Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Van Kuifje blijf je af!
04 SEP 2012 • Door Steven Stoffers • Meer blogs over Film

Van Kuifje blijf je af!

Al voordat we het interview beginnen, wordt duidelijk dat we niet gaan slagen in de zo secuur in elkaar gestoken opzet. Maanden van planning en het opstellen van precies de juiste vragen en stellingen smijten we bij binnenkomst in de kroeg al met liefde in de prullenbak. Abdelkader en Michiel begroeten elkaar als vrienden en kletsen wat over koetjes en kalfjes. Onder andere Badr Hari, Connie Palmen en het, eerlijk is eerlijk, afgrijselijke interieur van de bar moeten het af en toe flink ontgelden. Zodra Michiel vertelt hoe het er tijdens de afgelopen Ramadan bij hem in de buurt aan toe ging, inclusief een minutenlange, zeer accurate imitatie van slachtgeluiden, ligt Abdelkader onder de bank van het lachen. Wij stiekem ook, maar we proberen het toch: ‘Ok jongens, even serieus nu. Laten we beginnen.’

'Het boek is een halffabrikaat'
Al bij de eerste, als inleiding bedoelde vraag, zijn we eruit: het boek is beter dan de film. Altijd. ‘Behalve als het gaat om de Tweede Wereldoorlog, dan zijn de films toch beter. Oorlog is leuker met bewegend beeld’, vindt Michiel. Abdelkader knikt instemmend. ‘Je moet niet denken dat je ooit een boek zó kunt verfilmen, dat je recht doet aan het boek’, reageert hij stellig. ‘Dat kan niet, want je levert een halffabrikaat aan. Een roman kan nog zo compleet zijn, maar zodra je het aan een regisseur geeft, moet hij er een ander product van maken. Het is gewoon een brok informatie, waar hij alle kanten mee op kan. Hij moet snijden en dramatische keuzes maken die voor film wel werken. Een monologe interieur werkt bijvoorbeeld heel goed in een boek, daar kun je heel interessant mee spelen. Maar het is volstrekt idioot als een acteur ‘hardop’ begint te denken.’

‘Kuifje verfilmen is alsof je een Picasso overschildert’
Michiel: ‘De kern is natuurlijk dat je bij het lezen van een boek veel fantasie gebruikt om het verhaal tot leven te wekken. Dus zeker bij romans, waar een personage heel erg wordt uitgediept, valt zo’n plat filmkarakter tegen. Abdelkader zegt het ook al min of meer: er is simpelweg niet genoeg tijd. Bij stripboeken heb je dat al helemaal.’ Michiel verheft zijn stem: ‘Van Kuifje moet je afblijven met je poten, dat is zo’n fenomeen. Kuifje verfilmen is alsof je een Picasso overschildert.’ De schrijver in Abdelkader spreekt: ‘Een stripboek verfilmen is sowieso het vermoorden van de kinderdroom.’ Hoezeer het ook had gepast, Michiel laat geen ruimte voor een plechtige stilte. ‘Ja, dat deed Robert M. ook altijd.’

Gouden tip
Abdelkader moet voor de tweede keer onder de tafel uit klimmen. Hij heeft op de vloer een gouden tip voor filmmakers gevonden die, zoals Michiel het eerder in het gesprek noemt, ‘blijkbaar niet zelf een verhaal kunnen verzinnen’: ‘Filmmakers doen het gewoon verkeerd. Ze verfilmen in het algemeen een boek, omdat het verhaal zijn succes al heeft bewezen. Commercieel gezien logisch. Maar dan vertoon je de film aan 100.000 lezers, in plaats van een publiek. Die hebben allemaal een bepaald plaatje in hun hoofd en dat gaat dus geheid aan gruzelementen. Je moet een b-boek nemen, daar kun je tenminste nog wat aan verbeteren.’

Een vingerende Sophie Hilbrand
Toch werd in 1999 een boekverfilming officieel gekroond tot beste Nederlandse film van de eeuw (en daarmee min of meer aller tijden): Paul Verhoevens bewerking van Turks Fruit . ‘Wolkers heeft zelf ooit gezegd dat het voor 75% een meesterwerk was’, grinnikt Abdelkader. Michiel trekt een scheef gezicht. ‘Ik vond het een heel nare, vlezige film. Onsmakelijk ook, met die lul tussen de rits en dat natte gelebber aan elkaar. Alsof je een oester naar binnen probeert te slurpen. En ik vond het ook niet geil, schrijf dat maar op.’

Zijn gezicht klaart op. ‘Wat trouwens een méésterlijke film is, ook van Wolkers, ik zat op het puntje van mijn stoel: Zomerhitte, van Monique van der Ven. Dát geloof je gewoon niet. Alles is zo ontiegelijk slecht aan die film. Het acteerwerk, de regie, dat je acteurs überhaupt zo ver krijgt om ‘jaren zeventig’ te praten, geile scènes die niet geil zijn. Wij gingen daar wel eens met een hele club voor de lol naar toe. Tweeëneenhalf miljoen bezoekers, hoe is het mogelijk? Tsja, toch de vingerende Sophie Hilbrand.’ ‘Is dat zo?, vraagt Abdelkader. ‘Is het een gegeven in de filmwereld dat als er een tiet in zit, dat je film dan beter loopt?’ ‘Ja natuurlijk’, antwoordt Michiel, ‘dat is allemaal bewust. Wolkers is sex. Hilbrand was hip en geil in die tijd. Monique van der Ven staat nog altijd in hoog aanzien. Tel het bij elkaar op en je hebt geld in de la.’

'Doe ermee wat je wil'
Het moge duidelijk zijn, zowel de schrijver als de acteur leest liever het boek dan dat jij de film kijkt. De genomineerden (link) voor de Dioraphte Film- en Literatuurprijs kunnen hun borst natmaken. Rest ons nog één vraag aan Abdelkader. Je weet van tevoren dat de film geen recht doet aan je boek. Zou je jouw boeken laten verfilmen? Het antwoord is even verrassend als logisch na deze middag: ‘Ik heb maar één voorwaarde. Tegen elk onderhandelbaar bod mogen ze het hebben. Ik zal me er niet mee bemoeien, ze doen ermee wat ze willen. Zolang Michiel Romeyn er maar in zit.’

Comments