aan het volk wordt geleverd. Dat hebben ze genoeg in huis. Dus je koopt als toerist melk, die de Cubaan in kwestie terug brengt naar de winkel in ruil voor het geld dat jij ervoor betaalde.

Vrijwel iedere Cubaan ‘verdient’ zo’n € 20,- per maand, verstrekt wordt door de regering. Lang niet genoeg om rond te komen en dus ontstaat er een complete schaduweconomie. Alles om maar iets bij te verdienen. Prostituees zijn bijvoorbeeld regelmatig afgestudeerde doktoren en leraren. Geld vragen bij toeristen is één van de manieren om aan wat extra’s te komen. Dit is met regelmaat storend, maar er zit meteen een engeltje op onze schouder: geef ze eens ongelijk.

Charisma
We lopen in de zon over de Malecon en mijmeren wat over deze gekke stad als we worden aangesproken door Ferdi. Een jonge gast met een zachte stem en een lief, open gezicht. Enigszins gereserveerd door eerdere ervaringen willen we gauw doorlopen, maar toch raken we aan de praat. Ferdi heeft roots in Curaçao en weet het nodige van Nederland, plus een plek waar je goedkoop mojito’s kunt drinken. Natuurlijk weten wij wat dit betekent: wij gaan ook zijn mojito’s betalen. Maar door zijn charisma wagen we het er op en gaan mee. Ferdi leidt ons door straten van Centro Habana die niet in de reisgidsen staan. Het lijkt wel een spookstad, de vervallen huizen staan op instorten. Toch is er niet veel fantasie nodig om je in te denken hoe mooi deze straten zouden kunnen zijn.

We komen aan in een kale, lange ruimte met wat oude stoelen en een tv waar hard muziek uit schalt. Als de eerste mochito’s op tafel staan, steekt Ferdi van wal: hij is elektricien en heeft een dochter in Santiago (‘Zij is mijn leven’), die hij maar twee keer per jaar ziet. Met drie lotgenoten woont hij op een kamer van twintig vierkante meter. Naast de kamer delen ze met z’n vieren een telefoon. Iedere week wisselt deze door, maar de afspraak is: als er voor een ander gebeld wordt, moet je je best doen om die persoon snel te vinden.

Contact
Zo’n zestig procent van de Cubanen heeft een donkere huid. Zij hebben vaak geen werk of doen het rotklusjes. Elektricien behoort volgens Ferdi tot de rotklusjes. Het geld dat verdiend wordt in de toeristenindustrie gaat allemaal naar de regering, net als de opbrengst van sigaren en rum. De hele dag kletsen we over het land, zijn leven, de realiteit in Havana. Hij brengt ons naar een kapper, neemt ons mee om bij andere mensen thuis te eten en hoeft daar geen geld voor. Eindelijk hebben we écht contact met een local die rustig alles uitlegt en ons niet als een wandelende zak geld ziet.

We spreken af om ’s avonds te gaan stappen. Om 22.00 uur ontmoeten we Ferdi op een kruispunt, want in de buurt van hotels wil hij niet komen. Dan komen er out of the blue twee politieagenten aanlopen. De één gebaart ons door te lopen, de ander duwt Ferdi naar de overkant van de straat. Daar komt uit een steeg een politiewagen tevoorschijn. Ferdi wordt in de auto geduwd en verdwijnt. Daar heb je je echte Havana. Ferdi hebben we de rest van de trip niet meer gezien. Heeft er iemand verklapt dat hij contact had met buitenlanders? Iemand uit de bar of bij de kapper? We zullen het nooit weten.

Havana is een van de meest fascinerende bestemmingen waar CJP ooit was. Warm, vol muziek en lachende mensen. Maar wie twee keer kijkt ontdekt een donkere kant. Ook dat komt een reiziger af en toe tegen.

Comments