Ontdek
Kortingen Win CJP events
Over CJP
Contact
Koop je pas Inloggen
Terug naar de sixties met The Kik
25 MEI 2012 • Door Linda van Houwelingen • Meer blogs over Muziek

Terug naar de sixties met The Kik

Jullie eerste singles waren Engelstalig, vanwaar die overstap naar Nederlands?
‘Ik ben op het podium altijd een hoop aan het woord en dan is het eigenlijk raar dat je in het Engels zingt. Het is ook gewoon lekker om in je eigen taal te zingen. En het was er nog niet: een gitaarbandje dat Nederlands zingt. Je hebt natuurlijk wel De Dijk, maar dat is toch van een andere orde. Tweeënhalve minuut over luchtige dingen, maar dan in het Nederlands: dat is toevallig mijn favoriete muziek en wat hier nog ontbrak.’

Lastig qua liedjes schrijven, die omschakeling?
‘Nee, toen we besloten om het echt te gaan doen was er zoveel enthousiasme: alles waar je enthousiast over bent is niet moeilijk. Voor dit album heb ik de meeste teksten geschreven, maar soms schreven we ook met z’n allen. Arjan Spies, de andere zanger en gitarist, is een hele goede liedjesschrijver. Hij is meer op het muzikale gericht en ik meer op de teksten. Onze accenten maken de muziek organisch, dat is nu eenmaal hoe je praat en automatisch ook zingt. Soms zing ik even wat minder Rotterdams, we moeten het niet overdrijven.’

Je laat je erg inspireren door de jaren zestig. Sinds wanneer is dat?
‘Dat is al op m’n elfde begonnen. Mijn vader had vooral foute discoplaten en jazz in de kast staan. Er zat één plaat tussen van The Beatles, die heb ik er uitgepikt. Geen LP eigenlijk, Oldies (But Goldies) heette hij. Die hebben ze in ’67 uitgebracht, net na Sgt. Pepper, als soort afscheidsbrief aan de eerdere Beatlestijd. Hij begint met She Loves You. Dat vind ik echt één van de allerbeste nummers, door het enthousiasme dat er vanaf straalt. Die plaat van The Beatles is zo sterk bij me binnen gekomen, dat was m’n eerste liefde. Vanaf die tijd ben ik helemaal verknocht aan ze. Later in de jaren negentig kwam Oasis. Daar ben ik ook helemaal in meegegaan. Dat had veel raakvlakken met The Beatles, maar dan op een nieuwe manier.’

Je draagt altijd strakke sixties pakken: tijdens het opnemen van Springlevend, bij optredens en gedurende dit interview op een doodgewone donderdag.
‘In het begin was het niet echt goed op elkaar afgestemd. Liep ik erbij als een soort Austin Powers met een bloemetjesbroek. Dan weet je ook niet precies wat die stijl is en koop je bij de kringloop om de hoek zo’n overhemd met van die ruches. Dat ziet er natuurlijk niet uit, maar ik had dat toen niet in de gaten. Pas later kom je erachter hoe het zit en nu vraag ik me af waarom niet iedereen in zo’n pak loopt. Het toont respect naar de mensen waar je voor speelt. Als ik zie hoe sommige gasten er tegenwoordig uitzien op een podium… Het is natuurlijk onderdeel van de I don’t care-philosophy, maar eigenlijk vind ik dat onzin. Je moet er gewoon goed uitzien tijdens optredens. Het zit trouwens heerlijk, het is net een trainingspak als je het aanhebt.’

Wanneer besloot je dat je in een band wilde?
‘Vanaf m’n twaalfde wist ik dat dit mijn leven moest worden. Na het uiteenvallen van mijn vorige band The Madd heeft dat een dieptepunt bereikt en dacht ik: ik ga nu gewoon een normale baan zoeken. Toen ik in die band zat werkte ik in een magazijn, want ’s avonds moest m’n kop leeg zijn om te kunnen spelen. Even heb ik m’n best gedaan om werk te vinden, maar ik kreeg nergens kansen. Ook niet in dat bedrijf waar ik toen al elf jaar werkte. Ik wilde daar wel groeien om iets serieus te doen, maar er was geen interesse vanuit die organisatie. Ze weten helemaal niet wie je bent of wat je doet. Na een paar maanden zonder band ontstond The Kik. Eerst als hobby, maar toen keek het label Excelsior om de hoek, ging het toch weer lopen en dacht ik: ‘shit, dit is het, het wordt echt wat’. Nu gaat het niet meer veranderen, ik denk dat dit het is.’

Jullie nemen naar optredens altijd een koffer singletjes mee, waarom?
‘Dat is er een beetje ingeslopen. Als je ergens gaat spelen met je band, vind ik het ook leuk als het gezellig aangekleed is met een paar schemerlampen hier en daar. Leuk dansvloertje, beetje licht erbij en natuurlijk goeie muziek draaien. Je moet mensen wel naar zo’n zaal toe trekken; het is al zo’n slechte tijd. Je hebt wel eens dat er maar drie man op af komt, omdat er zo weinig aan promotie is gedaan. Dan vraag ik me af waarom die poppodia er niet meer energie insteken om er een geweldige avond van te maken. Laatst waren we in zo’n tent en die deed er gewoon geen reet aan, terwijl je mensen echt wel warm kunt krijgen. Dan kom je daar en is het een veel te grote zaal, misschien wel voor 700 man, met een heel groot en hoog podium. Erachter was een klein zaaltje met bioscoopstoeltjes en een barretje. Heel leuk, maar dat was onze kleedkamer. Er kwam twaalf man ofzo. Voor het optreden draaiden ze een cd van Toto. En dan ben je klaar met spelen, komt er ook weer Toto. Dan heb je toch geen mooie deal? Daar wil je als jongere toch niet heen?’

Hoe is die avond afgelopen?
‘De mensen die er waren hebben we na afloop uitgenodigd in de kleedkamer. We nemen dus altijd die singletjes en een draagbare pick-up mee, zodat we ons eigen feest kunnen bouwen. Je weet nooit waar je terecht komt. Discolichtjes aan, krat bier erbij, plaatjes draaien en dan wordt het toch nog een topavond. Podium op en af, omkleden en naar huis: daar hou ik niet van. Dit is gewoon een lifestyle. Dat klinkt cliché, maar is natuurlijk wel zo. In deze tijd moet je er ook gewoon wat extra’s voor doen. Nooit opgeven en het onderste uit de kan halen. Dat kan alleen als je er echt met tomeloos enthousiasme instaat.’


Comments